Platform voor buurtontwikkeling

Stedelingen veranderen de stad

Interview over stedelijke bottom-up initiatieven
Stedelingen veranderen de stad

Foto: Guilhem Vellut (Flickr Creative Commons)

Interview
4 januari 2018

Mariska van den Berg deed onderzoek naar stedelijke bottom-up initiatieven van de laatste jaren. Ze zocht naar de betekenis van deze eigenzinnige vormen van actief burgerschap en samenwerkingsvormen met de gemeenten die dit mogelijk maken.

 

 

Op het moment dat Mariska haar onderzoek begon (in 2011, red.), tekende zich in Nederland en daarbuiten een ware hausse af aan burgerinitiatieven in de stad. Deze burgerinitiatieven maakten zichtbaar hoe stedelingen zich mengden in het gebruik en de vormgeving van hun leefomgeving.

Burgers geven betekenis aan de stad

Stedelingen veranderen de stad gaat over deze burgerinitiatieven die naar eigen inzicht ingrijpen in de stedelijke publieke ruimte. Onder onderzochte initiatieven bevinden zich veel kunstenaars, ontwerpers en architecten maar ook buurtbewoners en activisten. Ze vertellen over hun drijfveren, de impact van de projecten en de betekenis ervan voor het grotere geheel van de stad.

Mariska van den Berg: ‘Ik vond het intrigerend dat de overheid oproept tot actief burgerschap, terwijl er al veel bottom-up wordt ontwikkeld en dezelfde overheid dit met terughoudendheid bejegent. Ik heb de betekenis van deze eigenzinnige vormen van actief burgerschap willen onderschrijven, net als het perspectief dat zij bieden.’

Deze initiatieven staan voor een samenleving, waarin niet de overheid of markt leidend zijn, maar burgers een rol van betekenis spelen. In tegenstelling tot de met spruitjeslucht omgeven participatiesamenleving die de regering ons voorspiegelt, is dat een inspirerend perspectief

Complexe relatie

'De initiatieven verhouden zich moeizaam tot de gangbare praktijk van stedelijke (her)ontwikkeling, waarin de economische waarde van het vastgoed richtinggevend is en gebruikswaarde van de stad al snel het onderspit delft. De onderzochte bottom-up praktijken worden gedreven door andersoortige motieven en waarden en gerealiseerd met andere vormen van kapitaal. Er ontstaan allerlei verbanden waarbinnen ervaringen worden gedeeld en kennis wordt uitgewisseld.

Voor alle onderzochte projecten geldt dat op eigen initiatief en buiten de officiële professionele kaders ideeën voor de stad worden geformuleerd. Zij hebben betrekking op de fysieke stedelijke ruimte waarin vele belangen spelen die manifest worden in eigendomsverhoudingen, beleids– en bestemmingsplannen en complexe wet– en regelgeving. Die worden bovendien uitgezet en gecontroleerd door lastig toegankelijke bureaucratische instituties. De bottom-up plannen kunnen echter alleen beslag krijgen in samenwerking met de institutionele spelers en de initiatiefnemers zijn daarom genoodzaakt hun weg ‘omhoog’ te vinden.'

 

 

'Hoewel het begrip bottom–up al sleets begint te raken, omdat het te pas en te onpas wordt gebruikt, vangt de term als geen ander die complexe relatie in slechts twee woorden. Veel van de initiatiefnemers ondervinden voor het eerst hoe dwingend de machtsverhoudingen zijn ingeschreven in de ‘openbare’ ruimte. Soms leidt dat tot frustratie of zelfs het afblazen van het initiatief, hoewel het ook voorkomt dat het contact met bestuurders en ambtenarij juist leidt tot een constructieve aanscherping van de plannen. Maar in alle gevallen gaat het om een cruciale ontmoeting.'

Het vraagt veelvuldig overleg en doorzettingsvermogen om de ideeën van onderop te introduceren en beslissingsmakers te overtuigen. In dat proces ontstaan onder de initiatiefnemers nieuwe collectieven die in toenemende mate een rol opeisen in het bestuurlijke proces waarin de stad wordt gemaakt. Daar schuilt potentie voor verandering, meer dan in eventuele opschaling

Culturele productie en stedelijke cultuur zijn essentieel voor de stad

'Het geheel van al deze bottom-up initiatieven wijst in de richting van een andere manier van ‘stad maken’ die meer ruimte biedt aan gebruikers en bewoners. Deze initiatieven nemen daar een voorsprong op. Maar om het mogelijk te maken om de stad anders te ontwikkelen, moet de overheid durven te vertrouwen op burgers en ze ruimte geven. Vooralsnog vraagt dat om goede voorbeelden die dat vertrouwen verdienen en waar maken. Daarin schuilt de voorbeeldfunctie van deze generatie bottom-up.

Tegelijkertijd heeft die wel degelijk al betekenis voor stedenbouw en ruimtelijke ordening. Die komt tot uitdrukking in een visie op de stad, waarin niet uitsluitend consumptie centraal staat, maar waarin (culturele) productie en de stedelijke cultuur worden gezien als essentieel voor de stad. Bovendien sluiten deze praktijken, in aanpak en waarden, goed aan bij nieuwe manieren van gebiedsontwikkeling die op het moment in opkomst zijn, zoals de organische gebiedsontwikkeling.'

 

 

Kopiëren of opschalen werkt niet

'Vooralsnog zijn de burgerinitiatieven vooral signalerend en kleinschalig. Maar we moeten af van het idee dat het hele fenomeen crisis-gebonden is. Bottom-up mag hot zijn, het is veel meer dan een hype en juist de historische voorbeelden in het boek van Van den Berg laten de maatschappelijke potentie zien. Daar gaat het interview over met Tine De Moor – expert in historische en hedendaagse commons.'

 

'Meer invloed uit kunnen oefenen kan alleen met inachtneming van de aard van het fenomeen: kleinschalig, plaatsgebonden en per geval uniek. De klassieke praktijk - best practices eruit pikken en die kopiëren of opschalen - werkt hier niet. Het gaat niet om herhaling van een procedure maar om het opstarten van nieuwe processen. Alleen zo behoud je kleinschaligheid en diversiteit.'

Nieuwe coalities zijn een gegeven

'Dan is de cruciale vraag hoe deze veelheid aan minuscule projecten te verbinden is aan de macrostructuur van de stad? Daar is een rol weggelegd voor de initiatiefnemers, de positie van deze nieuwe collectieven in relatie tot bestuurders en andere decisionmakers vraagt zeker om aandacht.

Margit Mayer – een kenner van stedelijke sociale bewegingen en als professor Political Science verbonden aan de Freie Univeristät Berlin - wijst op het ontstaan van nieuwe coalities tussen groepen die voorheen afzonderlijk opereerden: samenwerkingsverbanden van buurtbewoners, kunstenaars en creatieve professionals, kleine ondernemers en studenten, die de handen ineenslaan voor gezamenlijke doelen.

Sterker dan in het verleden slagen deze lokale groepen erin om ‘uitgeslotenen’ en meer geprivilegieerde stadsbewoners samen te brengen. Mayer ziet hierin een kans op de vorming van brede allianties en bovenlokale netwerken, die nieuwe mogelijkheden bieden voor het verwerven van zeggenschap in de besluitvormingsprocessen omtrent de stad. Ook de rol van de stedenbouwer komt hier in het geding, als verbinder van de verschillende schaalniveaus in de stad.'

Het originele interview met Mariska van den Berg verscheen eerder bij Metropolis M.