Platform voor buurtontwikkeling

Sociale interventies: keurslijf of verrijking?

Onderzoek naar hoe sociale interventies in de praktijk gebruikt worden
Sociale interventies: keurslijf of verrijking?

Foto: N. Wong (Flickr Creative Commons)

Publicatie
afbeelding van Sterre ten Houte de Lange  
19 september 2017


Beschouwen sociaal werkers interventies als een keurslijf of juist als een methodische verrijking?  Marcel van Engelen, Peter Rensen en Marcel Ham gingen langs bij vijf interventies om antwoord te vinden op deze vraag.

 

Movisie werkt al jaren aan de databank Effectieve Sociale Interventies (ESI). Deze biedt een overzicht van interventies die goed beschreven, goed onderbouwd en soms wetenschappelijk bewezen effectief zijn. Toch vinden de beschreven methodes niet altijd even gretige aftrek. Zeker niet nu de nieuwe sociale wijkteams in het centrum van de beleidsmatige belangstelling staan. De gemeente heeft op dit moment de handen al vol aan het onder één dak krijgen van jeugdzorg, Wmo en participatie-ondersteuning. Dit verdringt de aandacht en de middelen waardoor het structureel inzetten van bewezen effectieve sociale interventies niet goed van de grond komt.

Reden genoeg voor een gestructureerd onderzoek naar hoe die sociale interventies in de praktijk ingezet worden en wat de sociale professionals er wel en niet aan hebben. Journalist Marcel van Engelen, ESI-projectleider Peter Rensen en Marcel Ham, hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, bezochten vijf interventies op telkens twee plaatsen om te zien hoe sociale interventies in de praktijk gebruikt worden. Dit alles beschreven ze in het boek Bezielende interventies, Wat sociaal werk succesvol maakt.

Van speeltuintjes tot homovriendelijke scholen

De interventies die ze onderzochten waren: de speeltuintjes 'Thuis op Straat' (bezocht in Bergen op Zoom en Rotterdam), de brug tussen huisartsen en welzijnswerk 'Welzijn op recept' (Nieuwegein en Groningen), het voor zich sprekende 'Ontmoetingscentra voor dementerenden' (Amsterdam en Schagen), de hulpverleningsmethode 'Krachtwerk'  (Zwolle en Apeldoorn), en ten slotte twee scholen die met de 'Gay-Straight Alliance' een homo-vriendelijk klimaat proberen te creëren (Haarlem en Hoorn).

De focus bij de beschrijvingen ligt op de manier waarop sociale professionals de sociale interventies gebruiken: zijn deze methodieken een keurslijf of vormen ze een onmisbaar onderdeel van methodisch werken?

Ondersteuning, geen keurslijf

De opvallendste bevinding van het boek is dat de discussie over het nut van sociale interventies bij de uitvoerend professionals helemaal niet speelt. Ze doen gewoon hun werk en zien de interventie of methode als een prettige ondersteuning van hun werk. Van het vermeende keurslijf is bepaald geen sprake. De professionals ervaren interventies eerder als 'lichte structuren die slagvaardig opereren mogelijk maakt' (p123).

Dit uit zich in de manier waarop ze met de methodes omgaan. Interventies worden ingezet op de manier waarop de professionals het nuttig achten. De interventie dient als een richting waarin de professionals handelen, de beschreven oefeningen of programma's dienen als inspiratie om deze behandeling of begeleiding vorm te geven. Vaker wel dan niet bedenken professionals er zelf onderdelen bij.

Een eigen draai

De interventies zijn een soort algemene recepten, geschreven door en voor ervaren chefs, van de categorie 'in chili con carne gaat in ieder geval chilipeper, bonen en gehakt; soms wordt er kip gebruikt'. Chefs houden zich aan algemene kenmerken van een gerecht en gebruiken bekende kooktechnieken, maar ze zetten hun ervaring in om een eigen draai te geven aan het gerecht.

Deze vrijheid waarmee de interventies ingezet worden blijkt uit de verschillende tussen de twee plekken per interventie die voor het boek bezocht zijn. Het Ontmoetingscentrum voor dementerenden kreeg bijvoorbeeld in Amsterdam vorm in een buurthuis waar ook kinderen rondrennen omdat de begeleidende professional – geheel volgens de opzet van de methode - de reuring goed vindt voor de bezoekers. Dezelfde interventie vindt in Schagen plaats onder veel rustigere omstandigheden. De motivatie van de begeleider aldaar: afleiding zorgt voor verwarring. Dit centrum heeft meer bezoekers in een verder gevorderd stadium van dementie.

Theorie blijft overeind

In alle praktijken die bezocht zijn blijkt telkens dat, hoewel 'de boeken' niet altijd op de letter gevolgd worden, het basisidee, de onderliggende theorie over het werkzame mechanisme, overeind blijft. De professionals zijn goed in staat om dit basisidee te doorgronden, de methoden te bestuderen en er vervolgens een persoonlijke, intuïtieve draai aan te geven.

Bij Krachtwerk is het bijvoorbeeld de bedoeling dat de begeleider alleen maar spreekt over de krachten en talenten van de cliënt, niet over het problematische verleden of beperkingen. Het bevordert een gelijkwaardigere relatie tussen cliënt en begeleider, zegt interventie-ontwikkelaar Judith Wolf, bijzonder hoogleraar grondslagen van de maatschappelijke opvang aan het Nijmeegse Radboud UMC. De auteurs vatten samen: 'Krachtwerk geeft houvast, werkt inspirerend en helpt je goed te werken, maar soms stuit de begeleider op grenzen van wat haalbaar is,' (p69).

Op het moment dat de interventie in de ogen van de professional niet meer bruikbaar is, bijvoorbeeld als de cliënt schadelijk gedrag vertoont voor zijn of haar omgeving, mag de professional afwijken van de interventie, zegt Wolf. Sterker nog: dat is juist de bedoeling.

De interventie-ontwikkelaars kennen de sociale praktijk en weten dat een zekere mate van improvisatie en aanpassing aan de context daarin essentieel is. Hier hebben ze hun interventies op ontworpen.

Een kern, geen protocol

De interventie ontneemt de professionals dus niet hun professionele vrijheid, maar geeft hen een steuntje in de rug zodat ze niet telkens zelf het wiel hoeven uit te vinden.

Peter Rensen vindt dat er vaak een misverstand is over wat sociale interventies zijn, zeker in het in zijn ogen te gepolariseerde debat erover: 'Je moet sociale interventies niet verwarren met individuele en psychologische interventies zoals bijvoorbeeld in de jeugdzorg of de verslavingszorg. In de kritiek die op sociale interventies wordt gegeven lijkt het er vaak op dat mensen er tegen zijn dat individuele gedragsinterventies in het welzijnswerk worden toegepast. Alsof het een soort protocol is.’

De drie auteurs van het boek zijn aanwezig op #Krachtproef17, het festival voor community builders dat op 5, 6 en 7 oktober plaatsvindt. Ze zetten dit gesprek over sociale interventies graag met jullie voort! Ben je er bij? Meld je hier aan!

Sterre ten Houte de Lange is freelance journalist. Dit verhaal verscheen eerder op de website Socialevraagstukken.nl.

Lees meer over:
afbeelding van Sterre ten Houte de Lange  

Sterre ten Hout...

<div>&nbsp;</div> <div> <p>Sterre is socioloog en freelance journalist bij o.a. voor het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, Vileine.com, Buurtwijs en Elsevier.