Platform voor buurtontwikkeling

Zo zorg je dat geld goud wordt voor de buurt

Houd geldstromen in de wijk en de buurt gaat er op vooruit

Foto: Geldstromen door de Wijk

Artikel
 
14 april 2017

Nathan Rozema en Pieter Buisman vertellen op het Geldstromen Door De Wijk Festijn over de kracht en de kansen van een lokale economie. Want er stroomt nogal wat geld de wijk uit en dat is zonde!

 

In Utrecht Kanaleneiland is een nieuwe wijkonderneming geboren onder de naam Krachtstation. Op het Geldstromen Door De Wijk Festijn op 30 maart vertellen gebiedsondernemers Nathan Rozema en Pieter Buisman, gekleed in een tweedelig pak met geldprint en op gouden schoenen, over hun initiatief. Zij vinden dat buurten er beter van worden als er geld uitgegeven wordt in de wijk, zodat het minder snel de wijk uitstroomt. Kortom: minder subsidies en meer ondernemerschap. Dit roept de vraag op: kan een wijk leefbaarder worden op basis van ondernemerschap in plaats van subsidie?

Ondernemersrisico zorgt voor echte betrokkenheid

Een wijkonderneming als Krachtstation staat er niet in een paar jaar, weten de initiatiefnemers uit eigen ervaring. Twaalf jaar geleden, nog voordat de term Vogelaarwijk werd bedacht en Kanaleneiland dat label kreeg, werd door onderzoeksbureau Labyrinth en Stichting Utrecht aan de Nijl, samen met Boudewijn Oremus van de lokale wijkraad het eerste zaadje voor de wijkonderneming geplant. Daarop volgde een ‘brutaal plan’: de exploitatie van een pand van 13000 m2. Een initiatief dat niet geheel zonder risico’s was. Toch wisten de initiatiefnemers - Nathan Rozema (Labyrinth onderzoek en advies), Klaas Schotannus (HIK-ontwerpers) en Hielke Jan van der Leij (Van der Leij projectontwikkeling) samen met Angelo Rosalia van het Fight Dance Cardio Centre - de eigenaar van het pand zover te krijgen dat hij met hen in zee ging. Met de verhuur aan buurtorganisaties en de 214 studentenkamers was een redelijk solide verdienmodel opgebouwd. Door de lage huurprijzen zijn de ruimtes nu beschikbaar voor buurtorganisaties die een sociale meerwaarde leveren voor de wijk.  

Gedeeld ondernemersrisico is de motor van echte betrokkenheid volgens de initiatiefnemers: ‘Je zet je eigen geld in en de andere partners doen dat ook. Je wordt samen gelukkig of ongelukkig. Als het geld niet van jezelf is maar uit een subsidiepot komt, dan geeft dat minder betrokkenheid.’ Uiteindelijk is het gelukt zonder 1 cent subsidie. En dat is goed volgens de initiatiefnemers, want subsidies zijn niet duurzaam.

 

Probleemwijk of niet?

Eigenlijk is Kanaleneiland geen probleemwijk maar een krachtwijk. ‘Natuurlijk zijn er nog problemen in de wijk’, vertelt Pieter Buisman. ‘Kanaleneiland is niet de rijkste wijk. Er zijn veel bewoners met schulden, met de nodige gezondheidsklachten als gevolg.’ Nathan Rozema valt hem bij: ‘Het lullige is dat mensen met weinig inkomen minder kans hebben om extra geldstromen aan te boren. Ze kunnen bijvoorbeeld hun sociale huurwoning niet aanbieden op Airbnb en er zijn allerlei regels die belemmeren dat je naast je uitkering een extra klusje doet.’

‘Wat sterk is aan Kanaleneiland is de ondernemerszin en daar ligt ook de behoefte.’ vervolgt hij. ‘Er zijn veel kleine ondernemers en bewoners willen graag wat geld bijverdienen. Dat kan als bewoners zelf het groen onderhouden dat nu door een hoveniersbedrijf gedaan wordt.’

ABCD: met de bronnen van de buurt en de bewoners aan de slag

Door het analyseren van de bronnen – wat er wel is – krijgt Kanaleneiland een ander imago dan ‘probleemwijk’. De basis van deze benadering is de ABCD-aanpak waarin de focus ligt op what’s strong en niet op what’s wrong. Hierdoor wordt zichtbaar wat de bronnen en capaciteiten zijn in een buurt.

Een ander belangrijk kenmerk van de ABCD methode is dat ‘de professional’ niet de boel komt oplossen, maar dat deze met bewoners een andere beweging in gang zet. Zij krijgen daardoor zelf de mogelijkheid om hun buurt positief te veranderen. Nathan Rozema onderschrijft dat: ‘Vanaf het begin van Krachtstation zijn er diverse bewoners(organisaties) en best persons bij betrokken.’ Stichting Trendy is daar een voorbeeld van. Het is een buurtorganisatie die al 10 jaar doet aan ‘sfeerbeheer’ in de wijk. Oprichter Karim El Bouyadi en zijn team zijn een schakel tussen de politie en jongeren. Ze spreken de taal van de wijk en organiseren welzijnsactiviteiten en maatjesprojecten. El Bouyadi kent veel bewoners in Kanaleneiland en daarom vroeg Rozema hem om die in contact te brengen met Krachtstation.

Houd geld in de wijk voor een betere leefbaarheid

De initiatiefnemers van Krachtstation kijken naar de geldstromen in de wijk als de emmer op de onderstaande afbeelding. Want er stroomt nogal wat geld een wijk in en uit. Bijvoorbeeld via huur, groenbeheer en energiekosten en welzijn. Pieter Buisman legt het in dit filmpje uit.

Nathan Rozema vertelt: ‘Als het lukt om het geld dat wordt uitgegeven binnen de wijk te houden, dan betekent dat dat de wijkeconomie erop vooruit gaat. En daarmee ook de leefbaarheid. Simpelweg omdat bewoners er beter van worden.’

Dat begint al bij kleine dingen: ‘Het helpt daarom als mensen hun geld niet uitgeven bij de Albert Heijn maar bij de Turkse supermarkt. Want ook in een wat armere wijk wordt veel geld uitgegeven. In Kanaleneiland worden bruiloften en geboortefeesten groots gevierd. Als die feesten worden gehouden in een wijkonderneming als Krachtstation waar andere bewoners de catering verzorgen, dan geeft dat werkgelegenheid en extra inkomsten.’

 

Gemeenten kunnen lokale capaciteiten beter benutten (en betalen)

Krachtstation werkt ook samen met welzijnsorganisatie Doenja. Deze start een Repaircenter in Krachtstation waarin een aantal jongeren, die van bouwen en techniek houden, spullen repareren. Nathan Rozema ziet daar wel kans in voor een extra ondernemerstak. Maar Theo den Hartog, directeur van Doenja, vindt dat op zich niet het belangrijkst. Verbinding tussen bewoners en kansen staat voor hem voorop. Beiden spreken een andere taal, maar ze vinden elkaar toch. Rozema vindt het bijzonder dat Doenja loslaat wat bewoners zelf kunnen doen. Ook als dat betekent dat ze inkomsten verliezen. Zoals het beheer van de speeltuin met bijbehorende geldstroom die nu direct naar bewoners gaat in plaats van naar Doenja.

 

 

Als gemeenten hun best doen om zo veel mogelijk de bronnen in de wijk te benutten, dan helpt dat ook, vindt Nathan Rozema. Dat gebeurt volgens hem nog lang niet altijd: ‘In Kanaleneiland koos de gemeente Utrecht ervoor om tonnen te investeren in Amsterdamse straatcoaches. Het is een typisch voorbeeld van welzijnsgeld dat de wijk uitstroomt zonder dat het bewoners iets oplevert. De inzet van deze externe professionals haalde niets uit. Daarom vroeg de gemeente aan Karim El Bouayadi om het werk over te nemen. Dat moest dan wel vrijwillig, terwijl er voor de straatcoaches geld was vrijgemaakt.’

Leer als buurtonderneming de taal van bedrijven spreken

Nathan Rozema zou graag grotere ondernemers uitdagen om in de wijk te investeren. ‘Mercedes heeft bijvoorbeeld veel fans in de wijk, misschien wil die eens iets sponsoren.’ Wishfull thinking natuurlijk. ‘Maar’, zegt Rozema, ‘als je de taal van bedrijven leert spreken kom je als buurtonderneming veel verder in samenwerking.’

En dat is niet gemakkelijk. Praten over geldstromen is niet de gewoonte in sociaal werk. Dat merken ook andere deelnemers die op het Geldstromen Door De Wijk Festijn zijn afgekomen. Vooral wanneer Henk van de Arkel van Social Trade Organisation begint te vertellen hoe hij in Fortaleza, Brazilië, waar veel mensen in armoede leefden, een lokaal betaalmiddel introduceerde. Locals betaalden in ‘Palmas’ en lieten zich daarmee ook uitbetalen. Het betaalmiddel kreeg waarde, was handig en er werd steeds meer lokaal geld besteed. Met als gevolg dat de hele bevolking er op vooruit ging.[1]

Dus, kan de wijk leefbaar worden op basis van ondernemerschap? Zeker, maar je moet inzicht ontwikkelen in hoe de geldstromen in de wijk lopen: wat erin stroomt, wat er uit gaat en waar dat slimmer kan. Gemeenten moeten bereid zijn om buurtorganisaties zoals die van Karim te betalen wanneer die een dienst leveren. Een groot pand helpt om een goed verdienmodel te ontwikkelen en kleine ondernemers te huisvesten. Bovenal moet iedereen, los van het belang van zijn eigen organisatie, ernaar willen streven om zoveel mogelijk geld in de wijk te houden. Dan laat je het geld niet alleen stromen, maar dan zorg je dat het goud wordt voor de buurt.

 

 

[1] Henk van Arkel heeft het allemaal opgeschreven in dit doorgeefboek Eigen Geld Maken: @nder geld dat hier te bestellen is.