Platform voor buurtontwikkeling

Sturen op wat werkt

Tellen van activiteiten, uren of cliënten zegt niks over het resultaat
Meetlint
Instrument
10 januari 2019

Goed onderbouwde interventies zijn een basis om de juiste dingen te kunnen doen. Toch zijn voortdurend reflecterende professionals en gesprekken met inwoners en partners even belangrijk voor het beoordelen van effecten, vinden ze bij Versa Welzijn.

 

Als er één woord is waar Anita Keita, directeur van Versa Welzijn, niks van moet hebben, dan is dat ‘klanten’. Het suggereert dat een welzijnsorganisatie activiteiten aanbiedt die geconsumeerd worden op een passieve manier. ‘Terwijl wij juist samen met inwoners iets tot stand willen brengen.’

Keita loopt in welzijnsland voorop met het propageren van het Rijnlandse model, een organisatiecultuur die uitgaat van gelijkwaardige relaties, vakmanschap, overleg en vertrouwen. Dit in tegenstelling tot het Angelsaksische model waarop de meeste organisaties in Nederland zijn gestoeld, met sleutelwoorden als hiërarchie, efficiëntie, wantrouwen en harde cijfers.  

De omvorming naar een Rijnlandse cultuur is het fundament voor de nieuwe weg die Versa is ingeslagen. Die weg werkt ook door in de relatie met inwoners: ‘Ernaast staan, in plaats van erboven’, en in die met de gemeente: ‘Wij willen meer een adviserende rol, niet alleen een uitvoerende.’ De bijbehorende houding is volgens Keita de enige manier om uiteindelijk het juiste te doen: ‘Doen wat werkt, dat zit vooral in het gesprek met elkaar.’

Waarom, wat en hoe

Het begint allemaal met de waarom-vraag: waarom doe je iets (wat is je doel), wat doe je, en hoe? Hoofd vertelt: ‘Het belang van een kinderkookclub is niet de kookclub zelf, al lijkt dat op een gegeven moment wel zo. Het is een instrument om de sociale vaardigheden van kinderen te versterken.’ Anita Keita, die in mei 2017 aantrad als nieuwe directeur, voegde daaraan een nieuwe beweging toe: wederkerigheid. Versa moet meer naar het collectief en naar mogelijkheden kijken, niet alleen naar problemen van individuen, is haar overtuiging. ‘In de verzorgingsstaat is de neiging gegroeid eerst individuele problemen op te lossen en dan pas te werken aan samenlevingsopbouw. Maar het is én-én. Je kunt aan iemand met schulden ook vragen wat hij terug kan doen voor de gemeenschap. De antwoorden kunnen je verrassen.’

Lokale doorontwikkeling

De Rijnlandse cultuur brengt denken (van oudsher door de directie) en doen (door de professional) bij elkaar op het niveau van de sociaal werker. De teams van sociaal werkers worden geacht voortdurend te blijven nadenken over de doelen die ze willen bereiken. En over welke interventies en meetinstrumenten daarbij passen. Het betekent dat verschillende teams voor verschillende instrumenten kiezen, zegt Hoofd. Zo hebben enkele teams in Hilversum ervoor gekozen het gebruik van het Kwaliteitskompas verder te onderzoeken. De teams in Gooise Meren hebben gekozen voor evaluatie-instrumenten waarin positieve gezondheid centraal staat.

 

Ze putten zoveel mogelijk uit onderbouwde, wetenschappelijk getoetste interventies. Maar dat is slechts het begin, aldus Keita en Hoofd. De volgende, noodzakelijke stap is de lokale doorontwikkeling.

Meer inspirerende ervaringen...

...en met elkaar in gesprek over de uitdagingen van de weerbarstige praktijk? Tijdens het landelijk congres Samen sturen op doen wat werkt op 21 januari vertellen gemeenten en maatschappelijke organisaties hoe zij sturen op effect in het sociaal domein. Geïnteresseerd? Meld je hier alvast aan.

 

Geen dogma

Keita en Hoofd onderstrepen het belang van erkende sociale interventies. ‘Het is een reactie op het idee dat iedere sociaal werker op zijn eigen manier zijn werk doet en dat iedereen het wel kan,’ zegt Keita. ‘Nee, het is een vak, met een eigen hbo-opleiding. Je kunt niet zomaar wat doen. Sommige dingen werken, andere niet.’

Toch schuilt in (wetenschappelijke) erkenning van sociale interventies ook een gevaar. ‘Het kan leiden tot een houding van: zo moet het. Terwijl interventies niet overal en altijd op eenzelfde manier werken. Cruciaal is een voortdurende, kritische reflectie binnen de teams op wat ze doen. Blijven bevragen en je activiteiten aanpassen aan de buurt en de mensen.’ Tine Hoofd: ‘Methodische onderbouwing is een basis, maar mag niet leiden tot dogma’s. Je moet sociaal werkers die meer op intuïtief werken ook niet zomaar hun ervaring afpakken. Ze zitten met collega’s in een team die meer methodisch opereren. Ze corrigeren elkaar.’

Foto van Anita Keita en Tine Hoofd

Reflectiemomenten

Centraal in de nieuwe cultuur van Versa staan de zogenaamde reflectiemomenten. In elke wijk of kleine gemeente komen de Versa-teams van gemiddeld tien professionals drie à vier keer per jaar bijeen met bewoners, ambtenaren en andere partners. Ze delen waarmee ze bezig zijn en waarom ze doen wat ze doen. Tijdens het eerste reflectiemoment vertellen de teamleden vooral wat ze goed doen. Een tweede keer is er meer ruimte voor het delen van dilemma's en worden wijkanalyses ingebracht. Later bespreken ze welke meetinstrumenten geschikt zijn.

In de oude situatie rapporteerde Versa eens per jaar, meestal in grote haast, cijferoverzichten die de gemeente ervan moesten overtuigen dat de gevraagde aantallen bezoekers en activiteiten inderdaad behaald waren. ‘Schone schijn,’ aldus Keita. De output-cijfers gaven nauwelijks een reëel beeld van wat Versa in een wijk voor elkaar kreeg, en wat niet. ‘Daarna werd snel de volgende subsidieaanvraag uitgestuurd, zonder idee van wat beter zou kunnen.’

Wil je werkelijk doen wat werkt, dan moet je met alle partners, de bewoners voorop, praten en samenwerken, benadrukt Keita. ‘Als onze professionals op de reflectiebijeenkomsten vertellen wat ze doen, doen ze dat idealiter vanuit een kwetsbare, niet-alwetende positie. Ze delen hun twijfels, vragen hoe het beter kan.’

Gemeenten enthousiast

Ook gemeenten realiseren zich in toenemende mate dat outputcijfers weinig zeggen over belangrijke kwesties als het versterken van gemeenschapszin of het terugdringen van eenzaamheid. ‘Ze willen die cijfers nog wel ontvangen, maar hechten er minder waarde aan,’ zegt Hoofd. Ambtenaren uit alle gemeenten en wijken doen mee aan de reflectiemomenten van Versa. ‘Ze erkennen dat er geen pasklaar antwoord is voor complexe problemen. Ze willen samen zoeken naar de juiste aanpak. En naar de beste manier van effectmeting.’

Dilemma's uiten, twijfels delen, niet de waarheid in pacht hebben. Het is een houding die een welzijnsorganisatie, afhankelijk van subsidies en dus van politieke opvattingen, ook kwetsbaar maakt, beseft Keita. Schermen met mooie cijfers en wetenschappelijke methoden is veiliger. ‘Maar het is de enige weg. Als je de tent niet opengooit, kom je nooit in de buurt van het juiste doen. En dat is wat we allemaal willen.’

Lees meer over: