Platform voor buurtontwikkeling

Wachten op het vonnis van de gemeente

Aanbestedingen in welzijnsland
Wachten op het vonnis van de gemeente

Foto: stock (123rf)

Interview
 
5 december 2018

Wat voor gevolgen heeft het als buurtontwikkeling elke vier tot zes jaar onderbroken wordt, doordat de gemeente werkt middels aanbestedingen? Buurtwijs ging hierover in gesprek met zes sociaal werkers uit Utrecht en Woerden.

 

Welzijnswerk is nooit ‘klaar’. Het is een aaneenschakeling van delicate investeringen om buurten en mensen steeds een stapje verder te brengen. Hoe destructief is het dan als een gemeente al deze investeringen in een aanbestedingsproces in één keer van het spelbord kan vegen?

Sinds het begin van de transities in het sociale domein hebben gemeenten en welzijnsorganisaties zich gebogen over het opnieuw vormgeven van zo goed mogelijke ondersteuning aan burgers. Eigen regie, participatie en zelfredzaamheid werden hèt doel, wijkteams werden in het leven geroepen en elke gemeente kreeg minstens één ambtenaar sociaal domein.

Hoewel andere afdelingen van gemeenten al langer met aanbestedingsprocedures werken, is dit voor het sociaal domein relatief nieuw. De gemeenten zijn sinds kort ook verantwoordelijk voor het contracteren van alle lokale welzijnsorganisaties. Voor veel organisaties is het daarom nieuw om kort en krachtig op papier te zetten hoe zij  bewonersondersteuning gaan organiseren. Hun plannen moesten realistisch zijn, maar ook beter dan die van concurrerende welzijnsorganisaties.

 

Nu de transities een paar jaar bezig zijn, denkt een ieder te weten wat haar taak en rol is in het vormgeven en uitvoeren van optimale ondersteuning aan burgers. De verwachting is dat welzijnsorganisaties ondertussen weten hoe je een aanbestedingsplan schrijft en dat gemeenten weten hoe je de procedure eromheen efficiënt en zorgvuldig aanpakt. De realiteit vertelt echter een heel ander verhaal.

Er wordt beweerd dat de burger centraal staat, maar elke keer als een organisatie verdwijnt, omdat de gemeente voor een andere structuur kiest, is de burger daar de dupe van

Jouw lot in hun handen

Sociaal werk gaat over leven en vooruitgang in het leven. Dat zijn moeilijk te meten factoren en daarom is het de vraag of de constructie van aanbestedingen past binnen het sociaal domein. Een kenmerk van aanbestedingen is dat organisaties duidelijk aangeven welke harde resultaten zij gaan behalen. Om dit te kunnen doen, worden aanbestedingsopdrachten uitgezet waarin concreet staat wat de gemeente wil bereiken in het sociale domein. Uit de gesprekken met de sociaal werkers blijkt echter dat aanbestedingsopdrachten vaak vaag zijn en dat een duidelijke visie van de gemeente hierin regelmatig ontbreekt.

Zo vertelt een jongerenwerker: ‘De opdrachten waarop je kunt aanbesteden zijn breed opgezet en daardoor heel vaag en ondoorzichtig. Het is maar net hoe je iets leest en interpreteert. Je hoopt dat je iets opschrijft wat de gemeente aanspreekt. En aanbesteding krijgen voelt bijna als een kwestie van geluk hebben’.

De professionals twijfelen eraan of gemeenten voldoende inhoudelijke kennis hebben over wat er speelt in wijken. ‘Aanbestedingsplannen moeten kort en krachtig zijn, de gemeente krijgt dus nooit een volledig beeld van werkzaamheden, successen en ontwikkelingen die in wijken plaatsvinden’, geeft één van de wijkwerkers aan. ‘We mochten wel een paar keer onze visie geven, maar over het besluit heb je als professional feitelijk niks te zeggen’. Je wordt dus gedwongen om het lot van jouw werk en het lot van buurtbewoners in de handen te leggen van een aanbestedingscommissie die zelden bij jou op de werkvloer komt. Zij hebben de volle beslissingsmacht over de toekomst van jouw baan en projecten en dat voelt alles behalve goed. Er is onbegrip en frustratie bij sociaal werkers dat een kort aanbestedingsplan vol beloften en trendy termen zo zwaar weegt in het uiteindelijke eindoordeel. Beseft de gemeente wel dat zij met dit ene besluit ontzettend veel vooruitgang in wijken teniet kan doen? Het antwoord daarop blijft onduidelijk.

Er is onbegrip en frustratie bij sociaal werkers dat een kort aanbestedingsplan vol beloften en trendy termen zo zwaar weegt in het uiteindelijke eindoordeel

Door als gemeente uitvoerende professionals minimaal te betrekken in het eindoordeel, maakt dat de professionals en hun investeringen in de wijk onbelangrijk lijken. ‘We hebben onze ziel en zaligheid in de wijk gestopt, veel bereikt en ineens wordt alles met één druk op de knop stopgezet. Persoonlijk kom ik er best overheen, want mijn ervaring en kennis neem ik weer mee, maar de tijd en energie die ik in de wijk heb gestopt en de voortgang die er is geboekt, gaat weer met vijf stappen achteruit’, vertelt een sociaal makelaar.

Burger de dupe

Het aanstellen van nieuwe uitvoeringsorganisaties heeft grote gevolgen voor wijken en buurtbewoners. Elke organisatie heeft tenslotte haar eigen prioriteiten, werkwijze, aanpak en aanbod. En hoewel er vaak wordt gezegd dat huidige ondersteuning gecontinueerd moet worden, duurt het vaak maanden voordat de ondersteuning weer op de rit staat. Maanden waarin deze ondersteuning aan burgers rommelig verloopt en minder frequent is. Het kost tijd om buurtbewoners te leren kennen, te weten wat hen motiveert en wat zij nodig hebben. Wanneer een organisatie moet stoppen, verdwijnen ook veel vertrouwde gezichten uit de buurt. Dit betekent dat buurtbewoners een groot deel van de professionals die zij eindelijk vertrouwden, kwijtraken. Een wijkwerker geeft zorgelijk aan: ‘Bewoners zijn de persoon kwijt van wie zij wisten dat hij niet meteen hun kind afpakt als ze met een vraag komen.’

Met het wegvallen van beroepskrachten gaat vooral vertrouwen bij de bewoners verloren, maar ook expertise en netwerk. Vaak vliegen de jonge en creatieve tijdelijke krachten eruit, die ook nog eens alle nieuwe methodieken kennen. Er wordt beweerd dat de burger centraal staat, maar elke keer als een organisatie verdwijnt, omdat de gemeente voor een andere structuur kiest, is de burger daar de dupe van.

Steeds weer opnieuw beginnen

Doordat organisaties en beroepskrachten stoppen, stoppen vaak ook diverse wijkprojecten. De investeringen om buurtbewoners te enthousiasmeren en te betrekken bij een project gaan daarmee verloren. ‘Zonde, aangezien veel van deze projecten zorgen voor meer verbinding, leefbaarheid en samenhorigheid tussen buurtbewoners’, zegt een sociaal makelaar. Daarnaast weten zittende professionals wat er nu én in de toekomst nodig is in hun wijk. Zij kunnen dit echter niet gedegen aanpakken wanneer ze na iedere aanbesteding opnieuw moeten beginnen. Een kinderwerker geeft aan: ‘Er is een disconnectie tussen het hele keuzeproces van de gemeente en het werk in de praktijk. Iets in mij roept ook heel hard; ik kap er gewoon mee. Wat maakt het namelijk uit als we over vijf jaar toch weer opnieuw moeten beginnen.’

Blijvende organisaties durven niet op te komen voor organisaties die weg moeten, zij zijn allang blij dat zij wèl mogen blijven

Concurrentiestrijd

Niet alleen de directe ondersteuning aan burgers lijdt onder de aanbestedingen. Professionals zien ook veranderingen in samenwerking tussen organisaties en professionals tijdens en na het aanbestedingsproces. Ongewenst laait er een concurrentiestrijd op waarin iedereen voor zijn eigen ‘hachje’ gaat. ‘Organisaties hebben het gevoel dat ze moeten opboksen tegen elkaar’, vertelt de jongerenwerker. ‘Het gebeurt zelfs dat organisaties elkaar gaan uithoren over wat de ander gaat beloven, maar daar van de ander dan geen antwoord op krijgen’.

Professionals hebben ervaren dat zij niet meer als serieuze gesprekspartner worden betrokken zodra bekend is dat hun organisatie moet stoppen. Ze kunnen tenslotte geen plannen meer maken, vooruitkijken of gezamenlijke projecten opzetten. Dat zij niet meer meetellen, wordt vaak pijnlijk duidelijk doordat samenwerkingspartners hun handen van projecten aftrekken, die zij hebben geïnitieerd. Daarnaast zien professionals dat blijvende organisaties niet op durven komen voor organisaties die weg moeten. Jongerenwerker: ‘Ze zijn allang blij dat zij wél mogen blijven’.

Sociaal werk is niet commercieel genoeg en op het gebied van bedrijfsmatigheid niet gehaaid genoeg, we laten keer op keer de inhoud van ons vak afpakken door de gemeente

Hoe kan het anders?

Het is duidelijk dat het gerommel in het werkveld en het schuiven met poppetjes verre van bevorderend is voor zowel buurtbewoners als buurtontwikkeling breed. Elke keer dat het werkveld overhoop wordt gegooid, gaat er structurele vooruitgang, ervaring en kennis verloren. Dit is zonde van de tijd en energie èn daarnaast is het absoluut niet nodig.

Periodieke gesprekken tussen de gemeente en sociale professionals zouden al veel goed doen. Het is voornamelijk de geslotenheid van de gemeente en het gebrek aan invloed op het eindoordeel dat de aanbestedingen zo frustrerend en onheilspellend maakt. Het creëert niet alleen afstand en spanning tussen de gemeente en het werkveld, maar de gemeente maakt het zichzelf hiermee ook onnodig moeilijk. ‘Professionals zouden de gemeente kunnen voorzien van goed inhoudelijk advies, mits de gemeente hiervoor open staat’, zegt de wijkwerker. Uit de gesprekken blijkt dat de professionals ervan overtuigd zijn dat zij in belangrijke mate kunnen bijdragen aan een gedegen toekomstplan voor wijken en buurtbewoners. Sociaal makelaar: ‘Start vanaf vandaag met het periodiek uitvragen van onze visie. De medewerkers kunnen zo een 10-jarenplan maken voor de wijk. Wij kennen de wijk door en door en dat wordt helemaal niet benut’.

Wij moeten een veel sterkere identiteit neerzetten. Dan kunnen we ook veel beter een inhoudelijk gesprek voeren’

De sector heeft zelf ook stappen te zetten. Jongerenwerker: ‘Sociaal werk is niet commercieel genoeg en op het gebied van bedrijfsmatigheid niet gehaaid genoeg. We laten keer op keer de inhoud van ons vak afpakken door de gemeente. Wij moeten een veel sterkere identiteit neerzetten. Dan kunnen we ook veel beter een inhoudelijk gesprek voeren’.

Door vaker met elkaar te praten, kunnen gemeenten en uitvoerende professionals sociaal beleid en de uitvoering hiervan nog beter op elkaar afstemmen. Cocreatie voorkomt afhankelijkheidsposities en ongelijkwaardige relaties tussen gemeenten en welzijnsorganisaties. Het ontdoet professionals van kopzorgen over de toekomst van hun werk en de buurtbewoners. Door beter op de hoogte te zijn van elkaars visie, wensen en verwachtingen, worden aanbestedingsprocessen meteen minder onheilspellend. Ook zorgt samenwerking ervoor dat niet de gemeente de onverdeelde macht heeft, maar dat de stad en haar inwoners de daadwerkelijke opdrachtgever worden van het werkveld. En dat is precies hoe het zou moeten zijn. Niet de gemeente centraal, maar de burger centraal. Precies zoals ieder aanbestedingsplan zo prachtig weet te omschrijven.