Platform voor buurtontwikkeling

Realistisch en gedreven blijven

Opbouwwerk in een gebied met taaie sociaal-economische problemen
Realistisch en gedreven blijven

Foto: Tup Wanders (Flickr Creative Commons)

Praktijkverhaal
afbeelding van Peter Rensen  
30 oktober 2017

 

 

Peter Rensen van Movisie ging naar Oost-Groningen om mee te denken over opbouwwerk in de gemeente Oldambt. In deze blog neemt hij ons mee in de wereld van een opbouwwerker in deze fusiegemeente.

 

‘Hé, versterking van de sociale infrastructuur in Oldambt! Daar was ik in 2000 ook mee bezig!’, zo sprak een collega van mij monter. Een dag later ligt er in mijn postvak een prachtig artikel over Oldambt, geschreven door Astrid van der Kooij en mijn oud-collega Radboud Engbersen. Het gaat over de geschiedenis van het welzijn in de Groningse streek, vanouds bekend als het gebied van ‘vervallen boerderijen, desolaatheid en fabrieken die niet meer werken’, zo lees ik.  

Sociaal werker, buurtwerker en opbouwwerker

Tijdens mijn bezoek maak ik kennis met Joanna die als geen ander mee kan praten over deze geschiedenis. Al decennialang werkt ze in dit gebied als sociaal werker. Haar werkgever, Sociaal Werk Oldambt (SWO), wil tegenwoordig weer aan de slag met samenlevingsopbouw of opbouwwerk, dat was wat weggezakt. Joanna is helemaal voor, het maakt haar niet uit hoe je het noemen wilt. Op haar visitekaartje stond de laatste jaren buurtwerker. Ze had er zelf liever opbouwwerker op gezet, want dat is toch wat ze het liefste doet: bouwen aan de sociale cohesie in dorpen en wijken. Dat Movisie komt meedenken over samenlevingsopbouw, is prima. Maar wel graag realistisch blijven, zo waarschuwt ze.

Talloze pogingen

Het artikel dat ik van Astrid kreeg verscheen destijds in Tijdschrift voor de Sociale Sector en beschrijft talloze pogingen om Oldambt ‘tot ontwikkeling’ te brengen door middel van ‘sociaal beleid’. In de jaren ‘50 was het ‘bijbrengen van een industriële mentaliteit’ het motto. In de jaren ‘60 en ‘70 werden met landelijke subsidie vele voorzieningen opgetuigd. Het laatste deel van de vorige eeuw werd ingezet op het streven naar een grotere samenhang in voorzieningen. Deze periode kenmerkt zich door een meer planmatige beleidsvoorbereiding en het dichter bij de burger brengen van bestuur en welzijnswerk. Het tijdschriftartikel uit 2000 gaat over een pilot om met de burgers te komen tot een meerjarig en integraal plan voor lokaal sociaal beleid. Ondanks alle inspanningen bleef Oldambt kampen met armoede, werkloosheid en wegtrekkende jeugd.

Generalist zijn is niet voor iedereen weggelegd

Tegenwoordig werkt Joanna als buurtwerker in een gebiedsteam. Als generalist wordt zij geacht om ook taken op zich te nemen die voorheen werden uitgevoerd door het maatschappelijk werk. Een handje helpen met invullen van formulieren. Niet erg, vindt Joanna, maar ze merkt dat andersom de maatschappelijk werkers nog erg moeten wennen aan taken op het terrein van samenlevingsopbouw. Heeft iemand ergens met een gaspistool staan zwaaien, dan moet de opbouwwerker eropaf. Zo ren je van incident naar incident en kom je nauwelijks toe aan het samen met bewoners wijkplannen maken, laat staan die uitvoeren.

Zo zijn het – en dat mogen we gerust weten – best wel pittige tijden voor een opbouwwerker in Oldambt. En, o ja, weten we eigenlijk hoe uitgestrekt dit gebied is?! De wijken en de dorpen in, je gebied leren kennen, man, dat is compleet onmogelijk met zo weinig mensen. Je moet ondertussen toch ook een beetje op jezelf passen. Voor haar vakantie sloeg de moeheid flink toe bij Joanna. Maar opgeven, geen haar op d’r hoofd die daaraan denkt. Misschien een avond minder werken, dat zou wel fijn zijn, “want het gaat toch om je mensen, hè,” zegt ze.

Wordt Joanna ’s avonds bij een bijeenkomst aangesproken door een moeder die zich zorgen maakt over haar dochter, dan pakt ze die vraag zelf op. Ook al moet ze dat officieel misschien bij de jeugdzorg-collega’s neerleggen. Gelukkig viel het probleem deze keer mee en was de moeder snel gerustgesteld. ‘Bovendien,’ zo spreekt de opbouwwerkster in Joanna: ‘Als ik later iets wil weten over het dorp, kan ik het straks mooi aan deze moeder vragen!’

Burgerkracht: hoe nieuw is dat?

De samenwerking tussen Sociaal Werk Oldambt en Movisie gaat vooral over de kanteling naar burgerkracht. Hoe kunnen opbouwwerkers daar een rol in spelen? Zijn daar interventies voor? En hoe zorg je ervoor dat kwetsbare burgers ook kunnen meedoen als initiatiefnemer en als deelnemer? De komende weken gaan Movisie en SWO er verder mee aan de slag.  ‘We sluiten aan bij alles wat de burger doet, van onderop’, zegt Karin, een jonge collega van Joanna, tijdens een groepsgesprek. Ondertussen zie je Joanna denken: hoe nieuw is dat?

Realistisch blijven

Over de mogelijkheden tot verandering in Oldambt moeten we in het licht van de geschiedenis realistisch blijven. Bepaalde sociale vraagstukken zijn vanuit lokaal sociaal beleid lastig te veranderen, denk aan armoede, werkloosheid en krimp. Maar wat ook moeilijk te veranderen is, dat is de enorme inzet van opbouwwerkers die binnen de maatschappelijke marges blijven werken aan de versterking van de sociale infrastructuur. Van de jaren ‘70 in de vorige eeuw tot nu. Realistisch en gedreven, voor kleine successen in een gebied met taaie sociaal-economische problemen.

Joanna en Karin zijn niet de echte namen

Peter Rensen werkt bij Movisie als projectleider Doen wat werkt. De komende maanden reist hij in opdracht van Tinten Welzijnsgroep, de koepelorganisatie van onder meer Sociaal Werk Oldambt, regelmatig naar Drenthe of Groningen om samen met opbouwwerkers te onderzoeken hoe het opbouwwerk in deze tijd kan worden vormgegeven in Assen, Emmen, Oldambt en de kleinere plaatsen in de omgeving. De komende weken zullen onderzoekers en opbouwwerkers regelmatig verslag doen van dit project.

 

Lees meer over:
afbeelding van Peter Rensen  

Peter Rensen

Ik ben werkzaam bij Movisie als projectleider Effectieve sociale interventies. Doel van ons project is de kwaliteitsverbetering van aanpakken in het sociaal domein.