Platform voor buurtontwikkeling

Burgercollectieven zijn broedplaatsen voor pro-sociaal gedrag

Krachtiger als collectief
Publicatie
afbeelding van Sociale Vraagstukken  
18 februari 2021
mensen aan een tafel sfeerbeeld

Burgercollectieven kunnen een belangrijke rol spelen in de transitie naar een duurzamer en rechtvaardiger samenleving. Juist in coronatijd vond er een groot onderzoek plaats naar deze beweging. ‘De kans om van elkaar te leren, blijft vaak nog onbenut’, stelt Tine de Moor.

 

Afgelopen vijftien jaar zien we een gestage groei van burgercollectieven. Dit zijn groepen burgers die langere tijd samenwerken om een maatschappelijke misstand, een tekort dan wel een kans of uitdaging aan te pakken. Daartoe creëren, beheren en gebruiken ze samen goederen en diensten, denk aan opwekking van stroom, het organiseren van zorg, voedselvoorziening of woonvormen. Deze burgercollectieven worden ook wel ‘institutie voor collectieve actie’ of commons genoemd en ontstaan vanuit een - welbegrepen - eigenbelang. 

Kenmerkend voor huidige burgercollectieven is dat ze vrij los opereren van overheden, bedrijven of andere maatschappelijke. Daarnaast kiezen de leden zelf de meest geschikte rechtsvorm voor het collectief en is het beheer en bestuur van het collectief gebaseerd op solidariteit, wederkerigheid, democratische besluitvorming en zelf-doen.

De valkuil van ‘op zichzelf’

Dat deze collectieven nogal op  zichzelf opereren, is dan ook de belangrijkste uitkomst uit het onderzoek van Institutions for Collective Action dat hoogleraar Tine de Moor en haar collega’s afgelopen jaar uitvoerden. Hierdoor blijft de kans om van elkaar te leren, ook over de grenzen van de sectoren heen, vaak onbenut. Terwijl, zo toont het onderzoek ook aan, burgercollectieven grote behoefte hebben aan kennis. Kennis over manieren van financiering en leidinggeven, maar ook over de omgang met engagement en ledendynamiek.

Burgercollectieven voelen zich niet geroepen om de gaten op te vullen die de overheid laat vallen

Dat de burgercollectieven vooral met zichzelf worstelen, en veel minder met de overheid, verbaast De Moor niet. ‘We wisten al langer dat burgercollectieven moeite hebben met hun eigen interne organisatie, bijvoorbeeld rond ledendynamiek. Ons onderzoek legt eerder de vinger op de juiste plek.’ Wat de onderzoekers wel verbaasde, is dat collectieven zich niet geroepen voelen om de gaten op te vullen die de overheid laat vallen. Ze vinden bijna unaniem dat de overheid zelf verantwoordelijk is voor tekortschietende voorzieningen. ‘Om de discussie over wie waarvoor aansprakelijk is te vermijden, vragen sommige collectieven gewoon geen subsidie aan.’ 

Welk hokje?

Er bestaat volgens de hoogleraar veel scepsis bij burgercollectieven over de overheid. ‘Het grote probleem, zo komt uit ons onderzoek naar voren, is dat de overheid alles in een hokje zou willen plaatsen. Zeker voor collectieven die in meerdere domeinen actief zijn, is dat een groot, zo niet onoverkomelijk probleem. Immers, welk hokje dan? Omgekeerd is er twijfel bij ambtenaren: als collectieven ons werk gaan overnemen, wat moeten wij dan nog?’

Dit blijkt ook het geval te zijn bij Inspiratie Inc. uit Almeren. ‘Inspiratie Inc. is er voor iedereen die een actieve plek in de samenleving zoekt. We willen inspireren en activeren om gezamenlijk plekken te creëren die als een nieuw thuis voelen.’, vertelt oprichter Amal Abass-Saal. Op basis van inclusie en wederkerigheid ontwikkelt Inspiratie Inc. collectieve en transculturele  zorg en samenwerking, stimuleert het zelfredzaamheid en creatief sociaal ondernemerschap. De successen zijn overwegend te danken aan de gemeenschap in en rond Inspiratie Inc., met steun van goede-doelen-fondsen, maar erkenning van de gemeente blijft de laatste jaren uit.

‘We hadden te maken met de misplaatste gedachte dat vrijwilligers niet professioneel zouden kunnen werken. En dat de gemeente beter dan de vrijwilligers - die veelal dezelfde achtergrond als de doelgroep zelf hebben - weet wat goed voor hen is.’ Behalve miskenning was er ook achterdocht, zegt Amal. ‘Onze organisatie ligt voortdurend onder een vergrootglas. Kleine dingen in de publiciteit worden aangehaald en tegen ons gebruikt.’ Om de al dan niet terechte kritiek voor te zijn, heeft Inspiratie Inc een professionaliseringsslag ingezet en een ISO-keurmerk verworven. Toch zegt Amal: ’Voortdurend blijft voor ons de vraag welke rechtsvorm het beste past: een stichting, zoals nu, of een coöperatie.’ 

 

Onafhankelijk of een burgercollectief nu wel of niet een subsidierelatie met de overheid heeft, de twee partijen hebben hoe dan ook met elkaar te maken, zegt De Moor. ‘De overheid bepaalt namelijk de kaders waarbinnen hun activiteiten mogelijk zijn. Als met name lokale overheden daarin wat losser zouden zijn, dan zou dat de relaties met burgercollectieven niet alleen verbeteren, maar zijn er ook dingen mogelijk die nu nog utopisch lijken.’ 

Lichtpuntje

Of al die burgercollectieven op termijn de samenleving anders vorm gaan geven, is mede afhankelijk van of ze in staat zijn om hun bestaande tekortkomingen weg te werken en zodanig door te groeien dat ze de transitie van de samenleving mee kunnen versnellen. 

Binnen een burgercollectief breng je iets waar je – vroeger of later – iets voor terugkrijgt op basis van wat je nodig hebt

Zijn burgercollectieven een teken van hoop in een gepolariseerde samenleving? De Moor: ‘We vermoeden dat burgercollectieven broedplaatsen voor pro-sociaal gedrag kunnen zijn, plekken waar mensen weer leren denken in functie van het algemeen belang. Als lid van een burgercollectief breng je iets (solidariteit) waar je – vroeger of later – iets voor terugkrijgt (wederkerigheid) op basis van wat je nodig hebt (sufficiëntie). De groei van burgercollectieven laat zien dat we ons die attitude weer eigen proberen te maken. Ons onderzoek toont evenwel aan dat collectieven met het organiseren daarvan best wel moeite hebben. Als zij echt een instrument voor meer ‘denken-voorbij-je-eigen-voor- deur’ willen zijn, dan verdienen ze ondersteuning om hun huidige uitdagingen aan te pakken.’ Dat de coronacrisis met alle maatregelen voor sociale distantie nauwelijks afbreuk doet aan het werk van de collectieven, mag je volgens De Moor als ‘een lichtpuntje’ beschouwen. 

Dit artikel is gebaseerd op het verslag van dit onderzoek dat in december 2020 verscheen in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken

afbeelding van Claire Blom

Claire Blom

Hey Buurtwijzers, aangenaam! Ik ben Claire webredacteur en social media beheerder bij Buurtwijs. Ik leer jullie graag beter kennen. Stuur gerust een mail als je nieuwe ideeën hebt of graag meer ziet van bepaalde content: c.blom@movisie.nl
afbeelding van Sociale Vraagstukken  

Sociale Vraagstukken

Op www.socialevraagstukken.nl publiceren en debatteren onderzoekers en deskundigen op basis van data en empirie over maatschappelijke kwesties.

Reageer op dit artikel

CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.