Platform voor buurtontwikkeling

De energietransitie is geen technische kwestie

Hoe voorkom je een nieuwe tweedeling tussen rijk en arm?
De energietransitie is geen technische kwestie

Foto: stock (123rf)

Reportage
 
29 november 2018

De energietransitie komt eraan. En daarmee ook de dreiging voor een nieuwe tweedeling tussen zelfvoorzienende, rijke wijken en arme wijken die van dure netwerken afhankelijk blijven. Hoe is dit te voorkomen? We peilen de stemming in Arnhem.

 

In 2030 moeten twee miljoen Nederlandse woningen van het aardgasnet af zijn, in 2050 geldt dat voor alle 7,7 miljoen woningen. Een immense en kostbare operatie, zegt Bern Lauriks strategisch adviseur van de gemeente Arnhem. ‘De kosten daarvan worden gigantisch onderschat. In Immerloo kunnen die oplopen tot 15.000 euro per woning. Je haalt het gas weg en verzwaart de elektriciteit. In andere wijken kunnen de kosten veel hoger liggen. In Arnhem praat je over 67.000 woningen.’ Hoe is te voorkomen dat rijke buurten zelf geweldige voorzieningen treffen en het netwerk voor gezien houden, terwijl de arme buurten het gelag betalen? De vraag zingt overal rond, een antwoord is er nog niet.

Gemeente als partner

In Arnhem beslissen de zogeheten wijkteams leefomgeving in samenspraak met inwoners en andere betrokkenen jaarlijks over 100 miljoen euro, een fors deel van de gemeentebegroting. Die krijgen zo meer invloed op hun omgeving, is het idee. Kenmerkend voor de aanpak is dat de gemeente niet langer aanbieder is van diensten en goederen, maar dat de vraag vanuit de wijken moet komen. De gemeente is partner in plaats van leverancier.

In de Spijkerbuurt werkt dit, aldus Patrick Hoogenbosch, sociaal ondernemer die zich inzet voor een circulaire en inclusieve wijkeconomie. ‘Vroeger had de gemeente een initiatief als van ons gesubsidieerd, en was dan achterover gaan leunen. Zo willen wij het niet. Wij willen samen met gemeente, bedrijven en bewoners ondernemen. Iedereen die meedoet, neemt een deel van de lasten op zich. Dat is ook voor de gemeente Arnhem wennen.’

In 2021 moet voor heel Nederland tot op wijkniveau duidelijk zijn wanneer de wijk van het gas af gaat en op welk energiesysteem ze overstapt. Komt er een warmtenet, wordt het all-electric, een wijkwarmtepomp of biogas?

Gebruik de energietransitie om problemen als een vochtige woning, waardoor mensen meer moeten stoken, op te lossen

Oeroude diepvries

De valkuil waar we niet in moeten trappen, is volgens Hoogenbosch dat de energietransitie een technisch verhaal over energie wordt. Hij waarschuwt: ‘De energietransitie gaat niet slagen als alle aandacht naar de techniek gaat in plaats van naar de sociale dimensie.’ Door schade en schande heeft hij geleerd ‘dat mensen energie helemaal niet interessant vinden’. Energie is onzichtbaar. Je kunt het niet kopen in de supermarkt, niemand heeft een idee van de prijs, eens in de maand wordt er ‘geruisloos’ een bedrag afgeschreven van je rekening.

‘Een alleenstaande bewoner van de Spijkerbuurt verbruikte jaarlijks 10.000 kilowattuur, bijna drie keer het gemiddelde. Hij was daaraan gewend, maar hij bleek een oeroude diepvriezer te hebben die extreem veel stroom verbruikte.’ Er zijn andere dingen dan energie die mensen bezighouden. ‘Je moet de energietransitie gebruiken om hun problemen op te lossen. Een vochtige woning bijvoorbeeld, waardoor mensen meer moeten stoken. Maar denk ook aan problemen als fijnstof, hittestress, wateroverlast, vergrijzing, het tekort aan technisch personeel, vereenzaming en de zorg die onbetaalbaar wordt. Dáárover moet je met ze in gesprek. Er zit veel opgekropte frustratie, zeker in de minder welvarende buurten; die moet je aanpakken.’ Zo kun je de energietransitie sociaal inbedden. Het gaat uiteindelijk ook helemaal niet om de vraag hoe we van het aardgas af kunnen stappen, zegt Hoogenbosch, maar hoe we de CO2-uitstoot verminderen. ‘Dat gaat ook om het veranderen van gedrag. Begin maar eens met minder vlees eten.’

Energiearmoede

Daar is Paul Vlaar, voormalig opbouwwerker en een van de aanjagers, het hartgrondig mee eens. ‘Het technische verhaal is tot nu toe leidend, maar het gaat uiteindelijk om het gedrag van mensen op het gebied van voeding, mobiliteit, wonen, bedrijvigheid. Wil je het goed aanpakken, dan heb je collectieve voorzieningen in de buurt nodig met een sociale component.’ Zoals in de Spijkerbuurt.

Slagen we er niet in om de energietransitie uit de technische sfeer en uit het exclusieve domein van de markt te halen, dan voorziet Vlaar een nieuwe tweedeling, waarbij mensen met de laagste inkomens relatief de zwaarste lasten dragen. De contouren van deze ‘energiearmoede’ zijn al zichtbaar. Arme huishoudens betalen ruim 5 procent van hun inkomen aan gas en stroom, voor de rijkste 10 procent huishoudens is dat maar 1,5 procent. Volgens energiebedrijf Essent zijn 750.000 huishoudens momenteel niet in staat de energierekening te betalen. Als er niets verandert, gaat op termijn 17 procent van het budget van laagbetaalden op aan energie, blijkt uit onderzoek van CE Delft in opdracht van Milieudefensie, de Woonbond en FNV.

Er moeten weer opbouwwerkers komen in de wijken, die de bewoners kunnen helpen zich te organiseren

Organiseer kracht aanboren

Paul Vlaar ziet grote parallellen met de ingrijpende stadsvernieuwing, die eind jaren zestig begon. ‘Aanvankelijk was er veel weerstand tegen de plannen van de woningcorporaties. “Jullie hebben de boel laten verpauperen, maak dat eerst maar in orde”, kregen ze vaak te horen. Je moet door die weerstand heen.’ De energietransitie wordt volgens hem nog ingrijpender. ‘De aardgasbaten drogen op en tegelijkertijd moet de hele energievoorziening veranderen. Het land gaat op zijn kop.’

Lees het manifest Opbouwwerk is cruciaal in energietransitie en ontdek hoe opbouwwerkers bewoners kunnen helpen om een actieve rol te pakken in de energietransitie.

 

Zijn remedie: organisatie. ‘Ook in zwakke wijken moeten mensen zich organiseren, zodat ze beslagen ten ijs komen als de woningcorporaties zich melden met hun technische plannen. Zo niet, dan gaat dat weerstand oproepen. Je hebt co-creatie nodig, en dan nóg wordt het een moeilijk verhaal. Er moeten weer opbouwwerkers komen in de wijken, die de bewoners kunnen helpen zich te organiseren.’

 

Dit is een verkorte versie van het artikel dat Han van de Wiel, freelance journalist, schreef voor het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.