Platform voor buurtontwikkeling

‘Stille kracht, word een verbinder’

Marcel Spierts over de sociale professional
Stille krachten kunnen verbinders worden

Foto: Jurriaan Persyn (Flickr Creative Commons)

Interview
afbeelding van Sozio  
13 juni 2016

De sociale professional staat in het middelpunt van de belangstelling en is tegelijkertijd naarstig op zoek naar de juiste invulling van zijn/haar belangrijke rol. Marcel Spierts geeft advies: ‘Vertel verhalen, verwoord je standaarden, verenig je, en verbreed je identiteit.’

 

Dankzij de opkomst van de participatiesamenleving staan sociale professionals plotseling in het hart van de maatschappelijke ontwikkelingen. Oei, dat is even schrikken voor ze! Dat is even wennen voor de stille krachten van de voormalige verzorgingsstaat! Wat heb je nu te zeggen, nu zo veel ogen op jou gericht zijn? Wat heb je te bieden, sociale professional? Marcel Spierts heeft er ideeën over. Hij helpt organisaties op het terrein van sociaal werk, educatie en cultuur om de rol van sociale en publieke professionals beter te begrijpen en te benutten. Hij schreef het boek De stille krachten van de verzorgingsstaat. Aan hem vraagt Sozio wat de sociale professional te doen staat.

Maar voordat we hem aan het woord laten, eerst een citaat van iemand anders: ‘Sociale professionals nemen te weinig het woord en kunnen slecht verwoorden wat ze doen, mengen zich te weinig in openbare debatten over de verzorgingsstaat en hun eigen positie daarin, hun blik is te veel naar binnen gericht, ze hebben geen eigen verhaal.’ Deze stevige teksten sprak Lies Schilder in november 2015. Ze deed dat tijdens het eerste jaarcongres van de gloednieuwe Beroepsvereniging van Professionals in het Sociaal Werk (BPSW), waarvan zij directeur is. Volgens Schilder zetten sociale professionals zich op een ‘stille’ manier in de samenleving in. Alleen nemen ze dat ‘stille’ vaak te letterlijk.

Baboesjka

Stilte is iets wat je van Marcel Spierts niet hoeft te verwachten. Hij heeft zich – wellicht meer dan wie ook – verdiept in het vak van sociale professional, en praat er graag over. Voor zijn publicatie bestudeerde Spierts nauwkeurig het verleden. En in dat verleden is volgens hem het antwoord te vinden op de vraag: ‘Wat nu, sociale professional?’

Marcel Spierts: ‘Ik heb iets ontdekt over sociaal-culturele professionals wat in mijn ogen van belang is voor alle sociale professionals, zelfs voor alle publieke professionals. Mijn ontdekking is het makkelijkst te visualiseren aan de hand van een baboesjka (ook wel matroesjka genoemd). Je weet wel, dat is zo’n holle houten pop waarin steeds kleinere poppen blijken te zitten. De grootste baboesjka zijn de publieke professionals, zoals politieagenten, verpleegkundigen en docenten. In de kleinere baboesjka bevindt zich de groep van sociale professionals, zoals SPH’ers, maatschappelijk werkers en sociaal-culturele professionals. In de nog kleinere baboesjka vind je de diverse soorten sociaal-culturele professionals: opbouwwerkers, sociaal-cultureel werkers en jongerenwerkers. Wie nu de geschiedenis bestudeert – zoals ik heb gedaan –, ontdekt dat sociaal-culturele professionals altijd bezig zijn geweest om problemen die zich afspelen op het individuele niveau te verheffen tot publieke thema’s. Dat maakt hen tot een voorbeeld voor andere publieke professionals, voor de andere baboesjka’s dus.’

De kracht van sociaal-culturele professionals was altijd dat ze mensen hielpen om hun democratisch bewustzijn te ontwikkelen. Sociaal-culturele professionals brengen mensen in contact met elkaar – ook mensen van verschillende achtergronden – en leren hun om onderling samen te werken. Deze aanpak waaide in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw over uit Amerika en werd al snel een belangrijke en richtinggevende manier van denken in Nederland. Maar vanaf de jaren zeventig bleef dit werken aan ‘democratische vaardigheden’ een beetje liggen.

Transitie zonder traditie

Marcel Spierts is ervan overtuigd dat democratische vaardigheden in onze tijd weer steeds belangrijker worden voor publieke professionals (ofwel de grootste baboesjka) – vooral omdat er in deze tijd veel verandert in de verhouding tussen burgers, professionals en bestuurders. Sociale professionals (de iets kleinere baboesjka) hebben zoals gezegd een traditie in het werken aan democratische vaardigheden. ‘Zij kunnen nu het voortouw nemen,’ meent Spierts. ‘Zij kunnen laten zien hoe je met burgers kunt samenwerken om maatschappelijke problemen op te lossen. En vooral hoe je dat op een democratische manier doet.’ Koester je verleden en trek er lering uit, zegt Marcel Spierts. ‘In de transitie zijn we op weg zonder achteruitkijkspiegel. Met name bestuurders en politici kijken alleen naar voren en doen behoorlijk negatief over het verleden. Sociale professionals zouden “paternalistisch” zijn en “van alles van mensen overnemen”. Geloof me, het zijn allemaal mythes. Mijn stelling is dat er sprake is van een transitie zonder traditie. Dat is niet verstandig. Ik snap wel dat de overheid zaken anders wil, maar gebruik het verleden in plaats van dat je ermee breekt. Daarom is het zo ontzettend belangrijk om het inherent democratische karakter van het werk te benadrukken: het kan een nieuwe legitimatie bie- den voor het werk.’

Maar is er nog wel ruimte voor de professional, nu de overheid zo zwaar inzet op burgerinitiatieven, spontane inzet en actieve solidariteit? Spierts: ‘Juist nu zijn professionals nodig om mensen daarbij te helpen. Dat vergt wel een heel subtiele aanpak. Als je professionals terugtrekt, dan zullen sommige burgers het wel oppakken, ze zullen actief worden. Maar anderen doen dan juist niets. Er zullen ook heel veel mensen zijn die het wel zouden kunnen maar er simpelweg niet toe komen, omdat ze niet uitgedaagd en gestimuleerd worden. Daar heb je professionals voor nodig.’

Verhalen vertellen

Om aan bestuurders overtuigend duidelijk te maken wat ze kunnen betekenen, moeten sociale professionals drie stappen zetten, adviseert Spierts. De eerste stap is dat sociale professionals verhalen gaan vertellen over hun werk. Op die manier kunnen ze de gelaagdheid van het werk beter inzichtelijk maken. ‘Dat klinkt heel simpel, maar het is al dertig jaar niet gebeurd. Dat heeft te maken met wat ik noem het “post-Achterhuis-syndroom” [in 1979 beweerde filosoof Hans Achterhuis in zijn boek De markt van welzijn en geluk dat professionele werkers de burger afhankelijk maakten en dat de burger daardoor zijn eigen verantwoordelijkheid niet meer nam, red.]. Het werk kreeg destijds een enorme knauw, waar het nooit volledig van is hersteld. Ik ben ervan overtuigd dat we daar uit kunnen komen door verhalen over het werk te vertellen. Wat ben je tegengekomen in concrete situaties, hoe ben je daarin te werk gegaan? In eerste instantie kun je die verhalen gewoon onderling vertellen, daardoor bouw je als professional aan zelfbewustzijn. Je zult dan ook zien dat het werk van professionals raakt aan de kern van de democratie. Daarmee heb je iets in handen waarmee je tegen bestuurders kunt zeggen: “Kijk, dit is wat wij kunnen bieden om jouw problemen mee op te lossen.”’

Verhalen vertellen is niet voldoende, want professionals hebben nog niet de positie dat er aandachtig naar hen geluisterd wordt. De tweede noodzakelijke stap is volgens Spierts dan ook dat sociale professionals ‘interne coalities’ sluiten, zowel met vakgenoten als binnen hun eigen organisatie. Dat is niet alleen nodig om je verhaal goed voor het voetlicht te brengen, maar ook om als professional grip te houden op alles wat op je afkomt. ‘Interne coalitie’ betekent dat alle lagen in de organisatie moeten samenwerken: professionals, managers en de directeur. ‘Directeuren van organisaties roepen heel makkelijk dat sociale professionals hun verhalen meer voor het voetlicht moeten brengen. Maar ze hebben daar de steun van het management bij nodig. Gezamenlijk moeten ze komen tot een alomvattende visie. Als directeur of manager kun je die taak niet simpelweg bij de professionals neerleggen.’

De derde stap bestaat uit het sluiten van coalities met stakeholders (bestuurders, politici, woningbouwverenigingen, onderwijs en politie). ‘Door verhalen te vertellen, kun je laten zien wat je in huis hebt om de wensen van stakeholders te realiseren. Het wordt dan een samenwerking met drie lagen. En op die manier is het mogelijk om bestuurders en politici te overtuigen van de meerwaarde van je werk.’

Lees hier verder (link naar PDF)

 

Dit interview verscheen in het aprilnummer van Sozio, het vakblad voor sociale professionals in het sociale domein.

afbeelding van Sozio