Platform voor buurtontwikkeling

Sociale basis: zaaien, opkweken, aandacht geven

Vijf tips vanuit sociaal werk
Sociale basis: een kwestie van zaaien, water geven, opkweken en aandacht geven

Foto: Les Chatfield (Flickr Creative Commons)

Artikel
20 maart 2018

Sociale basis: een term die steeds vaker opduikt, maar meer vragen oproept dan antwoorden geeft. In deze eerste verkenning werpt Sociaal Werk Nederland zijn licht op deze term en geeft vijf tips hoe deze basis te versterken.

 

 

Een solide sociale basis is in een welvarend land als Nederland even onmisbaar als een fijnmazig wegennet, betaalbare woningen of toegankelijke gezondheidszorg. Die sociale basis zorgt er namelijk voor dat mensen meedoen, het naar hun zin hebben en omkijken naar anderen.

De solide sociale basis bestaat uit drie onderling nauw verbonden pijlers:
1)    de inwoners zelf,
2)    hun netwerken en
3)    de meer formele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen.

Samen dragen zij een inclusieve, betrokken en vitale samenleving. Die basis heeft een belangrijke preventieve functie en verkleint de behoefte aan zwaardere (zorg)voorzieningen. Dát is de transformatie, die moeten we uitbouwen.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Sociale basisvoorzieningen raken aan álle aspecten van het dagelijkse leven: ontmoeting, onderwijs, opvoeding, werk, gezondheid, wonen, bewegen, cultuur en veiligheid. Alles bij elkaar vormen die voorzieningen een vangnet van hulp en steun. Ze zijn zichtbaar en laagdrempelig, iedereen kan er gebruik van maken.

Sociale basis heeft een belangrijke preventieve functie en verkleint de behoefte aan zwaardere voorzieningen. Dát is de transformatie!

Voor veel sociale basisvoorzieningen is de gemeente verantwoordelijk, wettelijk en financieel. Maar ook andere partijen pakken hun verantwoordelijkheid: burgerinitiatieven, zorgverzekeraars, woningbouwcorporaties, ministeries, maatschappelijke ondernemers en het bedrijfsleven. Steeds meer in samenwerking en afstemming met partners.

Ondersteuning en aansluiting

De sociale basis biedt extra aandacht voor bewoners die (tijdelijk) kwetsbaar zijn. Dat mensen met psychische, fysieke of verstandelijke beperkingen structurele ondersteuning nodig hebben is logisch. Maar dat geldt ook voor mensen die tot op hoge leeftijd zelfstandig thuis blijven wonen, mensen die nog maar net in Nederland zijn, (langdurig) mantelzorg bieden of dagelijks kampen met geldstress.Voor veel van hen is de huidige samenleving te ingewikkeld; zelfredzaamheid is dan echt een brug te ver. Zij hebben ondersteuning nodig om zich te redden, soms voor even, soms permanent. Alleen dan kunnen ze aansluiting houden bij de 88% van de Nederlanders die zichzelf gelukkig vinden.

Mazen in het net

In veel gemeentes is de sociale basis de afgelopen jaren danig afgekalfd door bezuinigingen. In sommige gemeentes gebeurt dat nog steeds, zoals recent in Leeuwarden. Tegelijkertijd herbergen buurten steeds meer bewoners met een verhoogde kwetsbaarheid. Dat maakt dat organisaties lokaal nog nauwer en inventiever moeten samenwerken, en dat is ook precies de bedoeling van de transformatie en de decentralisaties van zorg naar welzijn.

Sociale basis vergroot de slagkracht en de reikwijdte van de wijkteams en verkleint het gevaar dat er alsnog mensen door de mazen van het vangnet vallen.

Voor duurzaam succes van die transformatie staan we als sociaal werk samen met gemeentes, bewoners, rijk en organisaties voor de noodzakelijke volgende stap. Want het is mooi dat de wijkteams inmiddels overal in de steigers staan, maar nu moet er ook worden geïnvesteerd in de sociale basis eromheen. Dat vergroot de slagkracht en de reikwijdte van de wijkteams en verkleint het gevaar dat er alsnog mensen door de mazen van het net vallen. Alleen zo kunnen we voorkomen dat zwaardere zorg nodig is.

Foto: Jimi Makos (Flick Creative Commons)

Rol van sociaal werk

Sociaal werk is een cruciaal onderdeel van de sociale basis. Sociaal werkers* zijn present in de volle breedte van het dagelijks leven in de wijk. Ze zoeken de interactie op: met scholen, op straat, op speelplekken en ontmoetingsplaatsen, in wijkteams en in contact met instellingen voor alle mogelijke kwetsbare groepen. Sociaal werkers zijn opgeleid om te signaleren, te acteren en te verbinden. Ze zien welke mensen onvoldoende doen-vermogen hebben en helpen hen ‘in het leven van alledag’ oplossingen te vinden voor die problemen. Laagdrempelig, zonder indicatie, op maat en vanuit het uitgangspunt ‘iedereen kan wát’. Collectief waar het kan en individueel waar het moet.
Bovendien zijn ze bedreven in het schakelen met onder anderen zorgprofessionals als dat nodig is. Dan verwijzen ze niet door, maar halen die andere professionals erbij en werken met hen samen. Op grond van de dagelijkse praktijk signaleren sociaal werkers ook waar gaten vallen in de sociale basis en waar misstanden zijn en kaarten dat aan bij de overheid en samenwerkingspartners.

*Sociaal werker is een overkoepelende vakterm voor een breed opgeleide beroepsgroep met ook specifieke expertise, bijvoorbeeld kinder- en jongerenwerk, schuldhulp, buurtwerk, ouderenadvies, sociaal raadsliedenwerk, maatschappelijke opvang en peuterspeelzaalwerk.

Vijf groeitips

Present zijn, het goede doen en verbinden, het is een vak apart. Maar: dat gaat niet vanzelf. Een sociale basis is een kwestie van zaaien, water geven, opkweken en aandacht geven. Daarom vijf groeitips vanuit Sociaal Werk Nederland:

1. Scharrelruimte

Basisvoorzieningen geven tijdelijk of structureel hulp aan mensen die daar niet zonder kunnen. De relatie tussen bewoners en sociaal werkers is daarbij gebaseerd op samenwerking en vertrouwen. Dat ontstaat niet bij toverslag. Sociaal werkers moeten ‘scharrelruimte’ hebben: tijd en middelen voor oplossingen die soms van de gebaande paden afwijken.

2. Onafhankelijkheid

Gemeentes hebben zorgplicht, meet- en weetplicht, en een wettelijke verantwoordelijkheid voor financiering, kwaliteit en continuïteit hierin. Gemeentes zijn aanjager en regisseur, maar niet noodzakelijk uitvoerder. Een onafhankelijke uitvoeringsorganisatie geeft bewoners meer vertrouwen, keuzevrijheid, maatwerk en laagdrempelige toegang.

3. Vakmanschap

Een zelfredzame samenleving vraagt juist om hogere maatstaven voor professionals. En dus om voortdurende aandacht voor kwaliteit, vakmanschap en een leven lang leren. Die noodzaak moet je ook terugzien in inkoopprijzen en fatsoenlijke tarieven.

4. Brede visie

Decentralisatie en ontschotting hebben helaas ook geleid tot nieuwe of scherpere scheidslijnen tussen bijvoorbeeld Wmo en Wlz, jeugd en volwassenen, wijkgericht werk en regionale en doelgroepspecifieke voorzieningen. Deze scheidslijnen remmen de preventieve waarde van het sociaal domein. Er is behoefte aan een samenhangende visie op het héle sociale domein waarbinnen professionals én organisaties samenwerken over grenzen heen.

5. Voldoende capaciteit

De afbouw van bedden, minder zware zorg, meer eigen kracht en langer thuis wonen in de wijk: dat kan alleen als je tegelijkertijd bouwt aan sociale basisvoorzieningen in diezelfde wijk. Het is een kwestie van communicerende vaten. Zorg dus voor handen in de wijk. Niet als sluitpost van de gemeentebegroting, maar als duurzame investering in de versteviging van de transformatie.

 

Dit visiestuk van Sociaal Werk Nederland verscheen eerder op hun site. Een pdf versie vindt u hier.