Platform voor buurtontwikkeling

Voor buurtontwikkeling bestaat geen methodiek

Eens of oneens?
Voor buurtontwikkeling bestaat geen methodiek

Foto: FotoMediamatic ('Opening Twijfel zaaien en Vrijheidsmaal', Flickr Creative Commons)

Opinie
 
 
 
19 mei 2016

De stelling: 'er bestaat geen methodiek voor buurtontwikkeling' legden we voor aan Joop Hofman, community builder bij onder andere WijzijnABCD, aan Marijke Booijink, projectleider Effectieve Sociale Interventies bij Movisie en aan Andries Baart, hoogleraar Presentie. Lees hun reactie en reageer.

 

 

Joop Hofman vindt dat een methodiek bestaat uit logische handelingen die theoretisch onderbouwd zijn. ‘Vanuit dat perspectief is er veel voor te zeggen dat er een methodiek is’ zegt hij. Toch is hij het eens met de stelling dat er voor buurtontwikkeling geen methodiek bestaat. Waarom? ‘Het probleem is dat methodieken gekoppeld zijn aan professionele interventies. De inbreng van externe professionals en methodieken verstoren het proces van gemeenschapsontwikkeling dat al in de buurt aanwezig is.’

Marijke Booijink is het oneens met de stelling. ‘In de databank staan nu 28 aanpakken voor buurtontwikkeling. Van elke methode zijn materialen beschikbaar waar je zo mee aan de slag kunt. Je kunt door methodisch werken het verschil maken en je aanpak funderen met bestaande kennis over wat werkt. Bovendien kun je door methodisch te werken krachten bundelen en op de schouders van voorgangers staan.’

Andries Baart is het eens met de stelling: ‘De methodiek met zijn gehoorzaamheid vergende karakter, zal in de regel een sta-in-de-weg zijn om open contact te leggen met mensen in hun leefwereld, met de werkelijkheid volgens hun beleving, in hun tempo, in hun bewoordingen, rond hun verlangens. Als je je methodiek met al zijn ingebakken bedoelingen en met al je expertise als een winkelwagentje voor je uit duwt staat dat allemaal tussen jou en de buurtbewoner in’ vervolgt hij. ‘Als je je methodieken, expertise en vaardigheden echter als een rugzak draagt, kun je vrij op de buurtbewoner afstappen, contact maken en vanuit de relatie bepalen wat je uit die welgevulde rugzak gaat halen.’
Hij besluit met: ‘Methodieken zijn een ingrediënt van praktijken, en professionals moeten helemaal geen losse handelingen – al dan niet evidence-based – willen verrichten maar goede praktijken stichten en onderhouden.’

Wat vind jij? Reageer ook op de stelling of op de reacties.

Lees hier de volledige reactie van Joop Hofman:

Een methodiek bestaat uit aantal logische handelingen die theoretisch onderbouwd zijn. Vanuit dit perspectief is er wel veel voor te zeggen dat er een methodiek is. Want inwoners vertellen elkaar al jarenlang hun ervaringen en ze vertellen elkaar verhalen waarmee ze elkaar inspireren en op basis daarvan handelen ze. Dat schreven ze vroeger op door rotstekeningen en tegenwoordig op Facebook.

Gemeenschapsontwikkeling ontstaat vanzelf in buurten

Een methodiek wordt vaak gekoppeld aan professionele interventies. En dat doet onrecht aan de ontwikkeling van buurten. Omdat buurten en dorpen zich vanuit zichzelf ontwikkelen. Dat doen ze al honderden en zelfs duizenden jaren. Zet mensen bij elkaar en er ontstaat gemeenschapsontwikkeling. Dat zie je bijvoorbeeld bij de vluchtelingenkampen in Calais en Duinkerken. Binnen no time zijn er winkels, schooltjes, culturele plekken voor muziek en theater, omgangsregels (lokale democratie), enz. Mensen verhouden zich altijd tot een ander en ze ontwikkelen zich daarom samen.

’Een methodiek wordt vaak gekoppeld aan professionele interventies. Dat doet onrecht aan de ontwikkeling van buurten’

Hoe gaat dat in zijn werk?

En als je, zoals ik nu op een zaterdagochtend, door je oogharen heenkijkt, zie je een aantal ontwikkelprocessen:

  • Inwoners doen iets in het publieke en met anderen op basis van eigen lol, gedrevenheid, vermogen (onderwijzen, mensen helpen, handelen, samen binden…).
  • Er zijn altijd inspirerende leiders, mensen die anderen in de gemeenschap aanjagen en er bij trekken,
  • Er ontstaan altijd verbanden tussen mensen omdat ze op één plek wonen, dezelfde geschiedenis hebben meegemaakt, dezelfde interessen hebben, etc. Deze verbanden binden, geven rust, vertrouwdheid, en ruimte voor een eigen geluid,
  • Mensen willen vooruit. Er is altijd een verlangen naar...  Dat is de brandstof om een stap te zetten.
  • Er is altijd een vorm van betrokkenheid bij de anderen. Variërend van noodzakelijke afhankelijkheid, bijvoorbeeld omdat die ander goed kan timmeren, tot zorgzaam zijn, omdat je de ander wilt ondersteunen omdat hij een been mist.

Daarnaast is er net zoveel creativiteit, handigheid en communicatietalent beschikbaar als een buurt nodig heeft voor zijn ontwikkeling. Elke buurt of gemeenschap heeft zich op deze wijze ontwikkeld. De methodische formule is dan iets als: I x L x V x V x B (Inwonerskapitaal X Leiderschap X Verbanden X Verlangen X Betrokkenheid = buurtontwikkeling).

Professional moet door de buurt worden uitgenodigd

Dit proces wordt verstoord door inbreng van externe professionals, vaak omdat er iets ontbreekt. Bijvoorbeeld een afname van de eigen inzet, of een gebrek aan lokale leiders, of geen gezamenlijke visie of minder betrokkenheid bij de ander. Elke professionele interventie veroorzaakt een verstoring. Soms is dat nodig omdat er bijvoorbeeld geen culturele ontmoeting meer is, of geen scholen, of te zware zorgproblemen. Als deze professionals uitgenodigd zijn door de buurt en zodoende onderdeel worden van het weefsel, dan is het een aanvulling (bijvoorbeeld: de wijkarts, de hoofdonderwijzer) en wordt de verstoring een aanpassing en toevoeging.

Problemen worden groter waar verstorende interventies zich ontwikkelen tot de norm voor buurtontwikkeling. Als doel en middel zich omkeren. Wanneer een interventie voor onderwijssteun, of het aanmoedigingen van gezonder leven gebruikt worden als kwaliteitsnorm van goed samenleven. Dus: een werkgelegenheidspercentage van X%, deelname aan verkiezingen van X %, niet meer dan X% ongeletterden, niet meer dan een X-aantal mensen met psychische problematiek, etc. Het aantal werklozen of ongeletterden bepaalt namelijk niet of een samenleving zich goed tot elkaar verhoudt.

Laat extern professioneel werk gewoon belangrijk verstorend blijven.

Lees hier de volledige reactie van Marijke Booijink:

Voor buurtontwikkeling bestaan gelukkig heel veel methodieken! Breng een bezoekje aan de databank Effectieve sociale interventies, bekijk het thema ‘buurtontwikkeling’ en het bewijs is geleverd! Maar liefst 28 aanpakken zijn hier verzameld. Van elke methode zijn materialen beschikbaar die u kunt opvragen bij de ontwikkelaar ervan en waar u zo mee aan de slag kunt.

De buurtwerker moet de buurt kennen om de methode te kiezen

Fronst u nu uw wenkbrauwen en denkt u: ‘moet ik mij als buurtwerker gevangen laten nemen door dergelijke geprotocolleerde toestanden? Elke buurt is anders! Bovendien zijn het juist de buurtbewoners zelf die steeds meer het heft in eigen handen nemen!’ Ik kan u geruststellen: u als buurtwerker blijft stevig aan het roer staan. Alleen sociale professionals die de buurt tot in de haarvaten kennen, kunnen beoordelen welke methodiek daar het beste past. Bovendien laten de beschreven aanpakken alle ruimte voor het noodzakelijke maatwerk. Dat daarbij het initiatief bij de burger ligt is niet nieuw. Bij de meeste in de databank opgenomen methoden vormt het burgerinitiatief juist de kern ervan. Maar, dat het initiatief meer dan ooit bij de bewoners ligt, betekent niet dat de buurtwerker hen los laat. De vraag hoe je burgerinitiatieven juist kunt laten floreren, is waar het om draait.

'Met methodisch werken kunnen we de krachten bundelen en op de schouders van onze voorgangers gaan staan'

Het nut van methodisch werken

Wat is daarbij dan het nut van dergelijke methodieken? Wat is het überhaupt? Wij verstaan onder een interventie of methodiek ‘een systematische manier van handelen om een doel te bereiken’. Die definitie verwoordt gelijk de kans die methodisch werken biedt voor opbouwwerkers: je kunt door methodisch te werken ervoor zorgen dat je echt verschil maakt voor de buurten en bewoners waarvoor je werkt.

Voorgekookte methodieken of zelf bedenken?

Maar daarvoor hoef ik toch nog niet met voorgekookte methodieken te werken? Ik kan er toch ook zelf mijn aanpak bedenken en er daarbij voor zorgen dat ik systematisch werk, zodat ik mijn doel behaal? Het echt goed doordenken waarom je met de gekozen aanpak bij een specifieke doelgroep het beoogde doel bereikt, is een intensief traject (zie ook Bouwstenen voor een effectieve sociale interventie). Wanneer je daarbij bovendien gebruik maakt van bestaande kennis over wat werkt bij buurtontwikkeling maak je extra aannemelijk dat je aanpak werkt. Via evaluatieonderzoek kan de aanpak verder worden aangescherpt en de behaalde resultaten zichtbaar gemaakt worden.

De buurtwerker hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden

Bij de bestaande methodieken uit de databank is erg veel energie in de ontwikkeling ervan gestoken. Een toenemend aantal daarvan is bovendien door onafhankelijke (praktijk-)beoordelaars tegen het licht gehouden. Het is gewoonweg ondoenlijk voor elke afzonderlijke opbouwwerker, verspreid over alle dorpen, buurten en wijken van Nederland, om een eigen aanpak op dergelijke doorwrochte wijze vorm te geven. En het is zonde dat het wiel steeds opnieuw uitgevonden moet worden, zonder voort te borduren op dat wat al werkt. Zeker nu steeds meer buurtwerkers niet meer in dienst zijn van welzijnsorganisaties, maar opereren als zelfstandige, is de overdracht van kennis, zoals we die vroeger kenden, niet meer vanzelfsprekend. Met methodisch werken kunnen we de krachten bundelen en op de schouders van onze voorgangers gaan staan. Zo zorgen we ervoor dat de impact van het buurtwerk steeds een beetje groter en zichtbaarder wordt.

Lees hier de volledige reactie van Andries Baart:

Wat vermag een methodiek?

Voor buurtontwikkeling bestaat geen methodiek – dat is de stelling om op te reageren. Ik denk dat dat inderdaad zo is en zal dat onderbouwen. Dat gebeurt nogal grondig en principieel. De strekking van mijn antwoord gaat dan ook verder dan deze eenvoudige stelling. Enfin, lees maar en je ziet het vanzelf.

Antwoord op welbepaald probleem

Ik begin met binnen de lijntjes te kleuren. Als methodieken al ergens een beproefd antwoord op zouden zijn dan toch op de vraag hoe je een welbepaald probleem oplost. Maar als er geen nauw omschreven probleem noch een operationeel idee is van de te bereiken eindsituatie en we het moeten doen met een zeer breed doel (‘buurtontwikkeling’) kunnen we alleen maar sceptisch zijn: nee, dan bestaat er geen methodiek. Of er bestaan er ontelbaar vele en betekent het concept ‘methodiek’ niet veel meer.

Hier zit bovendien nog een addertje onder het gras. Het centrale begrip (buurtontwikkeling) is een zogenaamd interpretandum: een betekenisgeladen begrip dat almaar geïnterpreteerd moet worden om te weten wat ermee bedoeld is. Instabiel dus, veelvoudig, betekenisafhankelijk. Probate methodieken gaan onvermijdelijk over zaken waarvan de betekenis nu juist wél vaststaat (een longontsteking, een verbrandingsmotor, de zeespiegel, etc.): hoe kunnen methodieken probaat zijn voor iets wat steeds van betekenis verandert? Mijn voorstel zou niet zijn om van ‘buurtontwikkeling’ dan maar een strakke en dus geforceerde omschrijving te maken. Het is niet voor niets een almaar te interpreteren kwestie!

Methodiek als winkelwagentje of rugzak

Nog even binnen de lijntjes. De methodiek met zijn gehoorzaamheid vergende karakter, zal in de regel een sta-in-de-weg zijn om open contact te leggen met mensen in hun leefwereld, met de werkelijkheid volgens hun beleving, in hun tempo, in hun bewoordingen, rond hun verlangens. We zien dat voortdurend: de professionals en politici hebben uitgesproken bedoelingen en handelen daarnaar. Zo overlopen ze buurtbewoners die zich vervolgens miskend zullen voelen (en allicht rechts populistisch gaan reageren).

In deze context maken we graag het onderscheid tussen je methodiek als winkelwagentje en als rugzak. Als je je methodiek met al zijn ingebakken bedoelingen en met al je expertise als een winkelwagentje voor je uit duwt, staat dat allemaal tussen jou en de buurtbewoner in. Als je je methodieken, expertise en vaardigheden echter als een rugzak draagt, kun je vrij op de buurtbewoner af stappen, contact maken en vanuit de relatie gaan bepalen wat je uit die welgevulde rugzak gaat halen. Misschien die methodiek voor de buurtontwikkeling (als deze al bestaat), misschien wat anders. Een gevulde rugzak moet je dan dus wel hebben.

Methodiek en verstandigheid

De volgende kanttekening zit op het randje van de kleurplaat ‘Methodiek’. Methodieken bevatten op basis van hun probleemanalyse (a) aanwijzingen en voorschriften hoe een doel het best bereikt kan worden, (b) een idee van het nastrevenswaardige goed, (c) van de (morele) grenzen die je moet respecteren (bijv. geen bommen, geen geweld) en (d) van de relatievorming: hoe dienen de betrokkenen met elkaar, elkaars kennis, waardigheid en posities om te gaan? Natuurlijk is het verstandig om je aan deze regels te houden, alleen moet je dat niet doen als het niet verstandig is. Met andere woorden: voor het welslagen van je onderneming is het soms (best vaak eigenlijk) gewenst de methodiek, op onderdelen of in zijn geheel, langdurig of tijdelijk, niet te volgen, in staat te zijn tot verstandige regelovertreding, en dus in staat te zijn verder te gaan waar de methodiek ophoudt. Minstens zo noodzakelijk als een goed methodiek is ontwikkelde, professionele verstandigheid.

Kennis van handelingen of van praktijken

Dat hangt samen met wat anders – allang goed doordacht in de moderne sociale wetenschappen en wijsbegeerte maar nog maar nauwelijks doorgedrongen tot het veld en de databanken met beproefde methodieken. Methodieken zijn een ingrediënt van praktijken, en professionals moeten helemaal geen losse handelingen – al dan niet evidence-based – willen verrichten maar goede praktijken stichten en onderhouden. Daartoe worden óók menselijke lichamen ingeschakeld, instituties met hun gevestigde routines, gebouwen, sociale scripts, etc. en is een enkele methodiek beslist te licht en te naïef. Een flink deel van ‘buurtontwikkeling’ als praktijk komt bij een methodiek niet in beeld, verdwijnt in de reductie, wordt weg-geschematiseerd en zal daardoor buiten beeld blijven maar het succes van de methodiek grondig verstoren. Methodieken zijn producten van oud denken in termen van handelingen, we doen er wijs aan modern praxeologisch denken tot uitgangspunt te nemen en daarin methodieken een plek te bieden.

‘Als je werkelijk begrijpt waarom het te doen is, is methodisch werken nog altijd raadzaam maar verder een bijzaak: je moet het goede nastreven waarbij goed nastreven secundair wordt’

De verwaarloosde pijlers van een methodiek

We kleuren inmiddels dus al over de lijntjes. We moeten begrijpen dat voor het (juist, goed, billijk, proportioneel etc.) hanteren van een methodiek kwaliteiten nodig zijn die buiten de methodiek vallen maar onmogelijk gemist kunnen worden. Ik heb ze wel eens aangeduid als de (a) metamethodiek (de knoppen van de methodiek kennen en begrijpen hoe je de methodiek kunt bijstellen voor het unieke, afwijkende geval), (b) de paramethodiek (zeg: de gewone alledaagse menselijke eigenschappen die nodig zijn bij de invulling van een methodiek, zoals interesse en aandacht hebben, rechtvaardig en trouw zijn, mededogen kennen etc., en (c) en epimethodiek (alles wat je om de methodiek heen nodig hebt: begrijpen wat helpen is of een hulpvraag, wat een burger is, wat lijden onder onrecht of schaamte, wat een institutie is of de waarde van de wet). Een methodiek is zonder deze drie volkomen waardeloos en onbruikbaar. Red ons van methodiektoepassers zonder deze drie. Nee, om met succes aan buurtontwikkeling te doen, zijn naast een eventuele methodiek in elk geval ook meta-, para- en epimethodiek nodig.

Weten waar het uiteindelijk om gaat

Methodieken kunnen zichzelf niet of maar moeilijk op koers houden. Dat is een relevante opmerking omdat we gaandeweg het gebruik van een methodiek deze almaar moeten (her)interpreteren, bijsturen, aanvullen, buiten werking stellen, vernieuwen etc. en dat kan alleen goed gebeuren als de werker in staat is tot finaliseren: de vraag kan beantwoorden waar het uiteindelijk om te doen is. Wat is de finis of het telos  (doel) van buurtontwikkeling eigenlijk? Het antwoord op die vraag is lastig maar bestaat er niet in de methodiek nog eens met kracht naar voren te schuiven. Integendeel: dan is een ander soort denken geboden, veel (politiek) moreler en institutioneler. Als je werkelijk begrijpt waarom het te doen is, is methodisch werken nog altijd raadzaam maar verder een bijzaak: je moet het goede nastreven waarbij goed nastreven secundair wordt. Ik zie te vaak ‘goed nastreven’ en te weinig ‘het goede nastreven’, dat wat er uiteindelijk toedoet. Wat zou dat zijn bij buurtontwikkeling?

 

Andries Baart

<p>Hoogleraar Presentie en Zorg</p>