Platform voor buurtontwikkeling

Verhuur van recreatiemeertjes

Traditie zelfbeheer biedt alternatief
Verhuur van recreatiemeertjes

Henschotermeer  Foto: Ruben Holthuijsen (Flickr Creative Commons)

Blog
afbeelding van Nico de Boer  
1 mei 2018

Nico de Boer neemt ons mee in de groeiende markt van recreatiegebieden. Hij pleit voor een alternatief: tussen overheid en markt ligt een kansrijk gebied van zelfbeheer.

 

 

 

Jarenlang mocht je gratis zwemmen in het Henschotermeer in Woudenberg. Vanaf dit voorjaar is dat voorbij. De eigenaars van het landgoed Den Treek-Henschoten waarin het meertje ligt, de familie De Beaufort, verhuurde het tot vorig jaar aan een samenwerkingsverband van de provincie Utrecht en elf gemeenten in de omgeving. Samen zorgden zij voor een paar elementaire voorzieningen en hielden ze de kwaliteit van het zwemwater in de gaten.

Overheid óf markt?

Dat samenwerkingsverband is echter ter ziele en de familie De Beaufort vond een naburige campingbaas bereid om de exploitatie over te nemen. Bezoekers moeten vanaf nu €2,95 per keer betalen. Een seizoenkaart kost €29,50.

Het Henschotermeer – in de volksmond ‘Het Hens’ – is niet de enige plek waar zoiets gebeurt. Recreatiemeertjes zijn in grote delen van ons land een groeimarkt. Gemeenten vinden exploitatie geen prioriteit en maken er uit geldnood vaak een potje van. Slimme ondernemers zien kansen als ze de boel wat kunnen pimpen: hippe horeca, een festivalletje, waterskiën, dat soort dingen.

Maar is de keus wel zo beperkt? Is het altijd alleen maar óf overheid óf markt?

Ons gemeengoed

Wie over die vraag wil nadenken, vindt mooie voeding in een recente aflevering van VPRO Tegenlicht over ‘Ons gemeengoed’. Centraal daarin staat de vraag welke rol burgercollectieven kunnen spelen bij het oplossen van de problemen van deze tijd. De Gents/Utrechtse hoogleraar Tine de Moor legt in de documentaire uit hoe overheden die potentiële rol van actieve burgers systematisch onderschatten omdat ze klakkeloos geloven in wat de Amerikaanse ecoloog Garret Hardin in 1968 beschreef als ‘The tragedy of the commons’.

Iedere vorm van gemeenschappelijk bezit, zo stelde Hardin, is gedoemd te falen omdat iedereen altijd zal proberen zijn eigen opbrengst te maximaliseren ten koste van het collectief. Gemeenschappelijke weidegronden verpieteren omdat de collectieve eigenaars gaan over-begrazen. Zo zou het Henschotermeer ‘verrommelen’ omdat niemand er een specifieke verantwoordelijkheid voor voelt.

Collectief natuurbeheer

Dat die kijk te beperkt is, betoogt sinds jaar en dag de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom. Zij ontwikkelde op basis van jarenlang onderzoek acht principes die met elkaar het succes van collectief natuurbeheer kunnen vergroten. ‘Stel duidelijke groepsgrenzen vast’ en ‘Maak trapsgewijze sancties voor regelovertreders’: met dat soort concrete regels gaat collectief beheer best goed.

Je hoeft dus helemaal niet te kiezen tussen overheid of markt; daartussenin bevindt zich de wereld van het zelfbeheer

Lange traditie

Kandidaat-zelfbeheerders zijn er genoeg rond het Henschotermeer. Zo is er een actiegroep ‘Vrije plens in het Hens’ die al meer dan 8000 handtekeningen ophaalde om het meer gratis toegankelijk te houden. Curieus is, dat het exploitatietekort tussen 2013 en 2017 slechts €114.000  bedroeg. Voor de marktadepten onder u: dat is €14,25 per handtekening per jaar. Met kiene vormen van zelfbeheer moet dat bedrag nog lager kunnen.

Mooie bijkomstigheid is dat de familie De Beaufort al een lange traditie van zelfbeheer kent: landgoed Den Treek-Henschoten is gezamenlijk eigendom van maar liefst 540 nakomelingen van Willem Hendrik de Beaufort, die het landgoed in 1807 kocht. Als er érgens in ons land kansen liggen om natuurverhuur te verijdelen, is het rond Het Hens.

 

 

afbeelding van Nico de Boer

Nico de Boer

Ik ben zelfstandig onderzoeker en auteur op het gebied van welzijnswerk en wijkgericht werken.
afbeelding van Nico de Boer  

Nico de Boer

Ik ben zelfstandig onderzoeker en auteur op het gebied van welzijnswerk en wijkgericht werken.