Platform voor buurtontwikkeling

Verder kijken dan de keukentafel

Het belang van wederkerigheid in en de aard van sociale relaties
Verder kijken dan de keukentafel

Foto: BuurtBalie

Blog
afbeelding van Daniel Pit  
8 januari 2018

Geïnspireerd door het onderzoek ‘De beloften van nabijheid’ schreef Daniël Pit deze blog over de grenzen van het eigen netwerk en de kracht van het collectief.

 

 

 

Ik kan geen wijkkantoor binnenlopen of ik vang zinsneden op als ‘Kunnen uw buren niet een handje helpen?’ of ‘Is er niemand in de familie die kan ondersteunen?’. Het is de normaalste zaak van de wereld dat sociaal werkers dit soort dingen zeggen tegen mensen die hulp vragen. Want ja, hoor ik ze verzuchten, de overheid betaalt niet alles meer en mensen moeten het vooral zelf doen.

Ik spreek veel sociaal werkers waarbij het ongemak over deze manier van denken groeit. Steeds vaker vraagt men zich af of die focus op het netwerk van hun cliënten wel effectief is. Dit gaat behalve hulpverleners ook opbouwwerkers aan. In de zoektocht naar andere denk- en werkwijzen kom je namelijk uit bij alternatieve voorzieningen in buurten en dorpen, bij uitstek het werkterrein van de opbouwwerker.

De belofte van nabijheid

Door mij, als medeorganisator van het jaarlijkse Krachtproeffestival, was dit dan ook de reden om Femmianne Bredewold uit te nodigen voor een keynotespeech. Zij doet onderzoek naar informele netwerken aan de Universiteit voor Humanistiek. Ik hoopte dat ze de aanwezige opbouwwerkers zou inspireren om tot nieuwe ideeën te komen.

In haar keynote vertelde Femmianne over haar meest recente onderzoek: de belofte van nabijheid. Voor dit onderzoek zijn in verschillende steden meer dan 200 keukentafelgesprekken bijgewoond waarvan er 64 geanalyseerd zijn. De conclusie tot nu toe: inzetten op extra inspanning van het netwerk rondom hulpbehoevenden werkt niet!

Hoeveel kan een netwerk aan?

Het is opvallend dat het niet lukt om die netwerken extra in te zetten, terwijl de overheid zich uitdrukkelijk richt op het stimuleren van informele hulp. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in bijna alle gevallen het netwerk ter sprake wordt gebracht, maar dat dit niet leidt tot extra inzet van het netwerk. Zelfs niet als de professional er expliciet om vraagt.

De redenen hiervoor lopen uiteen. Soms heeft het te maken met de fysieke afstand tussen familieleden, soms met de aard van relaties, maar meestal met het gegeven dat het netwerk al belast is. Dat laatste bleek het geval te zijn in meer dan de helft van de geanalyseerde gesprekken. Mensen worden dus vaak al geholpen door hun naasten. Om dan nóg meer te doen, is dus letterlijk te veel gevraagd.

Een armoedig ideaal of een waardevol streven?

Tijdens haar toespraak wierp Femmianne de vraag op: is zelfredzaamheid een armoedig ideaal of een waardevol streven? Ze riep de aanwezige opbouwwerkers op om buiten de gebaande paden te denken en verder te kijken dan het bestaande netwerk. Desgevraagd gaf ze een oplossingsrichting mee:

'Bedenk een manier om de hele gemeenschap te betrekken bij het helpen van elkaar. In mijn eigen praktijk ben ik dorpen tegengekomen waar ze een slimme manier gevonden hebben om elkaar hulp te bieden. Zo zijn er initiatieven waarbij mensen kenbaar kunnen maken hulp te willen bieden of vragen. Vervolgens zorgt een coördinator uit de buurt er voor dat vraag en aanbod bij elkaar komen'

Maar wat zijn nou de succesfactoren van dit soort initiatieven? Een aantal daarvan gaf Femmianne ons prijs.

Wederkerigheid

Het begint met wederkerigheid. Meeste van ons vinden het niet fijn om alleen hulp te moeten vragen. Als een persoon enkel hulpvrager is, ondergraaft dat namelijk de balans in de relaties die hij onderhoudt. Er zijn initiatieven waar iemand alleen iets kan vragen als hij daarnaast ook iets te bieden heeft. Dat kan van alles zijn: een taart bakken, een kopje koffie met iemand drinken of iemands hond uitlaten. Dat maakt het voor mensen makkelijker om hulp te vragen. Ze doen er immers ook iets voor terug.

Mensen doen graag iets terug als ze geholpen zijn

 

 

Zo zijn er klussendiensten waar vrijwilligers - al dan niet met afstand tot de arbeidsmarkt - voor een kleine vergoeding klussen in en rondom het huis doen. Die vergoeding werkt drempelverlagend, ook daar schuilt een vorm van wederkerigheid in. Mensen doen graag iets terug als ze geholpen zijn.

Aard van de relatie

Sociale relaties kennen begrenzingen. De aard van de relatie kan dan ook een belemmering vormen voor het bieden of vragen van hulp. Een buurvrouw vraag je misschien wel om de container aan de straat te zetten, maar niet om te helpen bij je financiën. Iets soortgelijks geldt voor een goede vriend. Die wil jou misschien wel een keer helpen met klussen, maar om nou wekelijks je gras te maaien…

In geval van een burenhulpproject, één van de voorbeelden die Femmianne aanhaalde, is er meer afstand tussen de hulpvrager en hulpbieder. Soms kennen ze elkaar niet eens. Die sociale afstand maakt het dus soms makkelijker om hulp te vragen.

Benut de kracht van het collectief

Fijn dit verhaal, maar wat hebben de opbouwwerkers nou hieraan? Opbouwwerkers hebben geen contact met zorgcliënten en voeren geen keukentafelgesprekken. Niettemin denk ik dat opbouwwerkers een unieke bijdrage kunnen leveren aan het effectief organiseren van informele hulp.

 

Het opbouwwerk kan helpen door de juiste personen en organisaties met elkaar in contact brengen. Het is ontzettend waardevol als een sociaal werker aan de keukentafel kan doorverwijzen naar hulp in de buurt in plaats van het directe netwerk van de cliënt verder te belasten.

Door informele hulp in brede netwerken te organiseren kunnen we optimaal gebruik maken van de werkzame ingrediënten die Femmianne ons heeft aangereikt. Zo kijken we verder dan de keukentafel en benutten we de kracht van het collectief.

afbeelding van Daniel Pit

Daniel Pit

Ik ben een opbouwwerker in hart en nieren. In 2012 ben ik voor mezelf begonnen. Nu heb ik het voorrecht overal en nergens te mogen werken.
afbeelding van Daniel Pit  

Daniel Pit

Ik ben een opbouwwerker in hart en nieren. In 2012 ben ik voor mezelf begonnen. Nu heb ik het voorrecht overal en nergens te mogen werken.