Platform voor buurtontwikkeling

Thuis Op Straat: opvoeden en signaleren vanaf het plein

Een XL-praktijkverhaal over gepassioneerde pleinwerkers
De methode Thuis Op Straat: opvoeden en signaleren vanaf het plein

Still uit: TOS Charlois - Voorjaarsvakantie Zaalvoetbal Toernooi (Youtube)

Praktijkverhaal
afbeelding van Marcel van Engelen  
26 mei 2017

 

Door sport- en spelactiviteiten aan te bieden op pleintjes hebben de medewerkers van Thuis Op Straat (TOS) intensief contact met jongens en meisjes in achterstandsbuurten. Zo komen ze ook achter de voordeur. ‘Wij zijn de ogen en oren van de wijk.’

 

De regels van het plein hangen hoog aan het hek van het kunstgrasvoetbalveldje. In 2015 zijn ze feestelijk onthuld, na uitvoerig overleg met buurtbewoners en kinderen.

Wij spelen allemaal samen op dit plein
Wij behandelen iedereen met respect
Als we ruzie hebben praten we hierover met elkaar
Wij houden het plein schoon.

De verleiding is groot om te denken dat het bord zal verweren en de regels niet meer dan mooie woorden zijn, zoals een bordje met ‘verboden honden uit te laten’ op een veldje waar omwonenden hun honden massaal laten poepen. Maar de indruk is een andere als op een woensdag zo’n twintig jongens voetballen in de namiddagzon van Gageldonk­West, een wijk in Bergen op Zoom met naoorlogse portiekflats en simpele rijtjeshuizen. Aan het begin van de middag zijn de begeleiders van Thuis Op Straat (TOS), Kamal El Bousaksaki en Wim van Riesen, aan komen rijden met een autobusje. Ze hebben hun grote tas met spullen langs de kant uitgestald – een basketbal, een springtouw, loopblikken, frisbees – en doen in hun blauwe TOS­jassen mee met een fanatiek potje voetbal op het veld. Ze coachen, delen strafschoppen uit en leggen het spel stil wanneer het te ruw wordt.

Het K-woord is verboden

‘En als je het k­woord gebruikt, grijpen ze ook in’, zegt Ayyoub (13) die langs de kant samen met zijn vriend Alper (16) werkt aan zijn skills voor het freestyle voetbal: ze doen onbeschrijflijke trucjes met de bal. De kunst is die eerst te laten landen (voor het eerst doen) voordat je ze kunt masteren (perfect beheersen), vertellen ze ratelend. Daarna delen ze hun blocks en lowers via sociale media met de wereld. Het freestyle voetbal is een wereld op zichzelf, met een eigen taal.

Maar het k­-woord dus. Dat is strikt verboden op het plein, in elk geval als de begeleiders van TOS er zijn. Ayyoub spreekt uit ervaring. ‘Ik ben er vaak uitgestuurd. Nu gebruik ik het niet meer. Ik zeg nu: kapot.’

Zijn ze heus zo streng en consequent? Is een verbod op een zoveel op straat gebruikt woord wel te handhaven? ‘Wij tolereren het absoluut niet,’ zegt El Bousaksaki even later beslist. ‘We staan helemaal geen grof taalgebruik toe. Als je het wel doet, gaat het van kwaad tot erger.’

Verderop staat zijn collega Wim met een arm over de schouder van een jongetje dat niet zo goed kon meekomen op het veld. Wim fluistert het een en ander in zijn oor. ‘Het jongetje wordt gepest,’ zegt El Bousaksaki. ‘Dat kan je niet helemaal voorkomen, zeker niet als we er niet bij zijn. Maar het heeft onze aandacht. Als het te erg wordt, spreken we ook de familie van de pesters erop aan.’

Mede opvoeden en de ogen en oren zijn van de buurt

Gageldonk­West is een van de zwakkere wijken van een stad, die kampt met relatief grote sociale problemen. Mede vanwege de ligging aan het Zeeuwse water en dichtbij Antwerpen kent Bergen op Zoom nogal wat drugscriminaliteit. De TOS­medewerkers komen er drie keer per week, minimaal met zijn tweeën en altijd op hetzelfde tijdstip, zodat de kinderen weten wanneer ze er zijn.

Veel stadskinderen spelen weinig buiten en zijn, mede door het beperkte budget van hun ouders, geen lid van een sport­ vereniging. Jongens zitten te gamen, meisjes worden uit voorzorg binnen gehouden. TOS beoogt kinderen te laten bewegen in de buitenlucht. Al is dat slechts het begin van het verhaal. TOS wil de kinderen aandacht geven, zelfvertrouwen bijbrengen en sociaal gedrag belonen. Bovendien wil TOS buurtbewoners betrekken, sociale problemen signaleren en die doorleiden naar relevante wijkpartners en organisaties.

Anders gezegd: vanuit hun sport en spelactiviteiten wil TOS mede opvoeden en de ogen en oren van de buurt zijn. Dat doen ze op de pleinen – in elke buurt waar ze actief zijn, is TOS drie à vier keer per week aanwezig – en daarnaast organiseert TOS vele andere activiteiten om het klimaat in de buurt te verbeteren. Bijvoorbeeld een Halloween­optocht, huiswerkbegeleiding of een huttenbouwweek.

Van het plein tot achter de voordeur

Het bijzondere is dat TOS van buiten naar binnen werkt. Vanaf de pleinen in achterstandswijken van steden reiken ze tot achter de – vaak gesloten – voordeur. ‘Via de jongens en meisjes die bij ons spelen, leren we ook hun familie en thuissituatie kennen,’ zegt El Bousaksaki.

Thuis Op Straat begon in 1996 in de Rotterdamse wijken Hillesluis en het Nieuwe Westen. Het was de opvolger van Duimdrop: zeecontainers met speelgoed aan de rand van pleinen in achterstandswijken, dat onder toezicht van ‘tante Bep’ en anderen werd uitgeleend. Kinderen konden daardoor spelen en de leefbaarheid werd vergroot. In wezen is TOS de mobiele variant van Duimdrop. ‘We zijn nu flexibeler en kunnen meer plekken bedienen,’ zegt Peter Steenbergen, van meet af aan betrokken bij TOS als projectleider.

Zijn de TOS­medewerkers overal welkom? Worden ze soms niet weggepest? En zijn er geen pleinen waar helemaal geen belangstelling is voor sport en spel? ‘Het is wel eens gebeurd dat TOS’ers zijn weggepest, maar dat is echt uitzonderlijk,’ zegt Steenbergen. ‘En je kunt altijd wel iets doen, al was het maar een gesprek aanknopen met een buurtbewoner.’

‘Wij zetten in op de spannende plekken. Daar kunnen we iets betekenen’

De locaties worden bovendien zorgvuldig uitgekozen. Steenbergen weet nog hoe aanvankelijk een driedeling werd gemaakt: leuke plekken, spannende plekken en ramplocaties. Op de plekken van de eerste categorie was TOS niet nodig. De derde categorie was voor de politie. ‘Wij zetten in op de spannende plekken. Daar kunnen we iets betekenen.’

Steenbergen (46) doet zijn verhaal in een rommelig kantoor in de kantine van sportspeeltuin Hillesluis, in de schaduw van stadion De Kuip. Het is er een komen en gaan van TOS­medewerkers die verschillende wijken bedienen in stadsdeel Feijenoord, waar Steenbergen verantwoordelijk voor is. Hij wekt de indruk van een buurtwerker oude stijl, met sociaal­democratische idealen en het vermogen met iedereen een praatje te maken. Maar dan wel met jeugdig elan en vol praktische ideeën.

De spannende plekken die TOS anno 2016 bedient, liggen door de halve Maasstad, in vijf stadsdelen, alsook in Bergen op Zoom, Breda en Leiden. Daar draait het allemaal om de zeven A’s, heeft Steenbergen bedacht: aandacht, aanspreken en aanmoedigen door middel van activerend alternatief aanbod. Zo ben je het anker van het plein. Hij verontschuldigt zich voor zijn marketingretoriek. ‘Ik heb die A’s verzonnen, omdat er wel eens ambtenaren en andere belangstellenden komen aan wie ik moet uitleggen wat we doen. Op het eerste gezicht kan het best tegenvallen: we dragen een TOS­shirt of jasje en doen leuke dingen met kinderen.’

Intensief en langdurig contact: ‘van de 365 dagen per jaar, zijn we 355 actief’

Wat Steenbergen bedoelt: je kunt jongens op een plein zien voetballen en meisjes ernaast zien touwtje springen. Je kunt komen kijken naar de huttenbouwweek, die TOS in de sportspeeltuin van Hillesluis organiseert aan het begin van de zomervakantie. Maar wat er allemaal achter schuil gaat – het brede sociale netwerk, de binding, de contacten met instanties in de wijk, met scholen, corporaties, lokale middenstand – dat kun je met het oog niet waarnemen. ‘Alleen al bij de voorbereiding van de huttenbouwweek zijn dertig vrijwilligers betrokken,’ zegt Steenbergen.

Elementair voor de werking van TOS: intensief en langdurig contact. ‘Van de 365 dagen per jaar, zijn we 355 actief,’ zegt Steenbergen. Op elk plein waar TOS actief is, zijn de medewerkers drie à vier keer per week aanwezig. Minder frequente aanwezigheid doet het effect teniet; voor betekenisvol contact met kinderen en buurt moet je er veel zijn. En jaren achtereen. Steenbergen werkt al twintig jaar in Feijenoord. De TOS­baas van Hillesluis, Piet Looijen, zelfs al 28 jaar. De nieuwe, jongere mensen werken er vijf tot zes jaar. Alleen zo kun je een vertrouwensband ontwikkelen.

‘Voor betekenisvol contact met kinderen en buurt moet je er veel zijn’

Veel buurtbewoners en vrijwilligers die af en aan lopen in Hillesluis, maken geen onderscheid tussen de sportspeeltuin, TOS en Peter. ‘Dat is een goed teken. Het gaat niet om TOS, het gaat om vertrouwen. Vroeger zeiden kinderen niet: ik ga naar Duimdrop. Ze zeiden: ik ga naar tante Bep. Dan ben je waar je wezen wil.’

Steenbergen ziet de dagelijkse sport­ en spelactiviteiten op de pleinen als basis voor een opvallend breed scala aan activiteiten. TOS Feijenoord organiseert ook een mini­jeugdland, korte vakanties (één nachtje) op cruiseschip SS Rotterdam, een stoeprandentoernooi en een Halloween­optocht. Ook selecteert en traint TOS een voetbalteam voor een internationaal Cruyfcourttoernooi. Het organiseert een dag in de speeltuinkantine, waarbij ouderen uit de buurt aan jongeren worden gekoppeld. En in opdracht van de stadsmarinier gingen TOS’ers kort geleden driehonderd adressen langs met informatie over goede sloten en het politiekeurmerk Veilig wonen. ‘Dan ontdek je bijvoorbeeld dat een kind van zes overdag thuis is, niet naar school gaat, zonder aanwijsbare reden. Dat noem ik bijvangst.’

De primaire doelgroep van TOS bestaat uit kinderen en jongeren in de leeftijd van vier tot twintig jaar. Maar Steenbergen ziet het veel ruimer: ook ouderen horen tot de doelgroep. ‘Wij willen iedereen bereiken die een bijdrage kan leveren aan een betere sfeer in de buurt.’

Digitaal logboek registreert harde feiten en de sfeer

In zijn kantoortje in de kantine van sportspeeltuin Hillesluis tovert Peter Steenbergen staafdiagrammen op het scherm van zijn laptop. Ze tonen hoeveel bezoekers, van welke etniciteit, van welke leeftijd, jongens of meisjes in een bepaalde periode op welk plein hebben deelgenomen aan TOS­activiteiten. Op het Stichtseplein, het drukste van allemaal, waren dat er in 2015 bijna twaalfduizend.

Het gaat bij veel pleinen vooral om Turkse en Marokkaanse jongens van acht tot twaalf jaar. ‘Op georganiseerde evenementen, zoals de huttenbouw, komen juist weer veel autochtone kinderen af.’ Op het Brabantseplein zijn de deelnemers nu voor honderd procent jongens. ‘We moeten voorkomen dat het een ramplocatie wordt,’ zegt Steenbergen. ‘Daarom zetten we nu extra in op deelname van meiden uit de buurt.’

Na elke activiteit vullen de twee TOS­medewerkers – TOS opereert op pleinen altijd in tweetallen – samen een logboek in via de interne website van Thuis Op Straat. Ze registreren harde feiten, zoals het aantal deelnemers, hun etniciteit, verhouding jongens / meisjes. Maar ze vermelden ook dingen als algemene sfeer, pestgedrag, ruzies of juist positief gedrag van deelnemers. Het gaat om dagelijks registreren, maar ook om dagelijks reflecteren, zegt TOS­directeur Martens. ‘De ene medewerker, die met voetballen bezig is geweest, kan een nare sfeer hebben ervaren. De ander, die met meisjes is gaan touwtjespringen, kan juist menen dat het heel goed ging. Zo ontstaat er direct discussie over en reflectie op wat er is gebeurd.’

TOS-baas maakt deel uit van het lokale wijkteam

Steenbergen leest dat TOS­medewerker Mustapha tijdens het voetballen Farouk heeft weggestuurd omdat hij niet wilde luisteren. ‘Deze informatie is misschien wel het belangrijkste. Collega’s die hem morgen weer tegenkomen, weten het ook. Iedereen kijkt van tevoren het logboek in.’ De TOS­baas kan desgewenst ingrijpen en informatie doorspelen aan partijen in zijn netwerk. Hij maakt deel uit van het wijkteam en onderhoudt contacten met gezinscoaches, de wijkagent, stadsmariniers, de kinderbescherming, reclassering, scholen en wooncorporaties.

Aan het eind van de middag vertelt TOS­medewerker Mustapha Nhari (30) dat hij na afloop van het voetballen de moeder van Farouk heeft gebeld. ‘Ik ken haar goed genoeg om te weten dat dat effect heeft. Waarschijnlijk mag hij nu een maand lang geen PlayStation spelen ofzo.’

Farouk bleef die middag maar zijn gezag ondermijnen door aanhoudend grapjes te maken en niet te luisteren. Het is hem een beetje naar zijn bol gestegen, weet Nhari. Farouk is de voorbije tijd uitgegroeid tot een local hero. Hij kan goed voetballen en speelt inmiddels bij Feijenoord, waar hij aanvoerder is van een jeugdteam. ‘Ik hoor van zijn moeder dat hij ook erg wordt verwend door zijn ooms, die supertrots zijn op hem.’

Het is de belangrijkste les die hij heeft geleerd in de zes jaar dat hij bij TOS werkt: zoveel mogelijk contact met ouders zoeken. ‘Daardoor weet ik beter wat er in het leven van zo’n jongen speelt. Tegelijkertijd weet zijn moeder hoe hij zich op straat gedraagt.’ Nhari komt uit Rotterdam­West en was aanvankelijk een onbekende in Hillesluis. Maar hij kent de straat goed. ‘Er komen wel eens stagiairs op een plein die zich eerst netjes voorstellen en alle kinderen een handje geven. Dat werkt niet.

Als iemand zich misdraagt, zeg ik ook niet: “Ik geef je een waarschuwing hoor.” Ik roep: “Eruit! Eruit!” Als je je niet stevig opstelt, hebben ze geen respect voor je.’


Dit artikel is een deel van hoofdstuk 1 van Bezielende interventies. Dit boek laat zien hoe vijf interventies in de praktijk werken: richtinggevend en bezielend. De uitvoering is in handen van mensen die erin slagen slagen om zware sociale problemen als dementie, mishandeling, lhbt­discriminatie, vruchteloos artsenbezoek en verloedering van pleintjes aan te pakken. De methodiek geeft daarbij houvast. Ook tijdens een zware wedstrijd.

 

Lees meer over: