Platform voor buurtontwikkeling

Straotpraot

Zomerverhalen uit het archief
Straotpraot

Foto: Joris Louwens

Artikel
afbeelding van Claudia Brugman  
2 augustus 2018

Claudia Brugman vertelt over haar initiatief Straotpraot: de tegenhanger voor een vluchtige maatschappij vol anonimiteit.

 

 

 

Zijn ogen worden groter. Ik zie een jongeman met zwart, kortgeknipt haar die naar mij kijkt. Een mobiele telefoon in zijn rechterhand en oordopjes in zijn oren. Ik schat hem een jaar of vijfentwintig.

Ik zit hier nu een klein kwartier aan de straat. Tussen de bushalte en de vuilnisbak in, gelegen aan een drukke kruising in deze levendige wijk in Zuilen. De auto’s en brommers razen voorbij. Heel af en toe, als er een auto afremt voor de verkeersdrempel, zie ik de blikken van de inzittenden. Soms zwaait er iemand spontaan naar mij of gaat er een duim omhoog. Het zorgt voor een lach op mijn gezicht.

Het is best ongewoon om hier te zitten. Wanneer zie je nu een vrouw met een klaptafel, twee kannen koffie, een driewielfiets en een groot bord me; ‘zin in koffie?' erop. Vandaag is de start van mijn project Straotpraot.

Ik ben behoorlijk ad rem, ondanks de sociale fobie die ik ooit had spreek ik nu wel onbekende mensen aan op straat of onderweg. Zomaar een dag of hallo. Met een achternaam als Brugman kan dat haast niet missen. Tijdens die ‘schijnbare’ prietpraat vertrouwen mensen mij van alles toe.  Praten we over het weer, familie, en delen zij heftiger zaken als hun eenzaamheid of hun angsten over de dingen die op dit moment gebeuren in de samenleving.  

Bij de bushalte staan meerdere mensen, allemaal met een mobiel in hun hand. De meesten hebben geen oog voor hun omgeving en houden hun blik gericht op de oplichtende beelden in hun hand. De jongeman die naar mij kijkt doet zijn oordopjes uit en stopt ze in de zak van zijn bomberjack. ’He, mevrouw wat doet u hier?’ Hij is een van de weinige die echt contact maakt.' Wafeltje bij je koffie?' ‘Nou lekker mevrouw’.

‘Ik ben op weg naar de kazerne', zegt hij, 'en ik woon nog bij mijn ouders en mijn zus’. Als hij doorpraat vertelt hij mij hoe trots hij is op zijn ouders. ‘Ze hebben het niet breed hoor, toch zorgen ze goed voor ons’. Over de buurt waar hij woont. En dat hij herkent dat er nog maar weinig mensen even een praatje met elkaar maken. ‘Ik doe dat zelf ook niet zo snel uit mijn eigen’. ‘Waarom niet? ‘Dat weet ik niet zo goed, ik vind zo’n gesprek wel fijn’.

 

Foto: Joris Louwens

Het is een gesprek waar ik, naast luisteren naar de ander, ook iets deel over mijzelf. Waarom ik dit ben gestart en dat ik niet meer deelneem aan het reguliere arbeidsproces. Dan komt zijn bus er in de verte aan. Hij staat op. ‘Mag ik u een fooi geven want u verdient hier toch niets mee?', zegt hij. Ik grijns, 'het buurthuis sponsort me met de koffie', zeg ik. 'En dit gesprek is al van waarde’. ‘Zeker', zegt hij, 'ik neem een lach mee de dag in!' Als de busdeur dichtgaat zwaait hij met de ansichtkaart van Straotpraot die ik hem nog snel in de hand heb gedrukt.  

Gosh, gaat het door mijn hoofd, in tijden waarin we volop mogelijkheden hebben om met elkaar te communiceren is er minder contact dan ooit. Toch kan het simpel het zijn. Als iemand een naam heeft of  je hebt, - al is het maar even kort – met iemand gepraat is die minder onbekend. Zo zijn we weer meer een soort van buren van elkaar.  

Aan het einde van de middag fiets ik naar huis. In gedachten passeren de mensen die zijn aangeschoven. De jongeman, een gesluierde dame, de vrouw die zonder sleutels de deur achter zich dicht had getrokken, de man met de drankverslaving. Stuk voor stuk mooie mensen met ieder een eigen verhaal. Zij hebben nu een naam gekregen. Ik hoop dat ze de hallo of dag door zullen geven, dan wordt het een stuk vriendelijker in de buurt.

 

afbeelding van Claudia Brugman  

Claudia Brugman

Mijn beste leerschool is het leven zelf. De beroepen die ik had, de relaties, mijn leefomgeving. Eerder liet ik mijn keuzes bepalen door omstandigheden van buitenaf.