Platform voor buurtontwikkeling

Stoepbezoek en waardevolle contacten in de wijk

Een inkijkje bij een wijkteam in coronatijd
Stoepbezoek en waardevolle contacten in de wijk
Praktijkverhaal
afbeelding van Djuna Buizer  
19 mei 2020

Creëer meer aandacht voor de wijk: één van de aanbevelingen uit de nieuwste peiling onder sociale (wijk)teams. ‘Ik zie nu veel moois ontstaan zonder dat hier veel overleg voor nodig blijkt te zijn.’ Aldus Jorinde Verheijke, maatschappelijk werker bij Dock. 

Onlangs verscheen het rapport Sociale (wijk)teams: vijf jaar later. Uit deze peiling kwam naar voren dat de belangrijkste ontwikkelpunten voor de sociale (wijk)teams zijn: preventief werken en/of vroegsignalering, outreachend werken en het doorontwikkelen van individueel aanbod naar collectieve voorzieningen. Hoe zorgen we dat het werk van sociale (wijk)teams bouwt aan collectieve beschermende factoren? 

Eén van de aanbevelingen om dit te bereiken is: creëer meer aandacht voor de wijk. Geef als gemeente expliciet de opdracht aan sociale (wijk)teams om actieve bewoners te ondersteunen, netwerken te versterken en burgerinitiatieven of collectieve activiteiten te faciliteren. En laat opbouwwerkers of vrijwilligers aan het sociale (wijk)teams deelnemen.

Hoewel samenwerking met en ondersteuning van informele partners in de wijk nog een ontwikkelpunt blijft, werken meer sociale (wijk)teams ten opzichte van voorgaande jaren samen met een aantal formele partners in de wijk. In 2019 werkt 88% van de sociale (wijk)teams samen met Veilig Thuis, 87% met woningcoöperaties, 86% met politie en 86% met huisartspraktijken. En deze samenwerking blijkt ook in deze crisistijd waardevol.

Hoe gaat het met wijkteam het Lage Land in Rotterdam?

Met de uitkomsten van deze vierde peiling in mijn hoofd, vraag ik me af hoe het in deze tijd met het sociale (wijk)team gaat. Op een dinsdagmiddag bel ik Jorinde Verheijke. Jorinde werkt als maatschappelijk werker vanuit DOCK in wijkteam het Lage Land in Rotterdam. Ik vraag hoe het met haar, collega’s en de inwoners die ze helpt, gaat. Heeft ze wel tijd om met mij te bellen? Natuurlijk is ze soms bezorgd over sommige inwoners in deze tijd en werkt ze hard om hen zo goed mogelijk te helpen, zegt Jorinde aan de telefoon, maar vindt het ook fijn om even met mij te bellen en uit te zoomen. 

Ze herkent zich in de hoge caseload van individuele hulpvragen die in de peiling wordt geschetst en heeft zelf ook het idee dat ze meer zouden kunnen doen met de informele netwerken in de wijk. Maar, zo veronderstelde ze vóór deze tijden van corona, dat vraagt om overleg, en daar is niet genoeg tijd voor. ‘Nu zie ik juist dat er heel veel moois ontstaat zonder dat daar veel overleg voor nodig blijkt te zijn’.

Op stoepbezoek

Jorinde is zelf gewend geraakt aan het thuiswerken. Ze heeft een groot scherm en een bureaustoel in bruikleen van DOCK gekregen en belt en appt erop los met de meeste van de inwoners die ze ondersteunt. Jorinde heeft één keer de noodzaak gevoeld om haar teamleider en de gedragswetenschapper van dienst met goede argumenten te overtuigen dat er een stoepbezoek nodig was. 

Jorinde kon deze inwoner in haar caseload digitaal of telefonisch niet meer bereiken. Dat terwijl ze op basis van zijn aanmelding en een telefonische intake, wist dat hij dringend een wmo-arrangement nodig had. Toen het bezoek was goedgekeurd, heeft ze een collega laten gaan. Die collega is namelijk wmo-consulent en tevens gespecialiseerd in GGZ-problematiek, waar bij deze inwoner sprake van is. Zij kon zo alles in één keer met hem regelen.

Een online overdracht, werkt dat?

Een warme overdracht organiseren voor inwoners - die intensievere hulp nodig hebben van een andere zorginstantie – is iets dat ze lastig vindt in deze digitale tijd. Je wilt niet dat die organisatie met 2-0 achter begint bij een gezin dat om meerdere redenen het vertrouwen in de hulpverlening al een beetje heeft verloren. Een online gesprek met twee wijkteammedewerkers, het gezin en twee mensen van de andere organisatie werkt dan niet echt in hun voordeel. De oplossing was om de overdracht te doen in een grote ruimte op kantoor, waarbij alle partijen genoeg afstand konden houden. 

De buren en de wijkagent

‘Is er iets positiefs aan deze crisis?’, vraag ik. Ja, je merkt in kleine dingen dat mensen nu meer geneigd zijn om eerst hun informele netwerk om hulp te vragen. Normaliter zou een inwoner die mijn collega ondersteunt als eerste aan deze collega hebben gevraagd of ze kon helpen met het uitprinten van een bankafschrift. Nu huisbezoek niet is toegestaan, vraagt die cliënt nu zijn buren. 

Daarnaast waardeer je je samenwerkingspartners nu extra. De huisarts zegt, als je je zorgen uit om een inwoner, ‘joh, dan gaan we toch even langs, wij hebben de beschermingsmiddelen’. Ook met de wijkagent zijn ze goede vrienden, die houdt een oogje in het zeil en reageert welwillend op de verzoeken van het wijkteam. Die goede contacten maken dat Jorinde zich minder machteloos voelt, thuis achter haar grote scherm. 

 

Djuna Buizer is projectassistent bij Movisie en schrijft regelmatig voor Buurtwijs. 

Lees meer over:
afbeelding van Djuna Buizer  

Djuna Buizer

o.a. buurtinitiatieven en taalcoaching

Reageer op dit artikel

CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.