Platform voor buurtontwikkeling

Philip Blond en Richard Sennett over burgerkracht

Wat is er écht nodig om burgerkracht na te streven?
Philip Blond en Richard Sennett over burgerkracht
Artikel
afbeelding van Anita Keita  
2 december 2016

 

Hoe ontstaat burgerkracht eigenlijk? Wat is er volgens Philip Blond en Richard Sennett voor nodig om burgers te stimuleren om mee te doen? Een analyse van twee grote denkers.

 

In mijn werk als adviseur in het sociaal domein ben ik meer dan ooit geïnteresseerd in burgerkracht. Op zoek naar antwoord op de vragen óf je burgerkracht kunt stimuleren en zo ja, hoe dan? Kwam ik de denkers en schrijvers Phillip Blond[i] en Richard Sennett[ii] tegen. Beide pleiten voor meer samenleven, meer burgerkracht en meer collectieve verbondenheid. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen in hun ideeën?

Philip Blond: lokale gemeenschappen hebben het recht eigenaar te worden van publieke voorzieningen

Phillip Blond (Groot-Brittannië) is de geestelijk vader van de idee van Big Society.  Big Society is een concept waarin de maatschappij draait om burgerlijke participatie, sociale verbanden en distributie van politieke macht en economisch eigendom (sociaal kapitaal).
Sociale ondernemingen blijken beter in staat om oplossingen te bieden voor sociale problemen dan de overheid. Blond pleit voor overheidsdiensten die eigendom worden van de mensen die ervoor werken. Daarnaast moeten in zijn visie lokale gemeenschappen het recht krijgen om eigenaar te worden van publieke voorzieningen.

Blond’s Big Society in een notendop

De Big Society is volgens Blond de uitweg uit zes decennia ‘slingeren tussen en staatscollectivisme en marktindividualisme' die gemeenschappen, bedrijven en buurten hebben weggedrukt. Grootschalige bedrijven hielpen de lokale buurtsuper om zeep en vernietigden daarmee de gemeenschap. En waar middenveld en gezin verdwijnen, ligt er een open zenuw tussen overheid en individu. Meer government gaat dat niet oplossen. Maar meer markt ook niet. Dus moet de samenleving het zelf doen. Na Big Government en Big Market is de Big Society aan de beurt. Dat is Big Society in een notendop.

Richard Sennett: samenwerking en solidariteit als basis zijn de basis van elke maatschappij

Socioloog Richard Sennett schreef het boek ‘Samen’. Mensen zijn volgens hem sociale wezens en elke maatschappij is op samenwerking gebaseerd. Maar in onze neoliberale samenleving komen we volgens Sennett nauwelijks in aanraking met mensen uit andere sociale milieus, mensen met andere overtuigingen dan de onze. Het eigen belang en de eigen koers domineren.

Sennett benadrukt juist het menselijke talent om te observeren en te luisteren, het vermogen je te verplaatsen in het standpunt van de ander. In ‘Samen’ analyseert hij wat samenwerken en solidariteit eigenlijk betekenen, waarom we er niet meer toe in staat zijn, maar ook hoe we het weer kunnen leren.

Einde verzorgingsstaat, begin burgerkracht?

Blonds ideeën zijn ook in Nederland populair. Ze passen in de beleidsplannen van het kabinet: meedoen en participeren. Mensen zouden het idealiter zelf moeten doen, maar ze doen dat niet, of markt en overheid zien dat niet. Maar in slaap gesust door markt en overheid staat de proactieve burger niet vanzelf op als overheid en markt zich terugtrekken. Ze moeten daartoe gestimuleerd en gefaciliteerd worden. Wie moet dat doen? Markt? Overheid? Blond pleit ervoor dat de samenleving het zelf doet, ondersteund door frontlijnwerkers.

Frontlijn-leiderschap is nodig voor efficiënte publieke sector

De echte problemen laten zich niet kennen met een helikopterblik, aldus Blond. Dat vereist gedetailleerd inzicht in implementatie en uitvoering. Dergelijk inzicht hebben alleen frontlijnwerkers en gebruikers. Een efficiënte en bevlogen publieke sector krijg je volgens Blond alleen door frontlijn-leiderschap. Uitvoerende professionals bepalen de koers en stellen deze bij met medezeggenschap van gebruikers en andere nauw betrokkenen. Liefst via mede-eigenaarschap, als beste garantie voor verantwoordelijkheid en betrokkenheid.

De rol van de sociale professional in burgerkracht

Ook Sennett spreekt over het romantische idee dat je alleen maar grenzen hoeft weg te nemen om een gemeenschap in beweging te krijgen. Hij gelooft wel in echte gemeenschapszorg. Maar hij gelooft niet dat de gemeenschap gespecialiseerde hulp kan overnemen. Hij vindt dat Blond teveel ervan uitgaat dat sociaal werk geen specifieke vaardigheden vereist.

Sennett pleit voor sociale professionaliteit. Hiervoor zijn professionals én burgers nodig.

Bij sociale professionals bestaat professionaliteit uit nieuwsgierigheid, en vereist een zekere afstandelijkheid tot de mensen die je dient. Dat is iets anders dan compassie met je naasten, dat ligt erg dicht bij medelijden. Als je bijvoorbeeld zegt: ‘Ik weet precies wat je voelt, arme jij’,  dan heb je compassie en identificeer je jezelf met de ander, maar daarmee ontneem je de ander de vrijheid om zichzelf te zijn, zo legt Sennett uit.

Samenwerking is volgens hem een vaardigheid, een ambacht. Een ambacht dat het vermogen tot het aangaan van dialogische relaties veronderstelt, van het kunnen luisteren naar de noden van een ander zonder ermee samen te vallen. Het ontwikkelen van die vaardigheid vraagt veel oefening en reflectie.

Burgerkracht vraagt om vertrouwen van de overheid

In Nederland hebben gemeenten met hun partners m.i. een belangrijke rol in het stimuleren van burgerkracht. In de praktijk gingen de decentralisaties meer over individuele inwoners met problemen dan over inwoners als een gemeenschap met eigen verantwoordelijkheid, betrokkenheid en kracht. In de praktijk zie ik dilemma’s bij gemeenten: enerzijds het loslaten en ruimte geven en anderzijds het controleren en beheersen. Daar waar de overheid stimuleert met subsidies en contracten dreigt ook de controle toe te nemen. De bemoeienis van de overheid wordt dan niet minder, maar het krijgt een ander karakter: van verzorgingsstaat naar controlestaat in plaats van de gewenste participatiestaat.

De overheid roept wel om meer burgerkracht maar vertrouwt ze haar burgers én maatschappelijke organisaties wel? De overheid wil burgers loslaten, maar blijft tegelijk bepalen hoe ze zich moeten gedragen.

Vanuit vertrouwen werken aan duurzaam partnerschap

Om uit deze valkuil te blijven zijn naar mijn mening partnerschap en continuïteit nodig. Dit kan rusten op vier pijlers die alle vier even nodig zijn. Een langdurige samenwerking tussen: de overheid als hoeder van de rechtsstaat, de burger als hoeder van de samenleving, maatschappelijke organisaties met hun specialistische kennis én de markt als aanjager van efficiency en effectiviteit.

Sennett pleit in dit verband voor crafting practises, een term die benadrukt dat het gaat om een zekere ‘sociale ambachtelijkheid’. Functionarissen, organisaties en burgers werken vanuit verschillende kennisposities samen om verbindingen te smeden tussen nationale institutionele oplossingen en lokale sociale problemen. En daaruit ontstaan crafting communities, gemeenschappen die op ambachtelijke wijze lokale sociale problemen willen oplossen, met daarbij een scherp oog voor de samenhang met het wijdere institutionele veld. Het zijn volgens Sennett zulke crafting communities die het lokale landschap steeds meer gaan sieren. Het is een poging op verstandige wijze om te gaan met het verlies aan maakbaarheid.

Experimenten met overname van welzijnsdiensten

Een mooi voorbeeld is het voorstel dat Evelien Tonkens in 2011 deed voor een Tijdelijke Wet Experimenten Frontlijnsturing. Die wet zou groepen professionals de mogelijkheid geven om, tegen het gemiddelde bedrag dat in die sector per gemiddelde gebruiker wordt uitgegeven, een coöperatie te vormen die naar eigen inzichten hulp, onderwijs, zorg, huisvesting of wat dan ook aanbiedt. (Geen marktwerking: het bedrag staat vast.) Op deze wijze is de dienstverlening bevrijd van alle controle- en registratiedwang, mits de organisatie de interne democratie tot in de puntjes verzorgd heeft. Volledige zeggenschap van alle beroepskrachten plus effectieve medezeggenschap van gebruikers.

Deze wet is, zover ik weet, niet aangenomen maar steeds ontstaan nieuwe oproepen en experimenten, zoals met het basisinkomen in onder meer Tilburg, Wageningen en in mijn eigen stad Nijmegen.

Onlangs deed ik, in samenwerking met de LSA een oproep om in overleg tussen bewonersbedrijven, gemeenten en welzijnsorganisaties te experimenteren met het overnemen van welzijnsdiensten door bewonersorganisaties. Het voorstel werd niet ondersteund door de VNG en SWN. Een bewonersbedrijf en de welzijnsorganisatie in Hengelo waren zo enthousiast dat zij besloten er zelf mee aan de slag te gaan.

Wederzijdse afhankelijkheid

Willem Trommel[iii] (4) verwoordt het mooi: met het einde van de verzorgingsstaat denken we opnieuw na over het ‘zorgen dat anderen zorgen’. Wederzijdse afhankelijkheid van mensen kan staat hierbij centraal. Niet hun (vermeende) autonomie. Wie verleidt u tot betrokkenheid bij de mensen in uw buurt?

Anita Keita is adviseur voor organisaties met een maatschappelijke opgave, zie meer blogs van haar op www.deverlichtingadvies.nl  

Bronnen:

  1. http://www.socialevraagstukken.nl/big-society-of-big-brother/
  2. http://dev.socialevraagstukken.nl/een-big-society-zonder-bezuinigingsdwang/
  3. http://www.publiekezaak.nl/blog/phillip-blond-inspirerende-dwarsdenker/
  4. http://www.socialevraagstukken.nl/participatiesamenleving-vraagt-om-bescheiden-bestuur/
  5. http://www.socialevraagstukken.nl/interview/richard-Sennettt-samenwerking-is-een-ambacht/
 

Noten:

[i] Phillip Blond is een van de meest invloedrijke politieke denkers in Groot Brittannië van dit moment. Met zijn boek Red Tory (2009) presenteerde hij een nieuwe visie op de maatschappij waarin zowel conservatieve waarden als linkse idealen centraal staan. Zijn denktank ResPublica (opgericht in 2009) is binnen korte tijd uitgegroeid tot een van de meeste invloedrijke denktanks in Engeland.

[ii] Richard Sennett (socioloog) is hoogleraar aan de London School of Economics en aan de New York University. Hij schreef het boek “Samen, een pleidooi voor samenwerken en solidariteit” en “De Ambachtsman”. Ze zijn, samen met een nog uit te komen boek over Stedenbouw een trilogie over de homo faber.  Het drieluik is een zoektocht naar hoe mensen hun eigen inspanningen, sociale relaties en fysieke omgeving vormgeven.

[iii] Willem Trommel is hoogleraar beleids- en bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit artikel is een geactualiseerde en verkorte versie van het hoofdstuk dat hij schreef voor het boek ‘Bouwplaats lokale verzorgingsstaat’, H. Bosselaar en G. Vonk (red.), Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2013

Lees meer over:
afbeelding van Anita Keita

Anita Keita

Sinds 2017 besloot ik dat ik in het hart van sociaal werk van betekenis wilde zijn, als bestuurder.
afbeelding van Anita Keita  

Anita Keita

Sinds 2017 besloot ik dat ik in het hart van sociaal werk van betekenis wilde zijn, als bestuurder.