Platform voor buurtontwikkeling

Over Jane Addams

De basis van Settlement Work (buurtwerk) in Amerika
Over Jane Addams
Artikel
12 oktober 2016

 

Een buurtgerichte aanpak is niet nieuw. Al in 1889 startte Jane Addams het eerste Settlement House (community house) in Chicago. Haar werk veranderde het leven van vele immigranten in de buurt. Voor dit werk ontving Addams een Nobelprijs.

 

Jane Addams (1860-1935) werd in Cedarville, Illinois geboren in een gegoede Quaker familie. Na haar studie bezocht ze Toynbee Hall in Londen. Geïnspireerd door het gedachtengoed van Arnold Toynbee, die zich inzette voor armere bevolkingsgroepen, ontwikkelde ze in Chicago een vergelijkbaar initiatief. Samen met haar vriendin en studiegenoot Ellen G. Starr startte ze in 1889 in de Near West Side, een wijk met Europese immigranten, het eerste Amerikaanse settlement house: Hull House. Dat groeide snel uit tot een echt actiecentrum, met veel aandacht voor kinderen, volwassenenonderwijs, en cultuureducatie. Dit alles gericht op sociale en maatschappelijke strijd.

Professionalisering van inzet van vrouwen in sociaal werk

Addams verzamelde een schare van geëngageerde jonge vrouwen om zich heen. Zij gaven de democratiseringsbeweging in de Progressive Era een vrouwelijk gezicht. Vanaf 1900 ontstond hierop in Amerika een beweging met oog voor vrouwenemancipatie, nieuwe sociale wetgeving en sterke aandacht voor sociale- en rassenproblemen. De Hull House-groep professionaliseerde de inzet van vrouwen in het sociaal werk. Met hun buurt- en stadgebonden aanpak gaven ze vorm aan een structurele, politieke oriëntatie.

Sociaal wetenschappelijk onderzoek naar maatschappelijke problemen

Hun basis werd gevormd door grondige analyses van concrete situaties en deze legden de basis voor het latere sociaalwetenschappelijk onderzoek. In de Hull House Maps and Papers rapporteerde de groep over de gevolgen van concentratie van nationaliteiten en hun woonomstandigheden, over werksituaties in de sweatshops, over kinderarbeid. Dit was het resultaat van de inzet van Julia Lathrop en vooral van Florence Kelley. Deze rapportages, oftewel 'mapping’ gaf de aanzet tot de beroemde Chicago School, toonaangevend in de sociologie, met namen als G.H. Mead en J.Dewey. In de ogen van academici waren de medewerksters van Addams data collectors, voor henzelf dienden hun onderzoeken als werkinstrumenten. Anders Voor de academici was onderzoek het eindpunt, voor Hull House een vertrekpunt.

Sporen van dit type onderzoek zijn in Vlaanderen terug te vinden in de Kansarmoedeatlassen van Provoost (1978), Van Hove (1987, 1988) en Kesteloot (1989, 1996). In Nederland werd dit uitgeprobeerd door Gerrit Kronjee en Carel Tenhaeff (NIZW) aansluitend op het Europese Poverty 3 programma (1989-1994).

De eerste internationale conferentie van het sociaal werk

Door de sterke combinatie van professionele interventies met systematisch onderzoek wisten Addams c.s. een bijzondere basis voor het Amerikaanse sociaal werk te creëren, dat wereldwijd de aandacht trok. Hull House zette vanaf het begin ook de deuren open voor buitenlands bezoek.

Vanuit Hull House werden initiatieven uitgezet en kregen ontwikkelingen gestalte. Julia Lathrop werd de eerste directeur van het Children’s Federal Bureau (1912). Zij stelde kindersterfte en -arbeid aan de kaak. Op het 50e Nationaal Conferentie van het Amerikaanse sociaal werk in 1923 ontmoette Lathrop dr. René Sand, de Belgische pionier van het internationaal sociaal werk. Met haar steun, en via veel tussenstappen, kreeg de eerste internationale conferentie van het sociaal werk vorm. Deze vond uiteindelijk plaats in Parijs. Een onrechtstreekse lijn vanuit Hull House loopt ook naar de latere theorievorming in de jaren vijftig rondom community organization en zelfs naar het werk van John L. McKnight die vanaf de jaren tachtig in Chicago zijn sporen verdiende met wat de ABCD-aanpak werd. 



De kracht van het settlement house straalde door in een breed sociaal engagement. Addams combineerde haar enorme inzet voor Hull House met een even gepassioneerde rol in de vredesbeweging gedurende de Eerste Wereldoorlog. Dat leverde haar de bijnaam Saint Jane op. Vier jaar voor haar dood kreeg ze voor haar werk als vredesactiviste in 1931 de Nobelprijs.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Canon Sociaal Werk en geschreven door Wim Verzelen, redacteur van Canon Sociaal werk.