Platform voor buurtontwikkeling

‘Opbouwwerkers lijken wel een niet-beschermde diersoort’

Deel twee van interview met Jeroen Gradener, onderzoeker en docent
‘Opbouwwerkers lijken wel een niet-beschermde diersoort’
Interview
24 oktober 2016

 

 

Hoe zorg je er als opbouwwerker voor dat bewoners je zien als iemand die in hun belang werkt? En hoe onderhoud je die relatie? Jeroen Gradener legt het uit aan de hand van zijn ervaringen.

 

In het eerste deel van dit interview vertelde Jeroen Gradener over de complexiteit van de dubbele agenda waar Nederlandse opbouwwerkers mee te maken hebben. In zijn promotieonderzoek Keys to the community bestudeerde hij hoe opbouwwerkers onder verschillende titels – community organizers in de VS, participatie & activeringsmedewerkers in Amsterdam en arealeaders in Johannesburg erin slagen mandaat te verwerven bij bewoners.

Verschil tussen belangen van bewoner en die van opbouwwerker

Jeroen maakt een onderscheid tussen het belang van de bewoner en dat van de opbouwwerker: ‘Je kunt als opbouwwerker wel denken dat je in dienst van de bewoner werkt, maar als die bewoners dat niet inzien dan moet je aan de bak. Daarom zijn opbouwwerkers onbewust altijd bezig met de vraag ‘hoe zorg ik ervoor dat de bewoners mij zien als iemand die in hun belang werkt?’’

Hij noemt een voorbeeld: ‘Opbouwwerkers in Chelsea zien dat bewoners hun huis uit worden gezet vanwege slechte hypotheken met een steeds hogere rente. Bewoners geven zichzelf hiervoor de schuld. Deels omdat ze niet de ruimte en kennis hebben om te begrijpen dat een deel van het probleem bij de banken ligt.’

‘De opbouwwerkers komen vervolgens in actie omdat ze vinden dat die mensen beter moeten begrijpen waardoor ze nu precies in de problemen zijn gekomen. Ze zoeken de bewoners thuis op. Ze zeggen niet dat ze komen helpen om te voorkomen dat ze hun huis worden uitgezet, want die macht hebben ze niet. Ze vragen: “Hoe is het om hier te wonen?” Zo komen ze te weten dat er een huisuitzetting dreigt. De opbouwwerker zegt dan: “Wat erg dat dit gebeurt. Ik hoor dat het bij anderen in de straat ook zo is”, en hij stelt voor om eens met andere bewoners te praten. Dan is het van: “Kom bij ons langs. We hebben koffie en wat broodjes, dan kun je even je hart luchten.”

‘Vanuit het belang van de bewoner (zijn hart luchten) en het belang van de opbouwwerker (zorgen dat die bewoner beter geïnformeerd is) ontstaat een nieuw, gezamenlijk verhaal.’

Het vormen van een gezamenlijk verhaal is de essentie van legitimering

Dit proces noemt Jeroen in zijn proefschrift fusing: ‘Het is de essentie van de legitimeringsstrategie. De opbouwwerker werkt aan een professionele relatie met de bewoner. Door een open, dialogisch gesprek, ontstaat ruimte voor een gezamenlijk verhaal waarin de verschillende belangen – dat van de opbouwwerker en de lokale mensen – rondom een gedeelde bekommernis een plaats krijgen. Zo gaan ze samen op zoek naar een nieuwe werkelijkheid waar ze beiden mee verder willen.’

Zo kan een probleem een gezamenlijke opdracht worden. Een voorbeeld uit Amsterdam: ‘De Participatie & Activeringswerkers waren net vanuit kleine organisaties opgegaan in een grote welzijnsorganisatie. Als gevolg daarvan konden ze bewoners, die om budget voor een activiteit vroegen, niet aan geld helpen terwijl ze dat vóór de organisatorische veranderingen wel konden. Omdat bewoners nu via de administratie langer op het geld moesten wachten ontstond er ruzie.’

‘Toen zei de opbouwwerker: “Weet je, ik wordt hier net zo moe van als jij. We willen allebei dat dit beter gaat werken. Hoe kunnen we dat doen?” Op die manier herstellen ze die relatie door te erkennen dat ze in hetzelfde schuitje zitten. Zo wordt het omgaan met bureaucratie een opbouwwerkvraagstuk. Het werd een gezamenlijk probleem en opdracht en daardoor een voorbeeld van fusing.’

Legitimatie verwerven is een dynamisch proces

‘Mandaat is iets dat opbouwwerkers moeten creëren en onderhouden. Continuïteit is nodig om ervoor te zorgen dat bewoners blijven ervaren dat een bepaald probleem nog steeds een opbouwwerkopgave is.’

Een voorbeeld: ‘In Chelsea werd op een bepaald moment de Secure Communities Act ingevoerd. De lokale politie kon door deze aanpassing iedereen oppakken, waarvan ze vermoedden dat deze iets fout had gedaan. Dit stimuleerde racial profiling. Iedereen die er Latino uitzag kon worden aangehouden. De opbouwwerker heeft hierop lokaal allerlei discussies op gang gebracht. Tegelijkertijd ging ze buiten het lokale samenwerken in gesprek met advocaten van Harvard. Die namen het mee als agendapunt bij een conferentie in New York waar de beste politiecommissaris werd gekozen van heel Oostelijk Amerika. Door deze manier van werken verstevigde de opbouwwerker haar professionele betrokkenheid in de toekomstagenda tegen racial profiling.

‘Het voorbeeld illustreert dat acties verankerd moeten worden in instituties en bredere netwerken om de betrokkenheid van het opbouwwerk op lange termijn relevant te houden. Toch zullen opbouwwerkers doorgaans erg voorzichtig zijn met het innemen van zo’n prominente rol als de opbouwwerker in dit voorbeeld. Deze opbouwwerker woont zelf in Chelsea en heeft een Latijns-Amerikaanse afkomst. Ze ontleent haar legitimiteit gedeeltelijk aan de gezamenlijke achtergrond. Omdat ze onderdeel is van de community en tegelijkertijd een professionele rol heeft voelt ze zich gelegitimeerd om namens community in andere contexten het woord te voeren.’

‘Sommige opbouwwerkers zijn beter in het bespelen van het institutionele niveau en anderen zijn beter in de straat. Maar globaal lijken opbouwwerkers heel goed te begrijpen dat drie dingen belangrijk zijn om een oplossing te vinden:

  1. Dat ze dingen alleen maar kunnen veranderen als je met meer mensen bent;
  2. Dat ze moeten nadenken hoe zich dat verhoudt tot wat mensen zelf kunnen veranderen en wat er op een ander niveau geagendeerd moet worden;
  3. En hoe ze kunnen zorgen voor een platform waar al die dingen geagendeerd kunnen worden.

‘Het is de taak van de opbouwwerker om de community in de lead te brengen zodat zij hun eigen beweging kunnen creëren. Een community builder in Chelsea zocht naar sleutelfiguren. Mensen die in de community een leiderschapsrol vervullen. Belangrijk is dat zij het verhaal maken. Dat niet het verhaal van de community builder leidend is maar dat de community een manier vindt om het verhaal te agenderen.’

Positie van Nederlandse opbouwwerkers wordt permanent ondermijnd

‘In mijn onderzoek positioneren opbouwwerkers zich heel slim in maatschappelijke lacunes.’ Zoals hierboven is te lezen. ‘Dat maakt het een belastend beroep. Ik heb wel eens gezegd dat opbouwwerkers een niet-beschermde diersoort lijken omdat iedereen hun positie betwist. Ze hebben geen geformaliseerd mandaat zoals bijvoorbeeld sommige maatschappelijk werkers dat hebben vanuit bewindvoering of jeugdrecht. Integendeel. Vaak zie je dat ambtenaren en politici om die opbouwwerkers heen werken om bewoners te bereiken.’

‘De professionele positie van opbouwwerkers wordt door de politiek regelmatig ondermijnd. Dat zie je op plekken waar veel drukte is op buurtniveau. Bijvoorbeeld wanneer een bestuurder vier buurthuizen sluit en de opbouwwerker er voor moet zorgen dat bewoners allemaal naar het ene buurthuis gaan dat nog open is. Als die bestuurder vervolgens allemaal boze bewoners over zich heen krijgt, dan heropent die met hetzelfde gemak het buurthuis dat hij eerder gesloten heeft. De opbouwwerker wordt dan van bovenaf overruled en bewoners zeggen: “kijk we hebben het zelf gedaan”.’

‘De vraag is hoe we opbouwwerkers kunnen toerusten om hiermee om te gaan. Het hele professionaliseringsvraagstuk is niet zo goed ontwikkeld in het opbouwwerk. Het is een beetje een verweesde sector waarin niet zoveel is gedaan aan bijscholing. Een cursus over de zelfredzaamheidmatrix helpt niet ter verbetering van de professionele uitvoering. Praten over je positie en je vakmanschap wel. Je moet als opbouwwerker kunnen vertellen wat je samen met bewoners doet om een vraagstuk te agenderen. Het vernuft is er en daar mag je best over praten. Het vakmanschap dat daarbij komt kijken mag meer erkenning krijgen, vind ik. Zowel binnen de gemeenschap van opbouwwerkers als daarbuiten.’

 

Heb jij een vraag voor Jeroen Gradener? Stel hem hieronder!