Platform voor buurtontwikkeling

Opbouwwerk verdient een nieuw jasje

Een nieuwe fase in de samenlevingsopbouw
Opbouwwerk verdient een nieuw jasje

Foto: stock (123rf)

Opinie
afbeelding van Radboud Engbersen  
12 juni 2019

De behoefte aan opbouwwerk lijkt tegenwoordig toe te nemen. Maar hoe moet opbouwwerk anno 2019 eruitzien? Radboud Engbersen doet inspiratie op in Parijs.

 

 

Steeds vaker vertrouwen gesprekspartners mij toe dat we toch eigenlijk weer gewoon opbouwwerk nodig hebben. Nu steeds zichtbaarder wordt dat samenlevingsopbouw niet altijd vanzelf gaat, stijgt de waardering voor deze weggezakte discipline. En omdat de hoogtijdagen van het opbouwwerk ver terug in de tijd liggen, kunnen we deze figuur in retrospectief gemakkelijk enorme probleemoplossende gaven toedichten. Hadden we maar weer opbouwwerk.

Ik woon in Rotterdam en heb daar in de loop der jaren nogal wat opbouwwerkers leren kennen. Eerlijk gezegd behoor ik ook tot de categorie mensen – ik waarschuw de lezer alvast – die de neiging heeft om deze beroepsgroep zonder veel terughoudendheid te idealiseren. Ik leerde ze vooral kennen via een stichting die vanuit de Maasstad een voormalige volkshogeschool in een oud château bij Parijs runde. Het was verzamelen in Rotterdam, dan met de bus naar Château de Méridon en vandaar verder de Parijse arrondissementen en banlieue-gebieden in. Stedelijke ontwikkelingen, nieuwe architectuur, stadsgroen, bewonersinitiatieven, publieke ruimten et cetera werden bestudeerd.

Een gezelschap dat zich door niets en niemand liet intimideren en zich met praktische wijsheid en een onverwoestbaar goed humeur door alle mogelijke delen van Parijs bewoog

Leergierig

De vaste chauffeur wist feilloos de weg in de Parijse metropool en was in staat het hele gezelschap tot op de minuut nauwkeurig bij wijze van spreken in de achtertuin van Élysée te parkeren. Het was een gezelschap dat zich door niets en niemand liet intimideren en zich met praktische wijsheid en een onverwoestbaar goed humeur door alle mogelijke delen van Parijs bewoog.

Dat deden ze in zekere zin ook in de achterstandswijken waar ze vaak jarenlang actief waren, sommigen vanuit een welzijnsorganisatie, maar gaandeweg steeds vaker als zelfstandige. Wat hen voor me innam, was hun studiezin, maar dan wel op hun manier. Ze trokken eropuit, wilden zaken met eigen ogen zien, reisgidsen maakten ze zelf, onderzoekers waren altijd welkom – die kregen voor in de bus de microfoon in handen gedrukt en mochten daar hun meerwaarde bewijzen.

Vleugje nostalgie

Opbouwwerk, werd me duidelijk, was een way of life, met licht bohemien-achtige trekjes, want wie de stadsbuurten wilde kennen, moest niet alleen veel vlieguren in de wijk maken en heel veel avonden in heel veel zaaltjes doorbrengen, maar ook migrantenkerkjes en moskeetjes bezoeken en de nachtkroegen in. Vaak in een decor van ernstige verloedering. Het is nu nauwelijks meer voor te stellen hoe buurten als Spangen en grote delen van Rotterdam-Zuid er vijftien jaar geleden voor stonden. Hoewel veel achterstanden zijn gebleven, is de situatie in veel buurten genormaliseerd, het opbouwwerk is steeds verder gemarginaliseerd en het sociaal werk gebureaucratiseerd en gedisciplineerd.

Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat er te gemakkelijk te romantisch wordt teruggeblikt op die relatief vrije vogels in die rauwe stedelijke settings. Enige nuchterheid en werkelijkheidszin is hier dan ook op zijn plaats, zeker nu er nagedacht wordt over hoe samenlevingsopbouw anno 2019 vorm moet krijgen. Want hoe zat het bijvoorbeeld met hun achterban, namens wie voerden ze het woord eigenlijk en hadden ze wel genoeg aandacht voor het zwakste belang?

Update opbouwwerk

Maar de goede dingen verdienen ook nu een actuele vertaling, zoals hun (relatieve) autonomie, de tijd die ze kregen om in hun wijken te wortelen, gekend te raken en uiteindelijk resultaten te boeken. Interessant is het recente initiatief van de Canon Sociaal Werk om een canon van de samenlevingsopbouw te gaan maken. Het is een terrein met een interessante geschiedenis, originele denkers en een methodische traditie. Wellicht biedt deze canon nieuwe impulsen aan het huidige gemarginaliseerde opbouwwerk, want de werksoort bestaat nog steeds.

De nieuwere generaties bestaan – voor zover ik het kan overzien – uit meer vrouwen en een groeiend aantal heeft een migrantenachtergrond. Een nieuwe fase in de samenlevingsopbouw breekt aan; tijd om hen optimaal te ondersteunen, want we hebben ze heel hard nodig.

Deze blog verscheen eerder op Sociale Vraagstukken.

Lees meer over:
afbeelding van Danielle van Oostrum

Danielle van Oostrum

Ik werk als communicatieadviseur bij Movisie. Voor Buurtwijs verzorg in de webredactie, onderhoud ik het Facebookaccount en maak ik de nieuwsbrieven.