Platform voor buurtontwikkeling

​Maak eens een Jane’s Walk en kijk met andere ogen naar de buurt

Over familiebedrijven en de buurtgeschiedenis
Praktijkverhaal
afbeelding van Mijke Rousseau  
15 mei 2017
​Maak eens een Jane’s Walk en kijk met andere ogen naar de buurt

Winkels en de buurtgeschiedenis krijgen niet altijd aandacht als het gaat om  buurtontwikkeling. Terwijl ze wel van belang zijn voor de leefbaarheid van de buurt, volgens stadsactiviste Jane Jacobs. Mijke Rousseau analyseert de Haagse Bomenbuurt door Jane’s ogen.

 

Dat de Haagse Bomenbuurt voor winkeliers nog steeds een aantrekkelijke wijk blijkt te zijn, is een groot goed. Er zijn veel familiebedrijven gevestigd. Sommige zitten hier al bijna 100 jaar. Veel zaken zijn van grootouders op kinderen over gegaan, en hun klein- en soms zelf achterkleinkinderen staan al klaar om deze traditie voort te zetten.

Familiebedrijven zijn belangrijk voor de wijk: ze zorgen niet alleen voor werkgelegenheid, maar ze vormen ook een onderdeel van de geschiedenis van de buurt. Ze zijn met recht trots op wat zij hebben opgebouwd en geven dat door aan hun opvolgers. Ze voelen zich medeverantwoordelijk voor hun buurt en zetten zich daarvoor in.

Jane’s Walk: met andere ogen kijken naar de buurt

Tijdens een wandeling door de buurt, afgelopen zaterdag 6 mei, spraken we een aantal winkeleigenaren. De wandeling vond plaats onder begeleiding van Christien Stoker, City Organizer bij Jane’s Walk; de organisatie die stimuleert dat er wereldwijd wandeltochten worden gehouden ‘voor en door mensen uit je eigen stad’.
 

Ter nagedachtenis van Jane Jacobs ontstonden in verschillende steden zogenaamde Jane’s Walks, stadswandelingen gericht op het hedendaagse leven in wijken en buurten. Lees hier meer over het gedachtegoed van Jane Jacobs

 

Familiebedrijven vertellen iets over een buurt

De Bomenbuurt ontstond rond 1900 om de toenemende groei van de Haagse bevolking op te vangen. Het is een echte middenstandswijk. Omdat de buurt op behoorlijke afstand van het centrum ligt, kwamen er in de wijk veel winkels, voornamelijk in de Thomsonlaan en de Fahrenheitstraat. Onze wandeling, met in totaal zo’n 15 geïnteresseerde wijkbewoners, loopt dan ook voornamelijk door deze twee straten.

In tal van winkels in de wijk blijkt een tweede, derde en soms zelfs een vierde generatie te staan. Dit is het geval bij de rijwielhandelaar, de kapper, de herenmodezaak, de witgoedwinkel, de Gordijnerie en ga zo maar door. Allemaal met een eigen familieverhaal. De mensen die we spreken, vertellen vol trots over hun zaak en over de geschiedenis van de wijk. En natuurlijk zijn er veel grappige anekdotes te beluisteren!

Zo gaan we langs bij dierenwinkel Zandvliet, sinds 1924 in de Thomsonlaan, waar we een praatje maken met eigenaar Piet Bakker. Piet’s vader was slager maar zijn opa had in de jaren vijftig een dierenwinkel aan de Thomsonlaan. Als jonge jongen was Piet veel bij zijn grootouders en hielp hij al in de zaak. Zijn opa hield in de jaren ‘20 en ‘30 van de vorige eeuw zang- en kleurkanaries. Piet laat ons de oorkonde zien die zijn opa destijds ontving en die nu nog ingelijst in de winkel hangt. Piet nam de winkel in 1969 over maar had zelf niets met kanaries. Hij was daarnaast ook nog eens amuzikaal en kleurenblind! Piet ging daarom over op de verkoop van andere producten en zo ontstond de dierenspeciaalzaak. Zijn zoon – eerder werkzaam in de ICT maar daarop uitgekeken – neemt straks de zaak van hem over.

‘de jaarlijkse borrel van de winkeliersvereniging vindt in het bordeel plaats’

Aan de overkant is een bordeel gevestigd. Er wordt wat lacherig over gesproken. Wie weet eigenlijk of er veel mensen naartoe komen? Iemand weet te vertellen dat je op de auto’s moet letten. Veel taxi’s en ook veel dure auto’s met Belgisch kenteken die voor de deur stoppen. De eigenaar blijkt erg betrokken te zijn bij de winkeliersvereniging en de jaarlijkse borrel van de vereniging vindt plaats in het bordeel.

Een buurtwandeling versterkt gemeenschappelijk gevoel van trots

Interessant is ook de Italiaanse geschiedenis van de wijk en van de stad Den Haag als geheel. Veel Italianen vestigden zich in de jaren ‘20 in Den Haag toen het met de economie van dat land niet goed ging. Ze openden veelal ijssalons, waaronder ook veel in de Bomenbuurt. Nu nog eten veel wijkbewoners in de zomer een lekker Italiaans ijsje bij een van de salons in de buurt. Den Haag stond destijds zó goed bekend bij de ambachtelijke ijsmakers uit Italië, dat jonge Italianen hier naartoe werden gestuurd om het ambacht onder de knie te krijgen, zo legt een van de wandelaars uit de groep ons uit.

Het is mooi om de verhalen achter de familiebedrijven in onze buurt te leren kennen. Al pratend met de winkeliers ontstaat een leuke uitwisseling met de wandelaars, die soms ook al hun hele leven in de wijk wonen. Zo vullen ze elkaar aan, wisselen verhalen uit en krijgen een verrassend kijkje in de keuken van hun eigen buurt. Het luisteren en vertellen zorgt merkbaar voor meer binding en geeft een gemeenschappelijk gevoel van trots.

 

Lees meer over:
afbeelding van Mijke Rousseau  

Mijke Rousseau

Ik woon en werk nu zo'n 25 jaar in Den Haag. Ben werkzaam in projectmanagement en communicatie, als zelfstandig ondernemer en bij de gemeente. Ervaring in stedelijke ontwikkeling, archeologie en natuur- en milieueducatie.

Reageer op dit artikel

CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.