Platform voor buurtontwikkeling

Kwaliteitseisen aan burgerinitiatieven

Meerwaarde of dooddoener?
Eis kwaliteit van burgerinitiatieven

Foto: Gregoriuz (Flickr Creative Commons)

Instrument
afbeelding van Martin Zuithof  
26 maart 2018

Er is veel aandacht voor de waardering van burgerinitiatieven, zowel vanuit het perspectief van de initiatieven als vanuit de gemeente. Moeten gemeenten kwaliteitseisen stellen aan burgerinitiatieven zoals ze dat ook doen aan grote welzijnsinstellingen?

 

 

Over de waardering van burgerinitiatieven is veel te doen. Vanuit het perspectief van initiatieven ontwikkelde Kracht in NL de MAEX, een waardebepalingsinstrument en landelijke databank waarmee de meerwaarde van maatschappelijke initiatieven transparant wordt. Ook het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) ontwikkelde een waarderingsinstrument. In deze zogeheten Waarderingsdriehoek staan de waarden legitimiteit, betrokkenheid en rendement van initiatieven centraal.

Naast deze organisaties experimenteren ook de lokale overheden met meetinstrumenten voor waardebepaling. Zo zette Stadsdeel Amsterdam-Oost bijvoorbeeld Most significant change in om de Flexbieb, een soort pop-up bibliotheek in Amsterdam IJburg, te beoordelen. Daarbij bleek dat het initiatief door allerlei partijen bijzonder werd gewaardeerd.

Meer instrumenten waaronder Storytelling en Effectenarena vind je in publicatie Zicht op Effect

Vragen en dilemma’s

Is het denkbaar en haalbaar om maatschappelijke initiatieven niet alleen te waarderen, maar er zelfs eisen aan te stellen? In een brainstorm in het kader van het Movisie-project 'Kwaliteit en Outcome' kwamen de volgende vragen en dilemma's naar boven:

  • Wat is kwaliteit? Iedereen wil immers kwaliteit leveren, maar wat dat precies is, is voor iedereen verschillend.
  • Welke bijdrage kan het denken over kwaliteit hebben voor burgerinitiatieven?
  • Mogen gemeenten en professionals de kwaliteit van burgerinitiatieven überhaupt beïnvloeden?
  • Mogen aan burgers wel dezelfde eisen worden gesteld die ook aan professionals worden gesteld?
  • Of slaan kwaliteitseisen het enthousiasme bij burgerinitiatieven juist dood?
  • Ook vrijwilligersorganisaties hanteren regelmatig kwaliteitscriteria. Kunnen die vertaald worden naar burgerinitiatieven?

Spanningsveld

Kunnen en mogen gemeenten en professionals de kwaliteit van burgerinitiatieven wel beïnvloeden of zelfs eisen stellen? Dat lijkt een groot spanningsveld, omdat burgers bijvoorbeeld vanuit de visie op de participatiemaatschappij alle ruimte moeten hebben om initiatieven te nemen. Tegelijkertijd willen die initiatieven natuurlijk wel bepaalde doelen realiseren.

Daarbij moeten professionals ervoor waken hulp of ondersteuning op te dringen. In het rapport ‘Regel die burgerinitiatieven’ betogen de auteurs dat professionals geen opdracht moeten krijgen om burgerinitiatieven een bepaalde richting op te duwen. De vraag moet uit de burgerinitiatieven zelf komen. De drempels voor burgerinitiatieven moeten verlaagd worden zodat creativiteit kan stromen.

Daag uit!

Binnen de Wmo wordt er ook op gewezen dat de verantwoordelijkheid daar moet blijven waar deze hoort. Dat betekent bijvoorbeeld dat een gemeente de verantwoordelijkheid voor zorg niet zo maar mag neerleggen bij burgerinitiatieven. Maar niet alles is zo helder beschreven. Gemeenten willen graag kaders om dat deel van de Wmo waar ze geen zicht op hebben wel inzichtelijk te maken. Waar moet een gemeente naar kijken om de leefbaarheid op peil te houden? Als een burgerinitiatief  professionals vervangt, wil de gemeente graag meer weten over de kwaliteit en dat is heel belangrijk voor de leefbaarheid. Vooral in het kader van het Right to Challenge.

Inmiddels hebben in een aantal gemeenten buurtgebonden (sociale) ondernemers en burgerinitiatieven de mogelijkheid gekregen om de gemeente ‘uit te dagen’. Zij krijgen de kans om lokale voorzieningen en taken van de gemeente over te nemen of in samenwerking aan te bieden. Onlangs nog gebeurde dat in Amsterdam West waar Het Thuismakers Collectief de Challenge won voor de exploitatie van het Wachterliedpaviljoen. Maar zo’n stap betekent ook dat een burgerinitiatief gaat professionaliseren en dat er professionele eisen om de hoek komen kijken.

Kwaliteit aan de orde

Tijdens de gesprekken in het kader van het project 'Kwaliteit en Outcome' kwamen drie momenten naar voren waarbij de kwaliteit van een burgerinitiatief aan de orde kan komen:

  • Kwaliteit kan ter sprake komen als er middelen worden verstrekt.  Wanneer een burgerinitiatief om facilitering vraagt, kan dat een logisch moment zijn om het over de kwaliteit te hebben. Want hoe worden de subsidies gebruikt?
  • Kwaliteit kan ter sprake komen wanneer een initiatief er zelf aan toe is, dat wil zeggen op het juiste moment in de levenscyclus. Burgerinitiatieven komen op een zeker moment op het punt waarop ze zich afvragen of ze op de goede weg zijn, meer houvast zoeken of hun werk naar een hoger niveau willen tillen.
  • Ook belangengroepen kunnen de kwaliteit van een initiatief onder de loep nemen. Zo is ‘De speeltuinbende’ een testteam dat bekijkt of een speeltuin ook voor kinderen en begeleiders met beperkingen toegankelijk is.

In dialoog

Er lijkt iets te wringen wanneer kwaliteitseisen ter sprake komen bij vrijwillige activiteiten als burgerinitiatieven. Het is de toon die de muziek maakt, zegt Movisie-adviseur Karin Sok. Ze vindt dat vragen rondom kwaliteit wel ter sprake kunnen komen als een burgerinitiatief ondersteuning, facilitering of geld vraagt. ‘Als burgerinitiatieven diensten aanbieden aan burgers zou de gemeente dat wel moeten volgen en monitoren. Dus niet in de vorm van eisen stellen, maar meer in de vorm van waarderen, contact onderhouden en in dialoog gaan. En wel ingrijpen als dingen mislopen. Stel nu dat een initiatief mensen met een beperking weert, dan mag je als gemeente wel ingrijpen, vind ik.’

Voelsprieten 

Maar wat te doen met die initiatieven die niet bij de gemeente aankloppen voor ondersteuning? Veel van die initiatieven zijn vaak niet direct in beeld bij gemeenten, maar wel bij sociaal werkers in de wijk. Karin Sok pleit voor de aanstelling van opbouwwerkers in de wijk, die in contact staan met de burgerinitiatieven. ‘Zij weten wat er is aan initiatieven en wat er speelt. Zij kunnen ondersteuning bieden bij het kwaliteitsvraagstuk, als het initiatief daar aan toe is. Ook op deze manier kan de gemeente haar verantwoordelijkheid voor de Wmo blijven nemen.’

 

Dit artikel is geschreven door Martin Zuithof en verscheen eerder op Movisie.nl

afbeelding van Martin Zuithof

Martin Zuithof

Ik ben Martin Zuithof, journalist op het terrein van stedelijke ontwikkeling, sociaal werk, welzijn, zorg en sociale vraagstukken. Ik schrijf artikelen, verzorg publicaties en werk als eindredacteur.
afbeelding van Martin Zuithof  

Martin Zuithof

Ik ben Martin Zuithof, journalist op het terrein van stedelijke ontwikkeling, sociaal werk, welzijn, zorg en sociale vraagstukken. Ik schrijf artikelen, verzorg publicaties en werk als eindredacteur.