Platform voor buurtontwikkeling

Het ideale opbouwwerk

In Memoriam: Nico de Boer
afbeelding van Redactie  
15 oktober 2019

We zijn er stil van. Het overlijden van Nico de Boer. We gaan zijn kritische houding en grote liefde voor het welzijnsvak missen. En genieten des te meer van de prachtige columns die hij regelmatig voor Buurtwijs schreef.

 

 

 

Nico de Boer werd de 'kritische vriend van het opbouwwerk' genoemd. Hij schroomde niet zijn scherpe blik kenbaar te maken en spoorde graag aan net een stapje verder te denken. Dat deed hij ook via zijn columns op Buurtwijs. Ondanks het 'jonge' en 'innovatieve' karakter van Buurtwijs, durfde Nico de uitdaging aan. Zijn columns stonden tussen de praktijkervaringen van buurtmakers, zoals Nico ook altijd tussen de buurtmakers heeft gestaan.   

'We genieten binnen de beperkingen', schreef Nico in een van zijn laatste mailtjes. Dat is precies wat ons nog rest: genieten van het geschreven woord van Nico's hand en koesteren van de mooie herinneringen die we met hem hebben. Dankjewel Nico! Als een ode aan jou herpubliceren we hierbij één van jouw columns.

Opbouwwerkers in dienst van burgers

Mooie oproep van Daniël Pit aan opbouwwerkers om ‘verschillig’ te zijn en hun idealen te laten spreken! Ik ben wel geen opbouwwerker, maar ik geef er als stuurman aan wal wel graag gehoor aan.

Daar is alle aanleiding toe, want het is nog erger dan Daniël dacht. De website ‘Body of knowledge Sociaal Werk- het kennisfundament van de sociale professional’ – echt niet zomaar een site! – meldt doodleuk dat er in het opbouwwerk drie hoofdstromen zijn: (1) opbouwwerk als een sociaal-agogische methode, (2) maatschappijkritisch opbouwwerk en (3) pragmatisch opbouwwerk. Met daarna de historische (on)zin: ‘Het huidige opbouwwerk is doorontwikkeld als een combinatie van de eerste en de derde hoofdstroom. De maatschappijkritische elementen van opbouwwerk zijn nagenoeg verdwenen.’ Het staat er echt: geen maatschappijkritiek meer in het opbouwwerk, alleen nog een pragmatische, sociaal-agogische methode. Zucht. Laten we het maar als een aansporing opvatten om de idealen van het opbouwwerk weer boven tafel te krijgen.

Probleem is wel dat bij mij alarmbellen afgaan als ik de woorden ‘idealistische opbouwwerker’ hoor. Stel je een aandachtswijk voor met een opbouwwerker die ervan overtuigd is geraakt dat je veganistisch dient te eten. Of minder vaak met het vliegtuig moet reizen. Dat zijn beide respectabele idealen maar wat moet de wijk ermee? Je mag hopen dat zo’n opbouwwerker privé knokt voor zulke idealen maar ze tijdens werktijd even laat. Ze konden zijn beroepsuitoefening wel eens in de weg staan. Opbouwwerkers moeten gewoon hun werk doen. En voor het leveren van goed werk kunnen ze niet gedreven genoeg zijn: goed werk leveren is ook een ideaal.

Midden in dat goede opbouwwerk staat maatschappijkritiek. Je kunt geen opbouwwerk leveren zonder kritisch naar de maatschappij te kijken. Wat voor kansen biedt die om een menswaardig bestaan te hebben? Wat moet er veranderen om het beter te krijgen?

Antwoorden op die vragen krijg je als opbouwwerker nooit vanuit je professionele navel. Die antwoorden komen tot stand in interactie met bewoners, burgers, gewone mensen. Als opbouwwerker kun je hooguit coach zijn bij het zoeken naar die antwoorden. Hoe idealistisch je als opbouwwerker bent, is niet het belangrijkste. Zwaarder weegt of je burgers effectief helpt om zélf maatschappijkritisch te zijn. En daarnaar te handelen.

Mijn ideaal voor het opbouwwerk: lokale hubs waarmee bewoners het sociale leven in hun eigen buurt en daaromheen kunnen organiseren

Daar schort wel het een en ander. De klassieke politieke kanalen om als burger iets te verwezenlijken – zoals politieke partijen en verkiezingen – zijn de afgelopen decennia in crisis geraakt door een gebrek aan wervingskracht, representativiteit, diplomademocratie en ander falen. De nieuwere vormen – denk aan wijkpanels, buurtbudgetten, burgerbegrotingen – zijn meestal niet veel meer dan een fooi, speeltjes die de burger reduceren tot kleuter.
Vandaar op verzoek van Daniël mijn ideaal voor het opbouwwerk: sterkere instituties voor burgers. Lokale hubs waarmee ze het sociale leven in hun eigen buurt en daaromheen kunnen organiseren: zorg, werk, dienstverlening, sociale contacten, welzijn, energie, huisvesting, openbare ruimte en zo meer. Bewonersbedrijven zijn een eerste stap, stadsdorpen, zorgcollectieven en energiecoöperaties ook. Als die hubs nou eens genoeg draagvlak ontwikkelen om opbouwwerkers in dienst te nemen, is meteen het probleem van het opdrachtgeverschap opgelost. Opbouwwerkers in dienst van burgers, ideaal!

Lees de andere columns van Nico de Boer en prachtige afscheidswoorden van zijn ‘maat’ Jos van der Lans.

Lees meer over: