Platform voor buurtontwikkeling

Gemeenten erkennen burgerinitiatieven lang niet altijd als volwaardige partij

Kan het anders?
Gemeenten erkennen burgerinitiatieven lang niet altijd als volwaardige partij

Foto: Jeroen Mirck (Flickr Creative Commons)

Artikel
afbeelding van Saskia Keuzenkamp  
7 maart 2017

 

Gemeenten lijken nog niet met open armen te staan om burgerinitiatieven welkom te heten. Saskia Keuzenkamp vindt dat gemeenten in hun beleid meer moeten uitgaan van het vertrouwen in burgers.

 

Burgerinitiatieven staan volop in de belangstelling. Samen met het landelijk netwerk ‘Nederland zorgt voor elkaar’ inventariseerden Movisie en Vilans ruim 350 burgerinitiatieven, alleen al op het domein van zorg en ondersteuning. Deze organiseren een breed scala aan activiteiten en leveren tal van diensten, onder andere gericht op welzijn, ontmoeting en ontspanning en op de mogelijkheid om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen.

Burgerinitiatief geen volwaardige partij

Je zou denken dat, in een tijd waarin de overheid zich terugtrekt en het eigen initiatief van burgers wordt aangemoedigd, burgerinitiatieven zich volop gesteund kunnen voelen door die overheid. Dat blijkt echter nogal tegen te vallen, zo leert het recente onderzoek van Movisie en Vilans getiteld: Wat knelt?, waarin knelpunten onderscheiden worden bij bestaande burgerinitiatieven in zorg en ondersteuning.

De samenwerking met de gemeente blijkt een van de belangrijkste knelpunten te zijn die de burgerinitiatieven noemen. Vaak zijn er tal van afdelingen waarbij men moet aankloppen en is niet duidelijk bij wie men waarvoor moet zijn. ‘Je kunt echt een dagtaak hebben aan het relatiebeheer met de gemeente’, zegt een van de respondenten. Veel gemeenten erkennen een burgerinitiatief niet als volwaardige partij en hebben er onvoldoende vertrouwen in. Ook is de traagheid van besluitvorming door de gemeente een knelpunt. Voor een besluit wordt genomen moeten eerst diverse afdelingen meepraten.

 

 

Stimuleren of loslaten?

Na lezing van het rapport bekruipt mij de vraag in hoeverre gemeenten daadwerkelijk de ontwikkeling van burgerinitiatieven stimuleren of dat het vooral blijft bij mooie woorden van politici. Sinds de invoering van de gemeentelijke decentralisaties lijkt er nog weinig verandering te zijn. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2014 liet ook al zien dat burgers er weinig van merken dat gemeenten proberen burgerparticipatie te vergroten. Misschien komt dat doordat gemeenten niet goed weten wat te doen ten aanzien van burgerparticipatie. Moeten ze dat stimuleren of juist loslaten?

Het ACTIE-model dat Bas Denters en anderen in 2013 ontwikkelden kan hierbij uitkomst bieden aan gemeenten. Het model is opgesteld vanuit de vraag wat je moet doen als je burgerinitiatieven van de grond wilt trekken. Het geeft (onder andere) beleidsmakers een referentiekader bij het kiezen van de rol die ze willen innemen ten aanzien van burgerinitiatieven. ACTIE staat voor Animo, Contact, Toerusting, Inbedding en Empathie. Het zou goed zijn als gemeenten daar hun voordeel mee zouden doen. In de publicatie Burgers maken hun buurt van Denters staan nuttige tips en handvaten.

 

 

Wat vragen burgerinitiatieven van de gemeente?

Geïnspireerd door het lezen van het onderzoek Wat knelt? zou ik echter het perspectief willen omkeren. Dus niet: wat kunnen gemeenten doen richting burgerinitiatieven? Maar: wat vragen burgerinitiatieven van de gemeente? Wat voor transformatie in de gemeentelijke organisatie is er nodig om burgerinitiatieven daadwerkelijk te ondersteunen? Het belangrijkste antwoord op die vraag lijkt mij dat gemeenten in hun manier van werken meer moeten uitgaan van vertrouwen in burgers. Dat zij burgerinitiatieven van meet af aan erkennen als waardevolle partner. Dat de leefwereld van burgers en burgerinitiatieven meer in de haarvaten van de gemeentelijke systeemwereld komt te zitten.

Haal (praktijk-)kennis over burgerinitiatieven in huis

Daarom zouden gemeenten er goed aan doen om ervaringsdeskundigen op dit gebied te betrekken in de ontwikkeling en uitvoering van het gemeentelijk beleid. Stel een vliegende brigade in, met mensen die nauwe banden hebben met burgerinitiatieven. En zorg dat deze mensen directe toegang hebben tot het college van B en W. Daarmee komt er meer (praktijk-)kennis over burgerinitiatieven in huis. Het kan niet anders dan dat dit eraan bijdraagt dat de procedures veranderen, flexibeler worden. Dat empathie meer leidend wordt in het handelen van de gemeente. En dat de bronnen waarover de gemeente beschikt – geld, vastgoed, regelmacht – meer ten goede komen aan  burgerinitiatieven.

Van professionals in het sociaal domein wordt verlangd dat zij zich transformeren, dat zij meer op hun handen gaan zitten en zich in hun handelen meer richten op samenwerking met de betrokken mensen. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor gemeenten. Ook zij zullen hun systeemwereld moeten veranderen en met toenemend vertrouwen de leefwereld van burgers in het ambtelijk apparaat moeten toelaten.

Saskia Keuzenkamp is manager Effectiviteit en vakmanschap bij Movisie en bijzonder hoogleraar Emancipatie bij de afdeling Sociologie van de Vrije Universiteit.

Deze column verscheen eerder in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.