Platform voor buurtontwikkeling

Dit verhaal over een moestuin gaat eigenlijk niet over een moestuin

Zomerverhalen uit het archief
Dit verhaal over een moestuin gaat eigenlijk niet over een moestuin

Foto: Anne Helmond (Flickr Creative Commons)

Praktijkverhaal
afbeelding van Walter van Vliet  
16 augustus 2018

Opbouwwerker Walter van Vliet werkte de afgelopen tijd aan het opzetten van een buurtmoestuin. Iets dat op het eerst gezicht niet zo ingewikkeld lijkt. Totdat je te maken krijgt met weerstand en oud zeer.

 

 

Sinds januari 2016 ben ik opbouwwerker in een volksbuurt in Velp. Daar is de afgelopen vijf jaar geen project echt goed van de grond gekomen. Jammer, want de buurt kan wel een positief verhaal gebruiken. De vorige opbouwwerker was al 2 jaar bezig met 8 studenten van een bosbouwopleiding die in de buurt woonden. Ze wilden graag een biologische buurtmoestuin opzetten. Nu nam ik het stokje over. We hadden een zeer geschikte locatie op het oog. Een stuk grond tussen de flats van de initiatiefnemers in, met goed zicht op de moestuin voor alle buurtbewoners. Maar de woningbouwcorporatie wees het af. Die had namelijk net voor twee ton geïnvesteerd in het ‘strak’ maken van de buurt. Een rommelige buurttuin paste niet bij hun nieuwe visie voor de buurt.

Dat schoot in het verkeerde keelgat

De weerstand van de woningcorporatie kon ervoor zorgen dat de moestuin enkel een plan bleef. Als nieuwe opbouwwerker kon ik dat niet laten gebeuren. Ik wist dat de woningcorporatie vorig jaar met de gemeente had afgesproken dat ze bewonersparticipatie zou stimuleren. De afwijzing van onze vraag ging in tegen het beleid van de gemeente om juist het openbare gebied ‘weg te geven’ aan de bewoners.

De corporatie moest om. Daar waren de klantadviseurs van de corporatie, waar ik mee samenwerkte in de wijk, het mee eens. Maar op hoger niveau hielden ze voet bij stuk. Ze wilden niet met mij in gesprek. Dus deelde ik de situatie met mijn contactpersoon bij de gemeente. Die besprak dat weer met zijn leidinggevende. En die sprak tenslotte de woningcorporatie aan. Dat schoot in het verkeerde keelgat bij de woningcorporatie. Vervelend, maar ik zag geen andere mogelijkheid om het doel van de bewoners te bereiken.

Geen rommelige tuin in onze buurt!

De woningcorporatie ging op aandringen van de gemeente akkoord. Ondertussen droeg het volgende probleem zich aan. Van de 64 huishoudens die rondom het gebied wonen, waren er 9 fel tegen het plan. Ze lieten tijdens de eerste bewonersavond weten dat ze zich niet gehoord voelden in de planvorming. Zij vonden het plan van de initiatiefgroep te rommelig, omdat het geënt was op basis van recycling en op een biologische wijze van tuinieren. Ze zagen de ratten al lopen en werkten flink tegen. In de lokale krant en op de Facebook-pagina van de corporatie kwamen er negatieve reacties, waar de corporatie zenuwachtig van werd. De corporatie hield daarom een slag om de arm. Er moest meer draagvlak komen om het plan door te laten gaan.

In een huis-aan-huis bewonersonderzoek gaven alle bewoners een mening: wel of niet een moestuin. Ik had daarbij ook een variatie op het plan gemaakt met BBQ-plaats, omdat de felle tegenstanders dit wel zagen zitten. Uit het onderzoek bleek dat 61% van de huishoudens voor een moestuin was. En 80% van deze groep wilde daarbij ook een BBQ-plaats. Tijdens de tweede bewonersavond presenteerde ik mijn bevindingen. De tegenstanders voelden zich opnieuw niet gehoord en liepen de vergadering uit.

Voor- en tegenstanders maken samen een nieuw plan

In deze groep zat ook 'de buurtburgemeester' van de buurt. Een bewoner die zich verantwoordelijk voelt voor het wel en wee van zijn buurt, die veel mensen kent en graag op de voorgrond staat. Omdat ik nog steeds het gevoel had dat de buurtmoestuin de bewoners iets goeds kon brengen en omdat ik wilde laten zien dat ik voor zijn bezwaren open stond ging ik met hem in gesprek. Met als uitkomst dat de tegenstanders het bewonersonderzoek opnieuw wilden uitvoeren.

Hun bevindingen waren hetzelfde en dat vergrootte hun vertrouwen. Ze maakten een eigen variant op het plan. De moestuin werd kleiner, er kwam ook plaats voor een ronde bank en een BBQ-plaats. De studenten van de bosbouwopleiding hadden, mede door mijn bemoediging, nog (steeds) niet opgegeven. Twee van hen gingen met twee felle tegenstanders in gesprek en kwamen zo tot consensus. Er werd besloten om voor een moestuin met toebehoren te gaan. Een tegenstander opperde dat kinderen uit de buurt bij de tuin moesten worden betrokken, en dat ze les zouden moeten krijgen van de studenten van de bosbouwopleiding. Zo was het toch gelukt om gezamenlijk tot een plan te komen waar ook de corporatie mee akkoord ging.

Buurtmoestuin brengt bewoners weer samen

Dit succes gaf mij de kans om de voor- en tegenstanders te vragen om samen een kerngroep te vormen. Die is inmiddels gevormd en dient als een klankbord voor klachten uit de buurt over de tuin. Gezamenlijk wordt gewerkt aan de uitvoering van de buurtmoestuin. De andere vrijwilligers en de nieuw te werven vrijwilligers kunnen zich dan richten op wat zij leuk vinden: werken in de moestuin. En vervolgens het ‘gezeur’ overlaten aan de kerngroep. Want ik weet uit ervaring dat vrijwilligers afhaken wanneer er negativiteit heerst.

Tijdens het overleg van de kerngroep werd duidelijk dat er meer speelde. De tegenstanders hadden in het verleden last ervaren van de studenten. Door dit uit te praten is uiteindelijk een belangrijk obstakel weggenomen voor het slagen van de moestuin. Met resultaat: volgende maand openen we samen de nieuwe buurtmoestuin!

afbeelding van Walter van Vliet  

Walter van Vliet

Sinds 20 jaar werk ik in buurten, instellingen en wijken in Nederland. En activeer mensen en groepen in de sectoren zorg en welzijn. Het zien van Talenten bij mensen is een gave, die ik heb geleerd tijdens mijn carrière.