Platform voor buurtontwikkeling

De aanpak Vitale Wijken in Amersfoort werkt!

Over de opzet van burennetwerken en de begeleiding daarvan
Hoe werkt het project Vitale Wijken in Amersfoort?

Foto: Dorine Ruter (Flickr Creative Commons)

Praktijkverhaal
 
 
23 november 2016

We maken de balans op, na 2000 deuren, 60 huisbezoeken, een veelvoud aan voordeurgesprekken en zo’n 24 bewonersbijeenkomsten: in hoeverre zijn Amersfoortse bewoners bereid om zich in te zetten voor een beter leefklimaat in hun straten, flats en buurten?

 

 

Het project Vitale Wijken vindt plaats in vier Amersfoortse wijken, variërend van een laag sociaaleconomisch niveau tot een gemiddeld sociaaleconomisch niveau. De aanpak van het project is ontwikkeld door ons, twee ZZP’ers die Vitale Wijken organiseren, op basis van 0,4 FTE. We worden daarbij geassisteerd door een groep van circa 12 actieve buurtbewoners in wisselende samenstelling.

Doel: bewoners vinden die zich willen inzetten voor een leefbare buurt

Met Vitale Wijken zoeken en versterken we (potentieel) actieve bewoners die zich in hun omgeving willen inzetten voor gemeenschappelijk gedragen thema’s en die middels een buurtnetwerk voor een fijn en veilig leefklimaat willen zorgen. Thema’s waaraan gewerkt wordt, zijn: veiligheid, informele aandacht en zorg, leefregels in straten en flats, ontmoetingsgerichte activiteiten, aanpak van zwerfvuil en hondenpoep, het maken van een wijkwebsite, buurtkrant of buurt-App, de aanpak van parkeerproblemen en het meedenken over het creëren van een groene leefomgeving door herinrichting van de buurt.

Deze bewoners hebben we gezocht -en gevonden- via huis-aan-huis enquêtes (die persoonlijk worden bezorgd en opgehaald), gesprekken op straat, huisbezoeken bij actieve bewoners die vervolgens weer doorverwijzen naar andere (potentieel) actieve bewoners (de sneeuwbalmethode) en het persoonlijk, deur aan deur, overhandigen van uitnodigingen voor een bewonersbijeenkomst.

Niet de problemen maar de woonervaringen van bewoners staan centraal

Een belangrijke spelregel voor onze aanpak is: niet de problemen in de straat, buurt of flat staan centraal, maar de vraag hoe mensen het wonen ervaren. Ook vragen we bewoners wat hun dromen en wensen zijn met betrekking tot het fijn en veilig wonen. Op de koffie tijdens een huisbezoek leidt dat doorgaans tot boeiende levensverhalen en in dergelijke gesprekken peilen wij de bereidheid van zo’n bewoner om actief een bijdrage te willen leveren aan een goed leefklimaat.

Op het moment dat zo’n acht tot zestien bewoners op een gebied van 60 tot 500 wooneenheden aangeven meer te willen betekenen voor hun straat, buurt of flat, wordt het voor ons tijd om een eerste bewonersbijeenkomst te organiseren. Daarvoor maken we gebruik van de accommodaties in de directe omgeving: (basis)scholen, cafés en buurthuizen. We werken steevast in een groepskring, die soms meer dan 24 stoelen groot is.

‘Ik wist niet dat u in mijn straat woonde!’

 

 

Vaak kennen de bewoners elkaar niet: ‘Ik wist niet dat u in mijn straat woonde!’, zeiden sommigen tijdens de bijeenkomsten. Reden om tijdens de kennismaking opnieuw de vraag te stellen: ‘Hoe ervaart u het wonen in uw buurt of flat?’. Bij het luisteren naar die verhalen komen dan vanzelf de thema’s naar voren die om een gezamenlijke aanpak vragen. Zo ontstaan werkgroepjes, of diverse vormen van duurzaam informeel overleg, of burennetwerken.  

Buurtpartijen vullen waar nodig inzet van bewoners aan

In de regel zijn er twee tot drie bijeenkomsten nodig om tot concrete stappen te komen. We gaan weliswaar uit van de zelfwerkzaamheid van bewoners, maar wanneer onderwerpen zich aandienen waarbij de inzet van wijkprofessionals nodig is, dan nodigen we de wijkagent, de wijkmanager, de schooldirecteur of de gebiedscoördinator uit om bij een volgende bewonersbijeenkomst aanwezig te zijn. Die komen graag langs omdat ze dan direct kennis maken met een netwerk dat - voorbij ontevredenheid en gemopper - staat te popelen om aan de slag te gaan.

Tegen de tijd dat een burennetwerk het werk op de rails heeft, trekken wij ons terug en gaan we in een volgende straat, buurt of flat aan de slag. Wel blijven we stand-by voor het geval er vragen zijn of als er onverhoeds beren op de weg opduiken.

Overdracht van de werkwijze aan bewonersgroepen

In de eerste wijk van Amersfoort waar we gestart zijn, heeft een actieve bewonersgroep een tijd met ons ‘meegelopen’ om vertrouwd te worden met de aanpak van Vitale Wijken. De groep werkt nu inmiddels geruime tijd zelfstandig en heeft onze werkwijze in meerdere flats en buurten succesvol uitgerold.

Met deze groep, het Burennetwerk Schothorst, houden we met regelmaat intervisiebijeenkomsten waarin we gezamenlijke thema’s en casussen bespreken.

En heeft de aanpak Vitale Wijken zin?

We hebben met de gemeente als opdrachtgever afgesproken dat we niet afgerekend worden op prestatiecijfertjes. De werkbaarheid van onze aanpak wordt getoetst op de kernvraag: ‘Is dit een aanpak die vitale straten en buurten oplevert; een aanpak die aansluit bij de Transities in het sociaal domein, waarin de burger nadrukkelijk in beeld komt in het organiseren van een fijn leefklimaat en een sterkere sociale cohesie?’ En op basis van de resultaten van het eerste jaar kunnen we deze vraag positief beantwoorden, zonder in de euforie te willen schieten.

Professionele inzet helpt bewoners sociale verbinder te worden

Het is intensief werken, op een kleine schaal, rond leefsituaties die soms als zeer problematisch worden ervaren. Toch valt overduidelijk aan te tonen dat het aantal bewoners dat bereid is om zich actief in te zetten sterk groeiende is. Voorheen was er slechts een enkeling actief in buurt of flat. Na tussenkomst van Vitale Wijken is het niet ongebruikelijk dat 5 tot 8 procent van de bewoners meer wil doen om de leefbaarheid in de buurt te verbeteren. Vaak is er een herkenbaar kader en een duidelijke structuur nodig om de bereidheid van bewoners om actief te worden te verzilveren.

De professionele inzet in de startfase levert uiteindelijk ‘professionele bewoners’ op. Deze ‘professionele bewoners’, of ‘sociale verbinders’ verwerven door het project Vitale Wijken de vaardigheden om onze projectleiding zo snel mogelijk overbodig te maken. En dat is een geruststellende gedachte.

Ria en Daan (zoals de bewoners hen kennen), werken samen met betrokken bewoners aan vitale wijken in Amersfoort. Wil je meer weten over Vitale Wijken? Neem dan contact met ze op (zie kader).