Platform voor buurtontwikkeling

Dagbesteding in het buurthuis

Gemeenten die investeren in het buurthuis als dagbesteding krijgen de impact er gratis bij
Dagbesteding in het buurthuis
Praktijkverhaal
afbeelding van Arthur van Vliet  
21 juli 2017

Steeds meer buurthuizen organiseren dagbesteding voor ouderen in de wijk. Dat levert zorg op maat, maatschappelijke waarde voor de buurt en het levert voor de gemeente flinke besparingen op. Toch is lang nog niet iedereen klaar voor de nieuwe rolverdeling die het met zich meebrengt.

 

 

Het begon met één persoon. In 2012 zag een vrijwilliger van De Nieuwe Jutter hoe haar schoonmoeder begon te dementeren. ‘O, neem maar mee, wij vangen haar wel op’, was de reactie. De vrijwilligers van het Utrechtse buurthuis regelden het onder elkaar. Gewoon, zodat ze onder de mensen kon zijn en samen met anderen iets om handen kon hebben. Zo is de opvang voor ouderen ontstaan in De Nieuwe Jutter: het is voor bewoners en door bewoners.

Geen cliënten, maar mensen

Dagbesteding valt sinds 1 januari 2015 onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Het houdt in: ondersteuning voor mensen met een zorgvraag die nog thuis wonen. Het zorgt onder andere voor ontlasting van de mantelzorger. Maar een belangrijk aspect ervan is de mogelijkheid om anderen te ontmoeten. Gemeenten beheren de budgetten en kunnen ook een eigen bijdrage aan deelnemers vragen.

Steeds meer buurthuizen beginnen voorzichtig te kijken naar dagbesteding als activiteit. In Limburg zet Spirato, vereniging van zelfstandige Limburgse gemeenschapsaccommodaties, zich vol in voor bewonersinitiatieven die iets willen betekenen voor de ouderen in hun buurt. In Brabant moedigt ’t Heft wijkaccommodaties aan om eens te kijken naar de mogelijkheden. In Overijssel worden actief voorbeelden gedeeld van nieuwe manieren om dagbesteding te organiseren. En in Utrecht is er De Nieuwe Jutter.

Daar is dagbesteding – die in De Nieuwe Jutter Ouderensoos heet  – inmiddels uitgegroeid tot een wekelijkse activiteit. Elke woensdag van half elf ’s ochtends tot vier uur ‘s middags is er opvang. De ouderen wordt, dankzij de inzet van buurtbewoners, een warme huiskamer, gezelligheid en bezigheid geboden. De Ouderensoos werkt volgens het principe ‘zo lang mogelijk zo gewoon mogelijk binnen het vertrouwde verband’. In je eigen buurt, met de mensen die je vaak al tientallen jaren kent.

 

‘Geen dokter, maar een luisterend oor’

 

 

De voordelen van de aanpak worden steeds duidelijker. Op dit moment ligt zorg doorgaans in de handen van professionals die de geschiedenis van een cliënt niet kennen zoals buurtbewoners dat doen. Buurtbewoners daarentegen kennen ouderen uit de tijd dat ze nog in de bloei van hun leven verkeerden, voor hen zijn zij díe persoon en zeker geen ‘ziektebeeld’. Zij voelen zich, kortom,  op een andere manier verbonden met de deelnemer. 'Vrijwilligers spreken de deelnemers aan als buurtbewoner', legt Mariska van Keulen uit. De coach en actieve bewoner noemt het ‘zorg op een alledaagse manier, zoals mensen met elkaar omgaan’. De deelnemers  bij De Nieuwe Jutter staan in hun kracht omdat zij er de mensen tegenkomen ‘die ze ooit op schoot hebben gehad, bij wijze van spreken’.

Frans Heldens herkent het beeld. De voorzitter van Spirato ziet dat mensen met iemand uit de wijk willen praten. ‘Niet met een dokter, maar met een luisterend oor. De mensen die deze ouderen tegenover zich krijgen, dat zijn de buurvrouw, dat is iemand die verderop werkt bij de bakker. Zulke mensen doen er een vervoerdienst bij, koken voor ze, gaan samen een spelletje spelen.’ En met de centrale rol in de omgeving is het buurthuis daarvoor de perfecte locatie.

Ruimte om jong en oud bij elkaar te brengen

Het mes snijdt aan twee kanten. Kees Jongmans, scheidend voorzitter van ’t Heft, benadrukt dat de participatie van bewoners veel groter wordt. Kees Fortuin, collega van Van Keulen, spreekt van een ‘ecosysteem’, waarin bijvoorbeeld een voormalig dakloze een baantje vindt als kok voor de ouderen in de buurt. De winst zit in de ouderenopvang, in de werkgelegenheid, in het oplossen van de dakloosheid en in de ontmoeting op buurtniveau. En voor vrijwilligers betekent participatie ook eigen deskundigheidsbevordering, aldus Van Keulen.

 

 

Tegelijkertijd is dagbesteding een oplossing voor een vastgoed probleem en een financieel probleem. ‘Ruimtes ontstaan, gemeentes weten niet hoe ze daar mee om moeten gaan’, legt Heldens uit. ‘Buurthuisbesturen, met alle respect, weten dat ook niet.’ In die ruimte liggen mogelijkheden om oud en jong bij elkaar te brengen, om mensen naar het buurthuis te krijgen en tegelijkertijd iets te doen aan het eenzaamheidsprobleem. Spirato ziet dat, zegt Heldens, en helpt Limburgse gemeenschapshuizen te onderzoeken welke mogelijkheden de ruimte en de buurt te bieden hebben voor dagbesteding. De oplossing is vaak simpel: twee of drie uur per week invullen voor ontmoeting, dat kan ieder buurthuis.

En het bespaart geld. Jongmans legt uit dat ‘de winst ‘m erin zit dat mensen gebruik maken van voorzieningen in het voorliggende veld [vrij toegankelijke voorzieningen zoals dagbesteding in het buurthuis – red.]. Met andere woorden: de voorzieningen wordendoor vrijwilligers aangeboden vanuit een bepaalde betrokkenheid en deskundigheid.’ Die vrijwilligers kosten niets, terwijl professionals (vaak grof) betaald moeten worden. Mocht er een professional nodig zijn, dan vliegen de vrijwilligers die wel in.

Gemeenten: investeer in dagbesteding in buurthuizen

Het verbaast Kees Jongmans daarom dat overheden nog zo halsstarrig vasthouden aan professionele organisaties. ‘Ik zie mogelijkheden, veel mogelijkheden zelfs. Maar de gemeente kijkt naar welzijnsinstellingen, naar bedrijven – niet naar al die vrijwilligersorganisaties die er zijn, terwijl daar een veelvoud van de winst gehaald kan worden.’ Vaak komt die houding voort uit traditie, veronderstelt Kees Fortuin. ‘Wij horen dat de hele Wmo in Utrecht rond de 100 miljoen kost’, legt hij uit. ‘Dat kun je niet in duizenden kleine stukjes aanbesteden, dus gaat de voorkeur altijd uit naar grote aanbieders.’

Geïnvesteerd geld heeft meer waarde in het ecosysteem

Des te meer reden voor De Nieuwe Jutter en Spirato om in stad en provincie actief af te stappen op hun respectievelijke gemeentes om die traditie te doorbreken. Gemeentes moeten beseffen dat wanneer ze investeren in buurthuizen die dagbesteding organiseren, ze investeren in meer dan alleen zorg. Ze investeren in waardestromen rondom de buurtvoorziening. ‘Als eerste komt het geld dat de gemeente aan zorg besteedt ook daar terecht: in de ouderenzorg. Maar het komt ook terecht in dat ecosysteem van allerlei andere belangen en projecten. Daarin circuleert dat geld. Benader het nou eens op die manier’, spoort Fortuin de gemeente aan. ‘Leer om te investeren in dat lokale ecosysteem, in plaats van alleen maar één op één zorg in te kopen.’ Het is een kwestie van investeren in verantwoorde zorginkoop, wetende dat je een financiële impuls geeft aan het systeem eromheen. ‘Je hebt impact op de omgeving door het in het buurthuis te doen, want je trekt de samenleving mee. En als overheid wil je dat die samenleving de naam samenleving verdient.’

 

‘Het gras groeit van onderop’

 

 

Buurthuizen zijn afhankelijk van overheidsgeld voor het organiseren van dagbesteding. Gemeentes ‘moeten daar centen in stoppen’, vult Heldens aan. Gemeentes willen dat ook wel, is zijn ervaring, en ze beseffen dat ze daar een taak hebben. Maar hoe en wie ze precies moeten ondersteunen, daar worstelen ze mee. ‘Gemeentes kunnen schijnbaar moeilijker de bevolking inschakelen dan dat de mensen dat zelf kunnen. Het gras groeit van onderop.’ In Limburg fungeert Spirato daarom als intermediair tussen bewonersinitiatieven en gemeente. De organisatie helpt hen de mogelijkheden op een rij te zetten, wat al tot een aantal succesvolle samenwerkingen heeft geleid. Zijn alle eisen van de gemeente echt nodig?

 

Succesvolle samenwerking vereist een houding waarbij veel gemeentes zich ongemakkelijk voelen. Hun voorkeur gaat uit naar het hanteren van dezelfde criteria voor alle zorgaanbieders, een gestandaardiseerde rapportage en professioneel toezicht voor eventuele zwaardere zorggevallen. Bewonersinitiatieven kunnen niet voldoen aan die criteria, maar willen dat vaak ook helemaal niet. De bedoeling is niet per se dat alles ‘geregeld’ is, de bedoeling is dat mensen dicht bij huis zo zelfstandig mogelijk hun leven kunnen leiden, met alle vertrouwde plekken en gezichten die daarbij horen. Daarom spoort De Nieuwe Jutter de gemeente Utrecht aan om kritisch naar zijn eisen te kijken: Zijn die echt nodig? Helpen ze echt? Gaan ze niet in tegen de extra kwaliteit die je biedt?

 

‘Het is van de mensen zelf’

 

 

Zulke onderhandelingen tussen bewondersinitiatieven en gemeenten kosten tijd. Maar het is het waard: buurthuizen leveren met hun dagbesteding een positieve bijdrage aan ouderenwelzijn. Kees Fortuin refereert nog eenmaal naar het maatschappelijke ecosysteem waarin gemeentelijke investeringen terechtkomen. ‘Jullie [de gemeente] krijgen de impact er gratis bij. Dat is de bonus. De tegenprestatie is dat jullie ons de right to challenge geven.’ Iets wat Van Keulen demonstreert met een voorbeeld: ‘Als wij goede verbinding maken met het buurtteam, kunnen we dat professionele toezicht op een creatieve manier heel anders organiseren dan wanneer je één persoon daarvoor aanstelt.’

Bewoners die zorg organiseren; het vereist een nieuwe rolverdeling. Gemeente, burger en ook professional krijgen nieuwe taken en moeten oude los durven laten. ‘Gemeentes moeten meer faciliteren. Dat is beter dan de boel over willen nemen. Professionals moeten leren los laten’, vindt Kees Jongmans. Maar, zegt Frans Heldens, ‘zorg als gemeenschapshuis altijd dat je een probleem van de gemeenschap oplost. Het is van de mensen zelf. Mensen in de buurt moeten het zelf doen, ze moeten het zelf willen. Maar maak ze dan ook zelf verantwoordelijk.’

Dit artikel verscheen eerder op de nieuwe website van het LSA bewoners, de vindplaats voor actieve bewoners.

Lees meer over:
afbeelding van Arthur van Vliet  

Arthur van Vliet

Voor het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) houd ik mij bezig met het project Beheer je buurthuis, over kennisdeling rondom zelfbeheer van wijkaccommodaties.