Platform voor buurtontwikkeling

Collegeprogramma voor sociaal domein

De vier opgaves
Collegeprogramma voor sociaal domein

Foto: Maarten (Flickr Creative Commons)

Opinie
afbeelding van Jean-Pierre Wilken  
24 mei 2018

Minder werken vanuit een professioneel aanbod en meer samen met burgers, dat is het advies van Martin Stam en Jean Pierre Wilken voor de nieuwe collegeprogramma’s. Dit advies vertalen ze in vier noodzakelijke opgaves voor de herinrichting van het sociale domein.

 

De gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor het belangrijkste deel van de ondersteuning van hun inwoners: huishoudelijke ondersteuning, psychosociale hulpverlening, armoedebestrijding, jeugdzorg, voorzieningen voor werk en inkomen.

Door de bezuinigingen – die gemeenten dwongen om het oude uitgebreide aanbod van hulp- en dienstverlening te verkleinen – en het falen van het oude stelsel, gingen gemeenten op zoek naar een kanteling van het rationele product-denken naar het relationele proces-denken. Dat wil zeggen: minder werken vanuit een professioneel aanbod en meer samen met burgers, minder over en meer met burgers praten en beslissen.

Daarvoor moeten alle betrokkenen anders leren denken en doen. Bestuurders, raadsleden, burgers, professionals, ambtenaren en managers moeten nieuwe culturele waarden in hun leven en werk invoegen, zoals wederkerigheid, concrete solidariteit en meer van onderaf dan van bovenaf veranderingen ‘uitvinden’.

Vier opgaven voor het nieuwe collegeprogramma

Om deze kanteling succesvol en onomkeerbaar te maken is politieke sturing nodig. Gemeenten kunnen hun nieuwe collegeprogramma hierop richten. Volgens ons moeten zij sturen op vier opgaven die samen leiden tot verbetering van de sociale kwaliteit van de gemeenschap en de kwaliteit van leven voor iedere individuele inwoner.

1. Creëer gemeenschappelijkheid

De gemeente stimuleert dat iedereen in het sociale domein meer gaat samenwerken. Maar de gemeente kan zo’n coöperatieve houding ook aan zichzelf opleggen door meer als partner in het sociale domein op te treden en actief deel te nemen aan experimenten.

De gemeente kan actieve tolerantie stimuleren in plaats van genoegen te nemen met de passieve tolerantie van leven en laten leven en sociale verantwoordelijkheid bij de ander te leggen. Actieve tolerantie betekent de strijd aangaan met het wij-zij denken en met hokjesdenken. Het moedigt mensen aan verbinding te zoeken met de ander.

De gemeente moet ook haar eigen bestuurlijke hokjesgeest van gescheiden diensten doorbreken en samenwerking bevorderen tussen professionals en inwoners die ervaringsdeskundig zijn op het gebied van zorg, armoede en sociale uitsluiting.  EDASU, Coeva en Stichting Mens en Maatschappij zijn organisaties die deze samenwerking nastreven.

Prestatie-indicatoren: opkomst van nieuwe vormen van zorg en ondernemerschap, meer samenwerken tussen professionals en burgers aan complexe sociale vraagstukken als armoede, sociale verbondenheid, diversiteit en lokale democratie.

2. Streef naar pluriformiteit

Gemeenschappelijkheid veronderstelt pluriformiteit. De ene mens of de ene wijk is de andere niet. Bij complexe vraagstukken en bij mensen met ingewikkelde problematiek heb je meer aan proceslogica dan aan productlogica. Procesdenken vertrekt voor verbetering van zorg-, hulp- en dienstverlening vanuit de relaties tussen professionals en bewoners. Het gaat hierbij meer om pluriformiteit en rechtvaardigheid dan om uniformiteit en rechtmatigheid.

De gemeente kan de machtsdynamiek in het sociale domein laten kantelen: wat goed en nodig is wordt meer van onderaf gezocht dan van bovenaf gedecreteerd. Als de diversiteit aan stemmen en belangen beter wordt gehoord en de ervaringskennis van inwoners in kwetsbare posities beter wordt benut, krijgen zij ook meer stem in de publieke meningsvorming over wat goede hulpverlening is.

Prestatie-indicator: de opkomst bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen in buurten met veel sociale problematiek. Deze zou beduidend hoger moeten zijn dan in 2018.

3. Ontwikkel lerende gemeenschappen

Gemeenschappelijkheid veronderstelt loslaten van de hokjesgeest. Diversiteit veronderstelt loslaten van uniformiteit. Als teams met professionals uit verschillende instellingen en werksoorten de ruimte krijgen om wijkgericht te leren samenwerken met bewoners, vrijwilligers en mensen in precaire situaties ontstaan lerende gemeenschappen.

Dit gebeurt bijvoorbeeld al bij GGZ in de wijk in Amsterdam Zuid, waar maatjes, buddy’s en ervaringsdeskundigen samen met professionals eenzaamheid en stress weten terug te dringen.

Zulke processen vragen sturing en regie, want anders is de kans groot dat ze stranden in onverzoenlijke conflicten, frustraties en verwijten. We bevelen gemeenten aan een masterplan te maken om deze spanningen constructief te benutten.

Leidende vraag is hoe opdrachtgever-opdrachtnemerrelaties vervangen kunnen worden door partnerships van professionals, bewoners en direct betrokkenen. Het plan legt de condities vast voor samenwerkend leren: hoe laat je de gelijkwaardigheid van de verschillende deelnemers en van hun verschillende expertises tot zijn recht komen, hoe garandeer je ondersteuning en ruimte om te experimenteren, hoe faciliteer je resultaatgerichtheid en verankering in het nieuwe stelsel, inclusief financieringsvoorwaarden?

Prestatie-indicatoren: het aantal succesvolle praktijken van lerend ontwikkelen van gemeenschappen en geslaagde experimenten die ingevoegd zijn in het reguliere proces van het sociale domein, in beleid en regelgeving, inkoop en uitvoering.

4. Realiseren van rendement

Sinds 2015 wordt er jaarlijks zo’n acht miljard euro overgeheveld van het rijk naar de gemeenten. Veertig procent van de gemeentelijke begroting is bestemd voor het sociale domein. Ondanks de ingebouwde bezuinigingen, hebben de gemeenten in de komende decennia de ruimte om de lokale verzorgingsstaat met diepte-investeringen stabiel in te richten.

Dat wil zeggen ongelijkheden niet achteraf corrigeren, maar juist proberen te voorkomen door gericht te investeren op basis van de juiste doelen en uitkomstmaten. Deze moeten in dialoog met bewoners tot stand komen, waardoor ook de kracht van de lokale democratie versterkt wordt. Beleidsdoelen zijn zodoende het resultaat van lokale processen waarbij ernaar gestreefd wordt ook de stem te laten meetellen van de meest kwetsbare inwoners. Investeringen sluiten dan nauw aan bij wat direct betrokkenen belangrijk vinden voor de kwaliteit van (samen)leven.

Wat ons betreft gaan maatschappelijk en economisch rendement hier hand in hand. Investeringen in welzijn en gezondheid leiden tot rendement in termen van productiviteit, veiligheid en zorgconsumptie. Niet van bovenaf maar samen met bewoners voor een langere periode sociale kwesties oppakken verbetert het rendement van sociale investeringen.

Prestatie-indicator: rendementsverbetering door het kostenplaatje dienstbaar te laten zijn aan het relationele van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

 

Martin Stam was lector Outreachend werken en innoveren aan de HvA en werkt tegenwoordig als zelfstandig onderzoeker en adviseur. Jean Pierre Wilken is lector Participatie, Zorg en Ondersteuning bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie van HU en programmacoördinator van het kennisplatform Utrecht Sociaal. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken.

 

Lees meer over:
afbeelding van Jean-Pierre Wilken

Jean-Pierre Wilken

Jean-Pierre Wilken is lector Participatie, Zorg en Ondersteuning aan de Hogeschool Utrecht.
afbeelding van Jean-Pierre Wilken  

Jean-Pierre Wilken

Jean-Pierre Wilken is lector Participatie, Zorg en Ondersteuning aan de Hogeschool Utrecht.