Platform voor buurtontwikkeling

Co-creatie: een heilige graal?

Het verbreedt participatiemogelijkheden, maar leidt niet tot meer participatie
Co-creatie als heilige graal

Foto: Marc Bolsius

Publicatie
22 januari 2018

Co-creatie lijkt een van de toverwoorden te zijn waarmee samenwerking tussen overheden en burgers bijna vanzelf vorm krijgt. Echter, niets is minder waar, beoogt William Voorberg in zijn proefschrift over dit thema.

 

‘Binnen de Foo Fighters schrijf ik een basisidee voor een liedje en dan ga ik naar onze drummer Taylor. Wij nemen samen wat demo’s op waarin we de dynamiek van het liedje proberen te bepalen. Daarna gaan we naar de andere jongens en iedereen pakt het liedje beet en trekt het in zijn richting. Dat leidt uiteindelijk tot een beter lied.’

Deze woorden zijn van voormalig Nirvana-drummer en zanger van de Foo Fighters, Dave Grohl. Toen ik begon met mijn promotie-onderzoek was het in de eerste plaats zaak om te bepalen wat co-creatie is. Ik leerde dat het gaat om samen ‘iets’ creëren dat er nog niet is, op basis van materialen of talenten die er al wel zijn. Dat is precies wat bands ook doen: iemand neemt het voortouw en samen met andere muzikanten wordt een simpel idee uitgewerkt tot iets waar ze allemaal trots op kunnen zijn.

Sinds onze Koning in 2013 het had over de participatiesamenleving is ook co-creatie een modieus element geworden van overheidsbeleid. Dan gaat het om het co-creëren van ouderenzorg, het samen onderhouden van parken of het gezamenlijk beslissen over waar het gemeentelijk budget aan gespendeerd wordt. Hierbij zie je hetzelfde als bij zo’n band: de overheid of burgers nemen het initiatief, maar de samenwerking met anderen is nodig om het een beetje op toon en in de maat te houden.

Ego’s, wensen, overtuigingen…

Een harmonieus beeld ontstaat: als we samenwerken, komt het goed. Maar elke band weet dat het echt allemaal niet zo simpel gaat. Je hebt te maken met ego’s, met verschillende wensen en overtuigingen. Dat is met co-creatie in publieke dienstverlening net zo. Al gauw ontstaan de vragen. Wie moet het initiatief dan nemen? De overheid? Of moet de overheid juist ruimte maken zodat burgers zelf de plantsoenen, speeltuinen en thuiszorg kunnen inrichten? En als die overheid dan ruimte maakt, moeten burgers dan niet gestimuleerd worden om mee te helpen? En als je dat dan gedaan hebt, wat komt er dan uit? En wie profiteert daarvan?

Geld motiveert niet

In ons onderzoek hebben wij een aantal van deze vragen uitgelicht. Zo hebben wij onderzocht of burgers extra gemotiveerd kunnen worden tot co-creatie door middel van een financiële vergoeding. Dit hebben we gedaan aan de hand van een serie experimenten. Hierin vroegen we mensen of ze bereid waren taallessen te verzorgen in co-creatie met de gemeente. Een groep werd hiervoor een vrijwilligersvergoeding van 2 euro per uur in het vooruitzicht gesteld; een andere groep werd een beloning van 10 euro beloofd en een derde groep werd geen beloning in het vooruitzicht gesteld.

Foto: Marc Bolsius

Ons onderzoek laat zien dat een vrijwilligersvergoeding niet genoeg is om mensen in beweging te krijgen. Vervolgens bleek dat de bereidheid van mensen maar een piepklein beetje verhoogt door de hogere geldelijke vergoeding. Ons onderzoek toont daarom aan dat een financiële vergoeding niet erg voor de hand ligt om als motivator voor co-creatie te implementeren. En dat terwijl mondiaal allerlei alternatieve munten met overheidssteun worden geïmplementeerd om mensen maar aan het co-creëren te krijgen.

Een financiële vergoeding ligt niet erg voor de hand om als motivator voor co-creatie te worden geïmplementeerd. Terwijl mondiaal allerlei alternatieve munten met overheidssteun worden geïmplementeerd om mensen maar aan het co-creëren te krijgen

Zoom in op de situatie

Ook hebben wij onderzocht in hoeverre de uitkomsten van co-creatieprocessen als waardevol worden ervaren door betrokkenen. Het bleek dat volgens betrokken ambtenaren en participerende burgers, verspreid over vijf landen binnen de EU, co-creatie wordt gezien als zowel een goedkope als een effectieve strategie om dienstverlening te organiseren.

Wanneer we echter kijken naar andere aspecten, dan zien we belangrijke nuances. Burgers wezen ons er piekfijn op dat co-creatie participatie helemaal niet vergroot. Enkel de mogelijkheden tot participatie worden vergroot. Maar volgens hen zijn het vervolgens dezelfde mensen die deze mogelijkheden weten te benutten. Ook denken burgers dat door co-creatie niet de overheid, maar juist de samenleving beter in staat is om ingewikkelde problemen zoals vergrijzing aan te pakken. Ambtenaren dachten precies het omgekeerde. Volgens hen is juist de overheid beter in staat door co-creatie om dergelijke problemen beter aan te pakken.

Wij concluderen dat het zeer uitdagend is om de uitkomsten van co-creatie in algemene termen te vatten. Wij denken dat het misschien maar het beste is om de waarde van co-creatie per situatie te beoordelen. Dus in hoeverre is co-creatie waardevol voor de groenvoorziening, mantelzorgondersteuning of buurtveiligheid?

Co-creatie vergroot participatie zelf niet. Het vergroot enkel de mogelijkheden tot participatie

Focus op nodige voorwaarde om tot resultaten te komen

In gesprekken met ambtenaren of politici leek het er sterk op dat co-creatie per definitie als iets goeds wordt gezien. Daar mogen we best onze vraagtekens bij zetten. Dit doet mijn band-metafoor zich weer opdringen. Ik weet uit eigen ervaring dat wanneer je muziek co-creëert, dat echt niet per definitie leidt tot goede muziek. Ook het toevoegen van meer muzikanten leidt zeker niet per definitie tot betere muziek.

Ons onderzoek laat zien dat deze metafoor treffend is voor co-creatieprocessen in het publieke domein. Co-creëren van publieke dienstverlening leidt niet per se tot betere dienstverlening. Net als bij een band leidt ook het toevoegen van meer actoren (burgers) niet per se tot betere dienstverlening. Wat ons betreft is co-creatie een instrument dat, wanneer goed bespeeld, kan leiden tot goede dienstverlening.

Overheden zouden er goed aan doen zich niet blind te staren op het goed leren bespelen van dit instrument, maar na te denken over de voorwaarden die nodig zijn om te zorgen dat dit instrument ook daadwerkelijk leidt tot betere ouderenzorg, groenvoorziening en klimaatadaptatie.

 

Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken en is geschreven door Willam Voorberg. Voorberg is bestuurskundige en als post-doc verbonden aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences. Onlangs promoveerde hij op een onderzoek naar co-creatie en burgerparticipatie.

Lees meer over: