Platform voor buurtontwikkeling

Capabilities Approach: de vrijheid om te kiezen voor een waardevol leven

Kijk verder dan wat bewoners zeggen dat ze willen
Capabilities Approach: De vrijheid om te kiezen voor een waardevol leven

Foto: United Nations Development Programme (Flickr Creative Commons)

Artikel
afbeelding van Jeroen Gradener  
23 december 2016

 

De Capabilities Approach streeft ernaar dat mensen in vrijheid hun leven vorm kunnen geven. Die benadering vraagt van opbouwwerkers dat ze verder kijken dan het louter faciliteren van participatieprocessen.

 

‘Stel, op een dag benadert een groep moeders van Marokkaanse afkomst jou als opbouwwerker aan de poort van de buurtschool. Ze vragen of jij een ruimte kunt regelen in het buurtcentrum waar ze wekelijks samen thee kunnen drinken en onder elkaar opvoedtips kunnen uitwisselen. Hoe zou je hier als professional op reageren?”

Met deze vraag begin ik wel eens mijn colleges over professioneel handelen bij de opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming aan de Hogeschool van Amsterdam. Ik probeer zo de ethische overwegingen op tafel te krijgen die studenten vaak onbewust en vanzelfsprekend in hun handelen gebruiken. ‘Ik zou zo’n ruimte graag voor ze regelen,’ is vaak dan de eerste reactie van studenten.  De overweging: ‘Het verzoek komt namelijk van de moeders zelf.’

Menselijke ontwikkeling is verbonden met vrijheid

Deze aangehaalde anekdote staat natuurlijk model voor bekende situaties in het opbouwwerk. Regelmatig benaderen bewoners opbouwwerkers met verzoeken om ondersteuning: een ruimte, een aanvraag voor subsidie, of een verzoek om vergunningen te regelen voor een buurtbijeenkomst. In de regel zal hij of zij, net als de studenten hierboven, dus ook positief reageren op een verzoek als dat van de buurtmoeders. Het versterkt de onderlinge betrokkenheid en daarmee dus ook de leefbaarheid in de buurt, is de aanname. Maar of die professionele aanname klopt en juist is, en in hoeverre het welzijn van mensen daadwerkelijk gediend is bij het stimuleren van zulke kleine zichtbare vormen van lokale participatie, wordt vaak nauwelijks kritisch tegen het licht gehouden.

In staat zijn tot kiezen is belangrijker dan participeren

Dit soort impliciete aannames over participatie (‘goed dat ze initiatief nemen’) problematiseer ik daarom aan de hand van deze stelling over maatschappelijk welzijn:

“Het bevorderen van menselijke ontwikkeling dient gericht te zijn op het vergroten van de mogelijkheden van mensen om hun leven vorm te geven volgens hun eigen inzicht”.

Die stelling is ontleend aan de Capabilities Approach (ofwel Capability benadering, in het Nederlands). Dit houdt in dat niet zozeer hoe je leven eruit ziet, en wat je allemaal doet van belang is, maar of dat wat je doet vanuit vrije keuze tot stand is gekomen. Welzijn of gebrek aan welzijn heeft volgens de Capability benadering in belangrijke mate te maken met de vrijheid die mensen hebben om hun leven naar eigen goeddunken in te richten.

Keuzevrijheid als basis voor menselijk welzijn

De nadruk op de mogelijkheden in plaats van op wat mensen daadwerkelijk doen is de kern van de Capability benadering. Deze is in de jaren ‘80 van de vorige eeuw ontwikkeld door de Indiase ontwikkelingseconoom en Nobelprijswinnaar Economie Amartya Sen.

Bij vergelijking van de verschillen in niveaus van welzijn tussen verschillende landen, ontdekte hij dat in landen met meer keuzevrijheid het welzijn van burgers hoger is dan in landen met minder keuzevrijheid. Tot dan toe ging men er vanuit dat welzijn vooral afhing van onder andere de hoogte van het bruto nationaal product, het gemiddelde opleidingsniveau van burgers en de kwaliteit van de gezondheidszorg. 

Sen introduceerde keuzevrijheid als de basis van menselijk welzijn: de mate waarin je in staat bent te kiezen voor een leven dat voor jou zelf waardevol is.  En dat ‘in staat zijn tot kiezen’ is wat Sen bedoelt met capabilities. Inspraak bij besluitvorming, inzicht hebben in je eigen levenssituatie, creativiteit, en het vermogen de belangen van anderen te onderscheiden van die van jezelf: dit zijn capabilities, en ze vergroten, aldus Sen, je mogelijkheden om weloverwogen en in vrijheid keuzes te maken. Deze bepalen in grote mate of je daadwerkelijk je leven als waardevol ervaart. Menselijk welzijn is volgens de Capability benadering, kortom, onlosmakelijk verbonden met de vrijheid om te kunnen kiezen.

Zie voor meer informatie: Sociaal net: Den Braber en Tirions

In hoeverre draagt het bieden van een ruimte bij aan keuzemogelijkheden?

Als we de anekdote van de buurtmoeders van Marokkaanse afkomst doordenken vanuit  deze centrale stelling van de Capability benadering over welzijn, komen we op prikkelende vragen. Zoals de vraag: In hoeverre draagt het bij aan de capabilities (keuzemogelijkheden) van de moeders als de opbouwwerker een ruimte voor hen regelt?

Dat de moeders iets samen willen doen is op zich al positief. Ze nemen initiatief, inderdaad. Maar maakt het vrouwen niet tot passieve actoren in deze transactie: de enige mogelijkheid die ze hebben te overwegen is een ruimte in het buurthuis (al weet je dat natuurlijk niet zonder het te vragen).

Een tweede vraag is of hun wekelijkse bijeenkomsten daadwerkelijk bijdragen aan hun welzijn (in de zin van toegenomen vrijheid om het leven naar eigen inzicht te leven). Mogelijk werken die thee-ochtenden namelijk zelfs averechts, en bevestig je dus met het faciliteren ervan juist hun sociaal en cultureel isolement in de buurt. De mogelijkheden om hun leven naar eigen inzicht vorm te geven breiden zich hier in die zin niet uit, maar blijven hetzelfde.

In de logica van de Capability benadering draagt het handelen van de opbouwwerker die een ruimte regelt waarschijnlijk niet bij aan de ontwikkeling van de moeders.

Kijk als buurtprofessional verder dan wat mensen zeggen dat ze willen doen

In het geval van deze buurtmoeders van Marokkaanse afkomst lijkt het op het eerste oog voor hen waardevol is om met gelijkgestemden te praten over dingen die hen bezighouden.  Ze vragen er toch om? Maar volgens Sen’s Capability benadering moet je verder kijken dan wat mensen zeggen dat ze graag willen doen.

Waarom? Omdat mensen de neiging hebben zichzelf en hun verwachtingen aan te passen aan de omstandigheden. Een fenomeen dat wordt aangeduid met ‘adaptive preferences’ (aangepaste voorkeuren). Vaak zijn mensen zich niet bewust van de mogelijkheden die ze hebben om iets aan hun leven te veranderen. En hier zou de opbouwwerker van waarde kunnen zijn. Hij zou kunnen nagaan in hoeverre die wekelijkse gesprekken in het buurthuis bijdragen aan hun mogelijkheden om invulling te geven aan hun moederschap. Voelen ze zich belemmerd om thuis over zulke zaken te praten? Moet het daarom in een ruimte buitenshuis?

‘Inderdaad,’ beaamde een student, ‘ik zou dan doorvragen om erachter te komen waarom de vrouwen nu precies daar en onder elkaar opvoedtips uit te wisselen.’

Ik merk dan wel eens op dat opbouwwerkers zich in zo’n situatie regelmatig afvragen waarom de vaders niet bij deze gesprekken worden betrokken. Mogelijk zou het zelfs ook handig zijn om, als moeders zich zorgen maken over hun rol als opvoeders, ook misschien andere partijen, zoals de het kind- en jongerenwerk erbij te betrekken? Of moeders uit de buurt met een andere culturele achtergrond?

‘Maar dan kijk je dus breder,’ aldus een van de studenten.
‘Dat klopt’, zeg ik dan en leg uit: ‘Je sluit aan bij hun wens om een goeie moeder te kunnen zijn door andere aspecten in te brengen die hen daarbij zouden kunnen ondersteunen.’

Capability benadering is de kritische noot voor druk op modelparticipatie

Sen’s stelling over menselijk welzijn – die gebaat is bij uitbreiding van de mogelijkheden waaruit mensen kunnen kiezen – bracht een van de studenten tot de volgende conclusie: ‘Door niet meteen te zeggen: hier heb je een ruimte, maar in plaats daarvan het gesprek met ze aan te gaan over de aanleiding van hun verzoek tot samenkomen, nodig je deze vrouwen eigenlijk uit op een ontdekkingstocht. Hoe kunnen ze meer regie over hun eigen leven nemen?’ 

De focus op de capabilities van deze vrouwen maakt het buurthuis tot een plek waar deze, vaak sociaal en cultureel geïsoleerde, vrouwen de kans hebben om hun keuzevrijheid te vergroten. Opbouwwerkers maken dit soort keuzes, gericht op ontwikkelingsmogelijkheden, natuurlijk dagelijks. Dit, terwijl ze zich vaak moeten verweren tegen de druk van hun organisaties en de politiek om mensen te verleiden tot vaak vooraf bepaalde vormen van participatie, zoals vrijwilligerswerk of informele zorg. De Capabilty benadering kan mogelijk een kritische vriend zijn om de professionele ambitie van opbouwwerkers (om mensen te laten floreren) een  legitieme plek in het buurtwerk te geven.

Jeroen Gradener is docent en onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam.

 

Noot: Sinds eind 2015 is er het netwerk CA-SD van Nederlandse en Vlaamse professionals, onderzoekers en docenten, dat zich richt op het verder ontwikkelen en verspreiden van de Capability benadering in het sociaal domein. Lees hier meer op hun facebookpagina.