Platform voor buurtontwikkeling

Activeren naar vrijwilligerswerk of betaald werk?

Interview met Drieseréé Schinkel en Michiel van Leeuwen, sociaal werkers
Activeren naar vrijwilligerswerk of betaald werk?

Foto: still uit Youtubevideo: 'GPTV: Mijn Mooie Tuin over de Moestuin in Nijlân'

Interview
afbeelding van Willeke Binnendijk  
24 mei 2016

Bewoners die in isolement leven zijn moeilijk te bereiken voor de sociaal werker. Hoe bereiken sociaal werkers in Leeuwarden deze kwetsbare bewoners? En hoe weten ze hen in beweging te krijgen?

Sociale wijkteams zijn vooral gericht op het oplossen van problemen van de individuele bewoner. Uit een peiling van Movisie blijkt dat ze er nog niet aan toe zijn komen outreachend en preventief te werken. Ook het ondersteunen van collectieve voorzieningen gebeurt nog (te) weinig, evenals het organiseren van nuldelijnszorg als buurthulp en informele netwerken. In deze serie vragen we sociaal werkers hun ervaringen te delen. We beginnen in Leeuwarden.

 

Het vorige verhaal ging over hoe een wijkteam in Leeuwarden informele netwerkvorming stimuleert door gemeenschappelijke activiteiten te organiseren met bewoners. Twee bewoners, Karin Koelma en Michiel Kaptein, vertelden over hun ervaringen met De Kunst Van Het Rondkomen. Zij namen zelf het initiatief om bij het sociale wijkteam om hulp te vragen. Iets wat lang niet elke bewoner deed. Daarom hebben sociale wijkteams de taak om outreachend te werken: actief bewoners benaderen en hen te betrekken bij activiteiten of hen te stimuleren om initiatief te nemen.

Hoe bereiken de sociaal werkers in Leeuwarden (kwetsbare) bewoners?

Bewoners die in isolement leven en die problemen hebben zijn lastig te bereiken voor sociaal werkers. In opdracht van de gemeente Leeuwarden gaan daarom sociaal werkers op bezoek bij bewoners met een uitkering. Ook bezoeken ze bewoners als er een melding is gekomen dat gas, water en licht worden afgesloten of als een huisuitzetting dreigt. Drieseréé Schinkel is sociaal werker in Leeuwarden met een specialisatie in opbouwwerk. Ze vertelt: ‘Deze groep bestaat uit mensen die echt onderaan zitten. Soms zijn ze door omstandigheden in de problemen geraakt. Sommige mensen zullen nooit richting werk geleid kunnen worden, maar ze hebben wel talenten. Als de druk eraf is omdat ze weten dat we niet van gemeente zijn – want daar zijn ze altijd bang voor – dan vinden ze het vaak leuk om iets te gaan doen.’

Bewoners motiveren vrijwilligerswerk te doen

De sociaal werkers vermijden zoveel mogelijk de term ‘moeten’. Schinkel begint een gesprek met: ‘Wat heb je nodig om je leven leuker te maken, waar word je blij van, wat kan je en wat wil je?’ Ze zegt geen dingen als: ‘Als je niet meedoet dan word je gekort.’ Ze wil de bewoner zodanig ondersteunen dat deze weer aansluiting vindt bij de gemeenschap. Ze geeft het voorbeeld van een man die vroeger werkte als hovenier. ‘Hij is lichamelijk niet meer in staat om hovenierswerk te doen maar hij geeft nu adviezen aan de tuinders in de wijkmoestuin.’

Michiel van Leeuwen, sociaal werker met een specialisatie in schuldhulpverlening en armoede, benadrukt dat bewoners met een uitkering niet lui zijn, zoals vaak gedacht wordt: ‘Iedereen wil wel iets doen, als je maar zoekt naar wat iemand motiveert. Een enkeling uitgezonderd natuurlijk, als iemand bijvoorbeeld alleen zijn verslaving nastreeft. Bovendien’, stelt hij, ‘is het toewerken naar een betaalde baan niet een taak van het wijkteam. We hebben geen banen aan te bieden, wij activeren.’ Schinkel valt hem bij: ‘We moeten ook niet denken dat we iedereen aan het werk krijgen. Er zijn heel veel werklozen en er zijn weinig banen, dus je moet mensen niet beloven dat je ze naar werk toe leidt. Dan creëer je verwachtingen en ben je fout bezig.’

Waardering en eigenwaarde is belangrijker dan een betaalde baan

Wel wordt er een nieuw participatieproject opgezet waarin bewoners werkervaring kunnen opdoen bij bedrijven in de buurt. Een vrijwilliger met ervaring in personeelsbeleid matcht de werkloze bewoner met een bedrijf waar hij onbetaald werkervaring op kan doen. ‘Als zo’n bedrijf een bewoner na een tijdje een aantal betaalde uren kan aanbieden dan kan diegene een stuk van zijn eigen uitkering terugverdienen. Zo krijgt deze persoon zijn eigenwaarde terug’, vertelt Schinkel.

‘Het is mooi als iemand die maanden of jaren thuiszit weer iets gaat doen en uit dat cirkeltje kan komen. Dan voelt iemand zich vanzelf gelukkiger en lijken andere problemen soms ook wat kleiner’ vertelt Pieter Romsma, die vrijwilliger is geworden nadat hij zelf werkloos thuiszat. ‘Het krijgen van een betaalde baan is niet het uitgangspunt. De waardering voor wat iemand doet, dat die met collega’s eens gezellig een etentje mee kan maken, dat betekent voor mensen al heel veel.’

Faciliteren, ondersteunen en verbinden, of eerst investeren?

De sociaal werkers vertellen dat ze bewoners activeren door te ‘faciliteren’, te ‘ondersteunen’ en te ‘verbinden’. Hoe gaat dat in de praktijk? Van Leeuwen: ‘We proberen te kijken naar wat wel kan, en niet meer, zoals vroeger, naar wat niet kan’. Hij legt uit: ‘Misschien kan iemand af en toe een tuintje onderhouden van een oude mevrouw die dat zelf niet kan. Dat helpt aan de ene kant tegen eenzaamheid en aan de andere kant heb je toch iets voor een ander gedaan.’

Op papier klinkt het simpel, maar de werkelijkheid ligt wat complexer, geeft Van Leeuwen toe: ‘Faciliteren gaat niet vanaf moment één. Je weet als sociaal werker dat er vragen spelen, maar je moet ze bij elkaar zien te krijgen. Het is eerst investeren. Zoals dat gebeurde bij de opzet van De kunst van het Rondkomen (een avond waar bewoners elkaar tips geven voor de omgang met een laag inkomen). Ik vroeg de initiatiefnemers die al langer zulke avonden organiseren naar hun ervaringen. Het duurt even voor het balletje gaat rollen. Je zet het samen op en het wordt langzaam groter.’

Stap voor stap begeleiden van nieuw initiatief

Schinkel vertelt hoe ze de Handige Harry’s, zes werkloze mannen die iets wilden doen, heeft geholpen met de opzet van hun initiatief: ‘Na lang praten wilden ze stappen maken maar dat lukte niet. Dan zet ik mijn netwerk in, geef ze adressen en namen, en zeg: ga eerst eens met hen in overleg en kijk wat je voor elkaar kunt betekenen. Je gaat naast ze staan en doet suggesties die ze nodig hebben om tot de volgende stap te komen. Zo gebeurt het dat mensen die uit een kwetsbare positie komen steeds meer in zichzelf gaan geloven. Dat ze meer zelfvertrouwen krijgen en dingen gaan doen. Ook merk je dat ze een visie ontwikkelen. Ze willen wat voor kwetsbare mensen betekenen, klusjes doen en een luisterend oor zijn. Sinds kort doen ze klusjes voor mensen waarvan wij in samenwerking met de woningcorporatie de adressen aanleveren. De woningcorporatie heeft Handige Harry’s een ruimte ter beschikking gegeven en ze mogen gebruik maken van de wijkbus die met het wijkbudget is aangeschaft. Vorige week kreeg ik een enthousiast mailtje van ze: “De klus is geklaard en als tegenprestatie kregen we een heerlijke lunch. We gingen weg met een goed gevoel.” De bewoners die daartoe in staat zijn, betalen een kleine bijdrage voor de geleverde diensten. Het geld dat ze verdienen, investeren ze in gereedschap en zo kunnen ze groeien. Voor hen is het een leerzaam proces waar ze zelf verantwoordelijkheid in moeten nemen.’

 

Dit verhaal is onderdeel van een serie gesprekken met wijkteams over hoe zij aansluiten bij de buurt en hoe zij informele netwerkvorming inzetten.

Werk je in een sociaal wijkteam? Deel ook jouw verhaal op Buurtwijs.